Top over klimaat: arm en rijk zeer verdeeld

De klimaatconferentie in Bangkok is gisteren geëindigd in grote onenigheid tussen rijke en arme landen. De conferentie, waaraan honderdtachtig landen deelnamen en die twee weken duurde, was een van de laatste mogelijkheden om de grote lijnen te bepalen van een klimaatverdrag dat in december in Kopenhagen zou moeten worden gesloten. De kansen op een akkoord aan het eind van het jaar zijn daarmee opnieuw kleiner geworden.

Het belangrijkste struikelblok bleek de vraag of een nieuw verdrag gebaseerd moet zijn op het Kyoto-protocol, het huidige klimaatverdrag uit 1997 dat in 2012 afloopt, zoals ontwikkelingslanden willen. Of dat er een geheel nieuw akkoord moet worden gesloten, waarin hooguit elementen uit ‘Kyoto’ worden overgenomen. Hiervoor pleiten de Verenigde Staten, en Washington krijgt daarbij steeds meer steun van de Europese Unie.

Het Kyoto-protocol legt de verantwoordelijkheid voor de klimaatverandering bij de rijke landen en eist alleen van hen een verplichting om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Daarom willen de Amerikanen – die ‘Kyoto’ nooit hebben geratificeerd – helemaal van de overeenkomst af. Zij vinden dat ook China, India en andere opkomende economieën een bijdrage moeten leveren.

De Nederlander Yvo de Boer, de chef van het klimaatbureau van de Verenigde Naties dat verantwoordelijk is voor de internationale onderhandelingen, houdt wel vast aan het bestaande protocol. „Als ik maar één paar schoenen heb, is het verstandig om daarin te blijven lopen”, zei De Boer op een persconferentie in Thailand. (Reuters, AP, AFP)