Op het Citycollege is een hoofddoek verboden

Vlaanderen loopt te hoop tegen moslimmeisjes met hoofddoeken. Op een Rotterdamse middelbare school is het verbod op de hoofddoek al jaren een feit.

De zestienjarige Saloua wilde aan het eind van de schooldag haar hoofddoek uit haar kluisje halen. Maar haar hoofddoek was weg. Lichte paniek. „Dan ga je een keer zonder naar huis”, zeiden leraren. „Zeker niet”, zei Saloua. Een van haar leraren leende haar daarop zijn vest, dat ze strak om haar hoofd knoopte. Dat was erg lief van hem, zegt ze. „Hij moest in z’n T-shirt naar huis en het was best koud.”

Op het Citycollege St. Franciscus in Rotterdam (havo en vwo) zijn hoofddoeken al sinds begin jaren negentig verboden. Ook mogen de 700 leerlingen, van wie 94 procent allochtoon is, op school geen petten of mutsen dragen.

Nog niet veel Nederlandse scholen volgen het voorbeeld van het Citycollege. Maar bijna elke schoolleider in Nederland volgt met grote interesse de discussie in Vlaanderen, waar de hoofddoekkwestie is uitgegroeid tot rel. Op steeds meer Vlaamse scholen is het dragen van hoofddoekjes verboden en steeds meer leerlingen komen daartegen in het geweer. Sommige Vlaamse moslimmeisjes gaan zelfs niet meer naar school.

Rector Willem Vonk van het Citycollege weigert elk jaar „tien, vijftien” leerlingen. „Meestal is het de vader die problemen heeft. Hij wil zijn dochter wel hier op school, maar ze moet een hoofddoek dragen. Dan zeggen wij: nee. Dan zegt hij: u discrimineert. Dan zeg ik: nee, u heeft keus, u kunt naar een andere school gaan.”

Elke religieuze uiting is verboden op het Citycollege. Dat heeft ook gevolgen voor Vonk, overtuigd katholiek. „Een kruisje onder de kleding mag, maar je moet niet met een kruis op je borst paraderen. Je moet consequent zijn.”

De Nederlandse discussie over het hoofddoekverbod verschilt van de Vlaamse. Waar in Antwerpen vooral openbare scholen hoofddoekjes verbieden, mogen in Nederland alleen scholen op religieuze grondslag overgaan tot een verbod, mits goed beargumenteerd [zie inzet].

Directeur Wim Kuiper van de Besturenraad, koepel van christelijke schoolbesturen, ziet een tweede verschil. „In Antwerpen lijken scholen hoofddoeken te verbieden om moslims te weren en wit te worden. Dat vind ik akelig. In Nederland zijn moslims welkom op godsdienstige scholen.”

Op reformatorische scholen speelt de kwestie niet, omdat die geen moslimleerlingen hebben. Het zijn vooral de katholieke en de iets minder strenge protestants-christelijke scholen die worstelen met hoofddoekjes.

Officieel mogen deze scholen hoofddoeken verbieden, omdat deze religieuze uiting in strijd zou kunnen zijn met hun grondslag. Maar rector Vonk van het Citycollege geeft een ander argument. Als je een goede kans wil maken in de maatschappij, zegt hij, moeten mensen niet aan je kleding kunnen zien welk geloof je aanhangt. „Met een hoofddoek op heb je een dubbel probleem om jezelf waar te maken. Daar proberen wij onze leerlingen tegen te wapenen. Als ze na het eindexamen verkiezen een hoofddoek te dragen, is dat hun eigen bewuste keuze. Dan kunnen ze de consequenties hopelijk beter overzien.”

Lijnrecht tegenover Vonk staat Zeki Arslan, van multicultureel instituut Forum. „Als we nu zeggen: die hoofddoek bevalt me niet, af dat ding, dan zegt straks een van de tienduizenden Turkse of Marokkaanse ondernemers: dat blonde haar bevalt me niet. Als je hier wil werken, moet je het verven. Ja, ik draai het maar even om.”

Als je uiterlijke kenmerken gaat verbieden, zegt Arslan, leidt dat tot een nieuwe verzuiling. „We moeten gemengd onderwijs voorstaan. School is bij uitstek de plaats waar verschillende kinderen elkaar kunnen ontmoeten.”

Saloua, die op het Citycollege in 5 vwo zit, vindt het hoofddekselverbod vooral vervelend. „Mijn hoofddoek hoort bij mij. Het voelt alsof ik word belemmerd in het praktiseren van mijn geloof.”

Sarah (16) en Hakima (17) denken daar hetzelfde over. Zij kozen allebei voor een hoofddoek toen ze al op de middelbare school zaten, maar kunnen die binnen de schoolmuren niet dragen. Sarah: „De school stelt een muts of pet gelijk aan een hoofddoek. Ik vind het normaal dat je geen pet op hebt in de klas, maar een hoofddoek is een uiting van je religie. Dat is iets heel anders.” Het vervelendst vinden ze dat ze ook geen hoofddoek mogen dragen als ze met de klas naar buiten gaan. „Als ik met de klas naar de bioscoop ga, of op bezoek bij een hogeschool, mag ik mijn hoofddoek niet op”, zegt Sarah. Ze gaat dan midden in de groep lopen om zo min mogelijk op te vallen. Het voelt ongemakkelijk, vinden ze. Stel, zegt Saloua, je komt een bekende tegen, die ziet je de ene keer met en de andere keer zonder hoofddoek. „Die denkt dat ik een spelletje maak van mijn geloof.”

Ze doen hun hoofddoek af en op in de wc. De rector heeft bij de kluisjes spiegels laten ophangen, maar daar kan iedereen hen zien.

Alle drie hebben ze overwogen over te stappen naar een school waar ze wel een hoofddoek mogen dragen. Maar ze hebben het naar hun zin op het Citycollege, en zijn bang dat de leerstof niet aansluit.

Ook op het katholieke St-Gregorius College in Utrecht is het dragen van hoofddoekjes verboden. Deze school voert als argument aan dat hoofddoeken in strijd zijn met de katholieke grondslag van de school. Het St-Gregorius verbiedt niet zozeer religieuze uitingen, maar heeft gekozen voor een algemeen verbod op hoofdbedekking. Rector Frans van Noort: „Als je hier op school zit of werkt, heb je in het gebouw niets op je hoofd. Geen pet, geen keppeltje, geen hoofddoek. Ook de schoonmaaksters niet.”

Veel middelbare scholen op godsdienstige grondslag in grote steden zeggen dat hoofddoekjes geen enkel probleem vormen. Zo heeft het katholieke Fons Vitae Lyceum in Amsterdam volgens plaatsvervangend rector M. van Embden „wel moslimmeisjes, maar geen hoofddoekjes”.

Op het katholieke Aloysius College in Den Haag zijn hoofddoekjes alleen verboden tijdens de lessen gymnastiek. Rector Rola Hulsbergen: „Dat is om veiligheidsredenen, maar ook omdat we vinden dat sport hoort samen te binden. We willen bij gym geen onderscheid tussen leerlingen.”

Dat hoofddoekjes op het Aloysius tijdens de rest van de lessen wel zijn toegestaan, noemt Hulsbergen „opportunistisch”. De leerlingenraad, zegt ze, is sterk van mening dat iedereen de hoofdbedekking moet kiezen die hij of zij wil. „Als het geen probleem vormt, moet je er ook niets aan doen.”