Na de vrouwen de allochtonen

Nederlandse carrièrevrouwen zijn het zat. En daarom was het tijd voor het q-woord. Maar waar vrouwen in de subtop in opmars zijn en er zich een talentpool aan het vormen is die de komende twintig jaar kan doorstromen, is het met de opkomst van topmanagers van niet-westerse afkomst in Nederland echt droevig gesteld.

Tekenend is de reactie van multinationals die wij vroegen naar niet-westers allochtone topmanagers in hun rangen. Het gros bleef het antwoord schuldig, een enkel bedrijf was zo chic toe te geven (nog) geen geschikte mensen te hebben en twee wensten niet mee te werken. In de bovenste gremia van het Nederlandse bedrijfsleven zijn allochtonen nog veel dunner gezaaid dan vrouwen.

Net als nu bij de vrouwen gingen in het verleden ten aanzien van allochtonen stemmen op voor quota. In 1989 suggereerde de WRR in het rapport Allochtonenbeleid dat bedrijven gedwongen moeten worden om meer allochtonen in dienst te nemen. Die suggestie werd serieus in overweging genomen door de toenmalige premier Lubbers (CDA), maar verworpen vanwege praktische bezwaren. De afgelopen jaren dook het `q-woord` met enige regelmaat op in het publieke debat. FNV-voorzitter Jongerius, nu ook weer warm voorstander van het vrouwenquotum, pleitte bijvoorbeeld nog in 2004 voor een verplicht allochtonenquotum. Een verplicht quotum lijkt ons echter minder geslaagd.

Diversiteit is geen politiek correct speeltje dat je bij organisaties naar binnen kunt parachuteren. Het vloeit voort uit de geëmancipeerde, multiculturele samenleving. Voor bedrijven die in die samenleving succesvol willen opereren is het op de lange termijn bittere economische noodzaak.

Dit zijn delen uit langere expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/expert.