Notarissen bestrijden lage tarieven en vrije markt

In een brief aan de beroepsorganisatie komen notarissen in opstand tegen budgettarieven van ‘afvallige’ collega's. Maar staatssecretaris Albayrak is niet onder de indruk.

Een ware revolutie binnen de gelederen van het ooit zo gesloten broederschap. Vorige week kreeg de notariële beroepsorganisatie KNB een brief in de bus. Met als boodschap: overtuig de politiek dat er op korte termijn minimumtarieven in de onroerendgoedpraktijk moeten komen, anders doen wij het. ‘Wij’, dat zijn tien grote notariskantoren, belangenvereniging de Nieuwe Stempel, zeven (oud-)hoogleraren en franchiseorganisaties Netwerk en Formaat.

De brief verwoordt het groeiende besef onder notarissen dat de marktwerking en de lage tarieven eigenlijk niet deugen en dat een beroepsorganisatie die dat niet inziet ook niet deugt. Een besef dat de afgelopen maanden gevoed werd door ieder nieuw initiatief van ‘afvallige’ collega’s die budgettarieven introduceerden of die de cliënt zelf zijn akte lieten opstellen (de doe-het-zelf-notaris). Verschillende notarissen drongen aan op actie, maar de KNB deed weinig. De discussie over de marktwerking was een gepasseerd station, zei voorzitter Erna Kortlang.

Toen 400 notarissen uit heel Nederland zich aansloten bij de Friese vereniging de Nieuwe Stempel, die zich hard wil maken voor minimumtarieven, drong het tot de KNB door: dit probleem kan niet worden genegeerd. Er zouden gesprekken komen en die zouden worden geëvalueerd. Kortlang mikte op december.

Daar wilden de briefschrijvers echter niet op wachten. Zij deden onderzoek naar de stemming onder de andere leden: 72,5 procent van de notariskantoren is het eens met de inhoud van de brief. Van een kwart kwam geen antwoord en slechts 2,5 procent kon zich niet vinden in de strekking.

Maar staatssecretaris Nebahat Albayrak van Justitie (PvdA) bleek dinsdag helemaal niet onder de indruk van de klaagzang van de notarissen. „Het notariaat heeft tien jaar lang geprofiteerd van de marktwerking”, zei zij. „In goede tijden was er niemand die klaagde, maar nu het slechter gaat blijken veel notarissen niets opzij te hebben gezet om de klappen op te vangen.” Dat is jammer, maar het risico van het vak, volgens Albayrak.

Een tegenvaller voor de briefschrijvers, die maandag met Kortlang al een strijdplan hadden opgesteld. Op de jaarlijkse notariële conferentie, gisteren in Groningen, ging Kortlang nog kort in op de brief. Haar toespraak begon met de woorden: „Is het ooit eerder vertoond dat notarissen zo frequent in de media zeggen dat de kwaliteit van de collega’s onvoldoende is? Is het ooit eerder vertoond dat notarissen zich op zo’n grote schaal zorgen maken dat beroepsgenoten aan derdengelden komen? En was het notariaat ooit zo verdeeld als nu het geval lijkt?” De in de brief aangekondigde motie kwam er niet. De toezegging van de KNB er nu écht iets aan te doen, was voldoende.

Nu worden de ‘reguliere besluitvormingsprocessen’ in gang gezet. Dat betekent dat de Ledenraad van de KNB zich eerst zal uitlaten over het verzoek om minimumtarieven. Op 25 november zal die raad beslissen of de KNB zich hiervoor als nog hard gaat maken bij de staatssecretaris.

„Dat had wel wat sneller gekund”, zegt Anna de Vries, notaris en oprichter van de Nieuwe Stempel, „maar ik ben blij dat ze het eindelijk hebben begrepen”. Ondertussen gaat de vereniging zelf verder met haar lobby in de Tweede Kamer. De SP is al overtuigd, het CDA is de volgende op het lijstje. Over de reactie van de staatssecretaris zegt De Vries dat „zij waarschijnlijk nog niet doordrongen was van de ernst van de zaak”.

Notarissen moeten inderdaad accepteren dat er minder wordt verdiend dan een paar jaar geleden, maar dat is volgens De Vries en de briefschrijvers niet waar het om gaat. Marktwerking past volgens hen niet bij de wettelijke taak van de notaris om transacties in goede banen te leiden en de rechtszekerheid te garanderen. „We willen concurreren op kwaliteit, niet op prijs.”

De strijd tegen de lage tarieven en de stevige concurrentie komt dus niet voort uit frustratie over de dalende inkomsten, maar uit vrees voor de kwaliteit van de dienstverlening. Zijn de verwijten van de staatssecretaris dan niet terecht?

„We moeten inderdaad niet meteen zitten huilen nu er slechte jaren aanbreken”, zegt notaris Rob van den Eijnden uit Etten-Leur, „maar er zijn wel schrijnende gevallen bij”. Hij noemt zichzelf een ondernemer, en daar komt het nu op aan. „Wij zijn ons meer op de personen- en familierechtpraktijk gaan richten, hebben mensen zelf aangeschreven of ze hun verouderde testament niet eens wilden herzien. Maar ook wij hebben mensen moeten ontslaan. Minder werk betekent ook minder personeel.”

Niemand zal volgens hem ontkennen dat er notarissen zijn die jarenlang erg goed hebben verdiend. Maar een deel van die notarissen is inmiddels met pensioen. Een jongere generatie heeft hen moeten uitkopen en zit nu in de schulden. Van den Eijnden erkent dat er nu wat veel notarissen zijn door de jarenlange hoogconjunctuur. Een natuurlijke selectie kan in die zin geen kwaad, maar is wel ontzettend slecht voor het imago. Daar stapt de politiek te gemakkelijk overheen. „Als kantoren omvallen of niet van de derdengelden af kunnen blijven, is het vertrouwen weg.”