Sjoers dood, ik dood, klaar, zei de cafébaas

Horecaman O. gijzelde vorig jaar een wethouder en vier ambtenaren. Volgens de gegijzelden wordt de dader in de rol van slachtoffer geplaatst. De officier eiste 17 jaar celstraf.

Het ligt voor de hand dat niet de moeilijkheden met de gemeente Almelo, maar zijn eigen financiële problemen Ahmet O. hebben gedreven tot de gijzeling van een wethouder en vier ambtenaren in het gemeentehuis van Almelo op maandag 16 juni 2008.

Dat betoogde officier van justitie Karel de Valk gisteren tijdens de rechtszaak in Almelo tegen de 42-jarige horecaondernemer uit dezelfde stad. De officier eiste zeventien jaar gevangenisstraf. O.’s advocaat, Cees Korvinus, vond het „een te simpele conclusie”. Hij sprak van een „onredelijke eis”. „Hij heeft niemand een haar gekrenkt.”

O. had het financieel moeilijk, constateerde de officier. Hij kon op de ochtend van de gijzeling een installatiebedrijf dat nog 23.000 euro van hem kreeg, niet betalen. De betaling was al meerdere keren uitgesteld. Zijn eer – eer in de zin van prestige – stond op het spel, citeerde De Valk een cultureel antropoloog van het Landelijk Expertisecentrum Eerwraak die het dossier bestudeerde. „Door de schuld van de financiële malaise bij de gemeente te leggen, heeft hij het idee gehad dat hij zijn eer kon redden.”

Volgens de officier zou O. geld hebben geleend van andere Turken, die hun geld terug wilden. Ze dreigden hem te vermoorden. O. zou hebben geprobeerd het pand waarin zijn vorige restaurant was gevestigd, te verkopen aan de Almelose ondernemer Jan Torny, of hij zou geprobeerd hebben een lening van hem te krijgen. Torny voelde zich door O. bedreigd en afgeperst, aldus de officier. Op de dag van de gijzeling meldde Torny zich „trillend van angst” op het politiebureau, waar hij vertelde dat O.’s actie waarschijnlijk tegen wethouder Anthon Sjoers en hem was gericht.

O. sprenkelde die maandag tegen elf uur benzine in zijn zaak, waarna het Almelose grand café in brand vloog. Daarna reed hij in zijn auto met verschroeid haar, ruikend naar benzine naar het gemeentehuis. Hij had twee wapens bij zich. Voor het gemeentehuis stak hij zijn auto in brand. Vervolgens ging hij op zoek naar wethouder Anthon Sjoers. Toen Sjoers niet aanwezig bleek te zijn, stapte O. de kamer binnen van wethouder Bert Kuiper. Daar waren ook vier ambtenaren aanwezig. „Sjoers dood, ik dood, klaar” – dat was wat hij zei.

De deur werd gebarricadeerd, de lamellen moesten dicht. Plassen moesten ze in een prullenbak. O. heeft vijfeneenhalf uur lang een wapen op hen gericht gehouden. „Als ze naar de verdachte keken, keken ze in de loop van zijn pistool”, aldus de officier.

De vijf gegijzelden hebben zich zeer bedreigd gevoeld. Ze vinden het frustrerend te zien hoe de dader in de rol van slachtoffer is geplaatst. Ze voelen zich gekwetst door de sympathie die Ahmet O. na de gijzeling ten deel viel. „De wereld op zijn kop”, aldus de slachtoffers in hun verklaring die de rechter voorlas. „Het is ongelooflijk te horen dat mensen aan de balie komen en zinspelen op een gijzeling als er iets niet naar hun zin is.”

O. ontkent dat financiële problemen ten grondslag liggen aan zijn daden. Hij voelde zich tot wanhoop gedreven door de gemeente Almelo, die moeilijk deed over de vergunningverlening. „Maar zo verschrikkelijk veel onrecht is er niet te ontdekken in de stukken”, meende de officier. O.’s advocaat zei: „Als je omgaat met de lokale democratie zoals hier in Almelo, dan creëer je de gevaren voor de democratie zelf.”

Uitspraak 28 oktober.