Rechter stelt bankiers ABN Amro in gelijk

Twee dagen nadat ex-ABN Amro-bankier Michiel de Jong bij de rechtbank Amsterdam bakzeil had gehaald over zijn vertrekpremie, heeft het kantongerecht in Utrecht in tien vergelijkbare zaken een tegengesteld vonnis gewezen.

Tien voormalige bankiers van de inmiddels genationaliseerde bank hebben wél recht op hun oude, veel riantere afvloeiingsregeling en op contante uitbetaling van hun bonus over 2008, zo bepaalden drie kantonrechters gisteren. Het gaat om personen lager in rang dan De Jong, die directeur-generaal was. Volgens een ingewijde variëren de ontslagvergoedingen van enkele tonnen tot ruim 2 miljoen euro. Michiel de Jong eiste een ontslagvergoeding van 6,2 miljoen euro, maar kreeg 2,5 miljoen toegewezen.

De drie kantonrechters in Utrecht zijn van oordeel dat de crisis niet afdoet aan de aanspraak van de ex-bankiers op hun oude afvloeiingsregelingen, inclusief het uitkeren van een bonus over 2008. De kantonrechter in Amsterdam oordeelde woensdag dat de economische omstandigheden waardoor ABN Amro in zwaar weer terecht is gekomen reden is om Michiel de Jong af te laten zien van zijn aanvankelijk afgesproken, veel hogere vertrekpremie.

Het kantongerecht in Utrecht erkent dat ABN Amro,,weliswaar ernstige gevolgen van de kredietcrisis ondervindt.” Maar de crisis ,,heeft niet een zodanig effect op de bedrijfseconomische of -financiële positie gehad dat voor de instandhouding van de onderneming moet worden gevreesd”. Het feit dat er maatschappelijke onrust is ontstaan over de beloning van bankiers kan „niet rechtvaardigen dat ABN AMRO eenzijdig gemaakte afspraken wijzigt”.

In december kreeg voormalig bestuursvoorzitter van ABN Amro Nederland Jan Peter Schmittmann van de rechter eveneens gelijk in de uitkering van zijn ontslagvergoeding van 18 miljoen euro. Schmittmann had wegens de problemen van de bank en de maatschappelijke onrust over topbeloningen zelf besloten die premie terug te brengen tot 8 miljoen.