Minister-president is helemaal niet zielig

In zijn opiniestuk beweert August Hans den Boef (Opiniepagina, 7 oktober) dat de premier een gevangene is van de `grillen en nukken` van het Koninklijk Huis. In de geschiedenis, aldus Den Boef, is gebleken dat de Oranjes hun minister-presidenten altijd al bedrogen en onder druk gezet hebben. In de argumentatie moet hij echter zijn feiten beter op een rij zetten.

Wat hij bijvoorbeeld als feit aanneemt is Wilhelmina`s uitnodiging aan de Duitse keizer Wilhelm II in 1918. Maar dat is niets meer dan een speculatie. Historicus Cees Fasseur heeft aangetoond dat Wilhelmina waarschijnlijk niets wist van Wilhelms intentie om in Nederland asiel te zoeken, laat staan dat ze de Duitse keizer uitnodigde en zo premier Ruijs de Beerenbrouck confronteerde met een fait accompli. Den Boef mag het natuurlijk oneens zijn met deze visie, maar een speculatie misbruiken als bewijs voor het - volgens Den Boef - manipulatieve koningshuis, is een zwaktebod.

Ten tweede blijkt uit de geschiedenis inderdaad dat de ministeriële verantwoordelijkheid immer op gespannen voet stond met de bewegingsvrijheid van de Oranjes. Dit is niet zo`n bijzondere observatie. Den Boef gaat echter te ver door een paar schandalen bijeen te rapen om zo het punt te maken dat de Oranjes meer verantwoordelijkheid moeten nemen en dat de minister-president medeleven verdient. Binnen onze constitutionele monarchie is de bewegingsvrijheid die de Oranjes nemen toch echt de vrijheid die hun door de premier wordt toegestaan: dat is de ministeriële verantwoordelijkheid.