Ot en Sien in Zoetermeer

Zoetermeer een suffe slaapstad? Bezoek de stad eens zonder vooroordelen. Dan ontstaat een kleurrijk beeld van nieuw en oud. Een stadssafari.

Eendaagse stedentrips. Onderhoudend vermaak. Neem de trein, bijvoorbeeld helemaal naar Zutphen. Lunch, wandeling uit een gidsje, museum, snuffelwinkels, diner.

Zo’n dag vliegt. Maar het land is klein. Er zijn in Nederland amper dertig steden, zodat de voorverpakte VVV-verrassingen zichzelf al snel herhalen. Bovendien rukken in stadscentra de gangs van vrouwen van middelbare leeftijd op, die zijn uitgedost in paarse kleren met rode hoed: de red hat society – vallen er hangplekken in Flevoland voor in te richten?

Tijd voor ‘stedentrip anders’, hoogste tijd om eens wild te leven. Ik neem de trein naar Zoetermeer. Ik huur een ov-fiets. Ik koop in de stationskiosk een stadsplattegrond. Ik ga op zoek naar de eerste de beste Hema, waar een echtpaar zwijgend aan de koffie met moorkop zal zitten. Ik vouw mijn kaart uit en ik vraag: „Kunt u mij aanwijzen wat ik hier móét zien? Waar is Zoetermeer mooi, interessant en lekker tegelijk?”

Dat is het plan. En Zoetermeer stelt niet teleur, in termen van verrassing. In de hal van station Zoetermeer, hoog gelegen boven de snelweg A12, valt om kwart over tien ’s ochtends een kanon af te schieten. Er is een kiosk, dat wel. Maar een stadskaart te koop, nee.

1

1 Kapsalon De kiosk is een Turkse toko met een breed assortiment, van tampons tot appelflappen. Aan de toonbank hangt een kartonnetje met de tekst: ‘Kapsalon, € 4,95’. In mijn eigen stad heb ik onlangs m’n Hollandse kapper wegens onderbuikborrelpraat ingeruild voor een Turkse kapper: mijn bijdrage aan de integratie – en ik betaal niet langer 19 euro, de prijs is nu 12 euro. En hier 4,95? Helaas, ik blijk bar slecht geïntegreerd te zijn in eigen land. Een gehoofddoekte vrouw achter de toonbank legt mij hoog lachend uit wat ‘kapsalon’ ook kan betekenen: een aluminium bak met eerst een laag patat, dan geraspte kaas, daarna een kebab, dan sla, uienringen en tomaat, met knoflooksaus én sambal er overeen. Klinkt als: multicultureel ‘patatje tramongeluk’.

Nou vooruit, doet u mij maar zo’n portie kapsalon, ik had nog niet ontbeten.

2

2 Winkelcentrum Op naar de ov-fiets, een stadskaartkiosk en een Hema-echtpaar. Station Zoetermeer blijkt niet in het centrum te liggen, dat vergt nog een kleine tien minuten fietsen langs rijen flats die vooroordelen staan te bevestigen. Kiosken zijn er snel gevonden – maar een stadskaart, nergens. De Hema verstopt zich niet, maar de coffeecorner ontbreekt er. In de tegenover gelegen lunchroom zit een echtpaar wel aan de koffie met lekkers, maar het is in druk gesprek verwikkeld. Ik wil geen stoorzender zijn. Dan maar winkelend publiek aangesproken. Vijfmaal stel ik dezelfde vraag, vijfmaal krijg ik hetzelfde antwoord.

Wat is de must see van Zoetermeer?

Het antwoord is steeds: de oude Dorpsstraat – gelegen op vijf minuten fietsen van het nieuwe centrum.

Wat? Heeft deze nieuwe stad van 120.000 inwoners een oude Dorpsstraat? En is er, in die gestenigde weilanden, niets opwindenders te vinden dan het spoor terug naar Ot en Sien?

Ik heb geen keus, het lokale volk zou mij leiden, dus ik zal het weten ook. Ik zoek mijn fiets. Maar help, ik ben verdwaald! De winkelstraten heten hier Onderlangs, Bovenlangs, Hogerop, Driekant of Rond: ik zie ze, al dwalend, hardnekkig terugkomen, evenals de lichtbakken van Blokker, Zeeman en McDonald’s – en even voel ik me als een autistische Dustin Hoffman in de film Rain Man, flippend in een schreeuwend Las Vegas.

Een ufo redt mij. Echt, daar hangt-ie, boven een van de winkelstraten. Mooi? Kitsch? Intrigerend, dat zeker. Een sportschool is erin gehuisvest, Marsmannetjes en -vrouwtjes fietsen er als een dolle, maar de ufo komt geen centimeter omhoog.

Heeft Zoetermeer nog meer van dit soort spannende gebouwen, vraag ik aan een langswinkelende moeder en zoon. Ik krijg een nuchtere vraag terug als antwoord: „Vind je dat ding spannend?”

3

3 Stadsmuseum Ik geef me gewonnen voor nostalgie: mijn fiets blijkt vlakbij de ufo te staan en de Dorpsstraat is snel gevonden. Een statig herenhuis is nu het Stadsmuseum. De collectie binnen biedt vertrouwde topstukken als een mammoetslagtand van dik 50.000 jaar oud en een middeleeuwse voorraadpot. Mijn lieveling is een blauwe Erres-stofzuiger uit de jaren zestig: gut ja, precies zo’n zelfde hadden wij vroeger thuis.

Maar dan, in de museumtuin. Felle kleuren, grillige vormen, bizarre uitdragerij. De tuin staat vol met ‘recyclekunst’: objecten gemaakt uit Zoetermeers zwerfvuil. Mooi idee, uitbundige vrolijkheid! (Lees erover op www.participARTe.nl) Ik begin van deze dorpsstad te houden.

4

4 De Dorpsstraat Het middaguur is ongemerkt verstreken. Tijd voor een late lunch. Ik heb geleerd: nooit te snel ergens neerstrijken, eerst de kust verkennen. Wat een sfeervol pleintje, halverwege de Dorpsstraat; jammer dat het geen terrasweer is. Wat een menukaart, om te watertanden, en knus bric-à-bracinterieur in uitspanning De Bakkerij. En wat een fijne sfeer in lunchroom annex cadeauwinkel De Zoetelaar, waar mensen met het syndroom van Down of een andere verstandelijke beperking in de bediening werken.

Ik loop de Dorpsstraat op en neer en bedwing de neiging de galeries en winkels binnen te gaan. Voor het museum, aan het begin van de straat, staat m’n fiets. Opeens voel ik de kapsalon opspelen. En ik besluit: ik kom hier terug, met een lege maag en zonder vooroordelen. Spannend idee.

Meer tips voor dagtoerisme in Zoetermeer staan op nrc.nl/nrcweekblad