Mensen voor de export

Een op de tien Filippijnen werkt in het buitenland. Dat brengt welvaart, maar leidt tot ontwrichte families. ‘Vroeger waren we gelukkiger.’

Jesusan Benjamin met haar kleinkinderen in de wijk Bagung Barrio in Manila. Ze heeft als huishoudster in Koeweit gewerkt. Het eerste jaar wisselde zezeven keer van werkgever. Veel geld heeft ze er niet aan overgehouden. Haar salaris was laag. Geen van haar vijf kinderen kon studeren. Mentzel, Vincent

De omgang met de bazin is het moeilijkst, zegt Corie dela Cruz. De kleine vrouw met kortgeknipt haar geeft les aan Filippijnse vrouwen die dienstmeisje worden in het buitenland. In het trainingscentrum, in een industriewijk van Manila, zijn slaapkamers, eetkamers en badkamers nagebouwd. Sommige vrouwen stofzuigen er voor het eerst, of leren beddengoed gebruiken dat ze zelf niet hebben.

„Altijd lachen, altijd doen wat de bazin zegt”, adviseert Dela Cruz haar cursisten. Zelf heeft ze jarenlang gewerkt in Libanon. „Niet schreeuwen, maar je mag jezelf best verdedigen op een beleefde manier.”

In een ander deel van de stad zit een klas vol vrouwen die naar Saoedi-Arabië gaan. „Schiet op, schiet op”, zegt de docent in het Arabisch, een zinnetje dat elke aankomende dienstmeid moet kennen. „Hoe schrijf je de datum in Saoedi-Arabië?” Niet alle vrouwen in het overvolle lokaal letten op bij de verplichte taalles. Sommigen spreken al aardig Arabisch. „Ik zat al twee jaar in Qatar”, zegt er een. Een ander werkte eerder in Dubai.

De jongeren in een ander lokaal hebben betere vooruitzichten. Zij vertrekken naar Canada om te werken als schoonmaakster of ziekenverzorgster. Topbanen voor Filippijnse begrippen, want de Canadezen betalen goed. Nu leren ze over de Canadese cultuur. „Wen er maar aan”, zegt de lerares, als ze klagen of de airconditioning niet wat zachter kan. „In Canada is het ook koud.” De klokken in de klas geven alvast de tijd aan in Alberta en Ontario.

Duizenden Filippijnen worden op deze manier voorbereid op hun baan in het buitenland. Huishoudsters, bouwvakkers, zeelui, verpleegsters en ingenieurs: elke dag verlaten 3.380 Filippijnen hun land en familie voor banen die ze thuis niet kunnen vinden, vorig jaar in totaal ruim 1,2 miljoen. Ze gaan vooral naar het Midden-Oosten en andere landen in Azië. Daarmee zijn de Filippijnen een van de grootste leveranciers van arbeidsmigranten ter wereld. Naar schatting 8,8 miljoen Filippijnen werken in het buitenland, terwijl het land 90 miljoen inwoners heeft.

Uitgebuit

De grote uittocht begon in de jaren zeventig, toen de vraag naar werknemers in het Midden-Oosten steeg. Sindsdien is in de Filippijnen een omvangrijke migrantenindustrie ontstaan, waarin de overheid een belangrijke rol speelt.

Dat begint bij de Filippijnse Administratie voor Overzeese Arbeid (POEA), waar iedereen die weg wil zich moet registreren. Honderden ambtenaren in donkerblauw uniform zitten er opeengepakt in het oude gebouw, overal krioelen mensen met formulieren, mapjes en pasfoto’s. De Administratie houdt streng toezicht op de bureaus die banen in het buitenland regelen. Ze mogen geen bemiddelingskosten vragen die hoger zijn dan een maandsalaris.

De Welzijnsbond voor Overzeese Arbeiders (OWWA) organiseert de taal- en cultuurcursussen. De bond heeft ook vestigingen in het buitenland, waar migranten terecht kunnen als ze worden mishandeld of uitgebuit. Alle Filippijnse ambassades hebben een afdeling voor ‘Overzeese Filippijnse Arbeiders’. Oftewel OFW’s, zoals ze worden genoemd.

„Mijn telefoon rinkelt 24 uur per dag”, zegt ondersecretaris van Buitenlandse Zaken Esteban Conejos, als hij zijn kantoor binnenstormt. Hij is verantwoordelijk voor de redding van overzeese Filippijnen in nood. Sinds hij in 2006 begon, werden 96 arbeidsmigranten ter dood veroordeeld, de meeste voor drugssmokkel in China. Honderden worden dagelijks opgepakt voor ‘culturele misdrijven’, zoals alcohol drinken in het Midden-Oosten. Conejos liet duizenden Filippijnen evacueren toen er oorlogen uitbraken in Libanon, Oost-Timor, Georgië en Gaza. Hij vloog naar Nigeria om zeventig gekidnapte Filippijnen te redden en is nog in onderhandeling over 42 zeelieden die worden gegijzeld door Somalische piraten.

Filippijnse migranten zijn vaak beter af dan hun collega’s uit andere landen. De regering onderhandelt over de arbeidsvoorwaarden van haar migranten. Ze heeft voor huishoudelijk personeel een wereldwijd minimumloon afgedwongen van 400 dollar per maand en één vrije dag per week. Het gevolg is dat een Filippijnse dienstmeid in een land als Maleisië vaak het dubbele verdient van haar Indonesische collega’s.

Officieel moedigt de overheid haar burgers niet aan om naar het buitenland te gaan. In de praktijk lijkt het er wel op. Zo worden opleidingen aangepast aan de vraag naar arbeiders in andere landen. Er zijn bijscholingscursussen voor zeelui, want er wordt een tekort aan officieren verwacht. Er kwamen de afgelopen jaren steeds meer opleidingen voor verpleegsters. De overheid regelt ook computercursussen voor migranten. Om te waarborgen dat Filippijnse arbeiders gewilder blijven dan de concurrentie uit Indonesië, Sri Lanka of Bangladesh.

Arbeid is zo het belangrijkste Filippijnse exportproduct geworden. Vorig jaar stuurden migranten 18,3 miljard Amerikaanse dollar naar huis, oftewel 11,6 procent van het bruto nationaal product.

Iedereen heeft familieleden en vrienden in het buitenland. Dat betekent dat miljoenen Filippijnen ontsnappen uit de armoede en dat gezinnen schoolgeld kunnen betalen en een huis kunnen bouwen dat bestand is tegen tyfoons. Daar staat tegenover dat massamigratie gezinnen voor jaren uit elkaar rukt. Een generatie Filippijnen groeit op met het idee dat het schrobben van Canadese wc’s een topbaan is.

Little Italy

In het district Mabini, op drie uur rijden van Manila, hebben de huizen kleurig gepleisterde muren en sierlijke pilaren. „Deze mensen werken in Italië. Deze ook, deze ook”, zegt dorpshoofd Raymundo Magsino van Pulong Anahao, wijzend naar de huizen. Hij draagt een petje van Inter Milaan. Ze noemen zijn dorp ‘Little Italy’.

In een van de huizen logeert Regin Hernandez (29), die even vakantie heeft. Hij studeerde toerisme, maar werkt nu als schoonmaker in Rome. Op foto’s laat hij zien hoe het huis van zijn familie eruitzag toen hij klein was. Kaal, van hout, met buitenmuren waar je doorheen kunt kijken, vol met mensen. Nu staat er een villa met marmeren vloer, een pronkkast met kristallen zwanen en een altaar met een Jezus aan de muur. De mensen zijn weg. In het grote huis woont zijn moeder alleen met een huishoudster, al haar tien kinderen werken in Italië. Regin wordt er bijna nostalgisch onder. „Volgens mij waren we vroeger gelukkiger.”

Overal in het dorp klinkt hetzelfde verhaal. Veel grote, nieuwe huizen zijn bijna leeg, omdat de eigenaars in Italië zijn. De achterblijvers hebben geen baan. „Vroeger werkten de bewoners hier op het land”, vertelt dorpshoofd Magsino. „Nu wachten de meesten op cheques uit Italië. Ze kaarten met de buren, ze drinken.” De dorpsschool is leeggelopen, omdat ouders een privéschool kunnen betalen. Maar veel jongeren hebben geen zin om te studeren. Magsino: „Waarom zou ik, denken ze. Ik krijg toch dezelfde baan als mijn ouders: schoonmaken in Italië.”

Het huis van Buenaventura Ortega (53) is nog niet af. Op een cementzak op de veranda van kaal beton vertelt hij dat zijn vrouw al tien jaar schoonmaakt in Italië. Zelf werkt hij niet. „Wat zou ik moeten doen? Er zijn geen mogelijkheden.” Drie van zijn zussen werken ook in Italië, eentje stuurt hem soms geld. „Die anderen zijn gierig.” Eten doet Ortega meestal bij zijn ouders. Zijn dagen slijt hij op de veranda, in bed en bij hanengevechten.

Ortega maakt zich zorgen om zijn kinderen. Alleen de jongste van 16 woont bij hem. Zijn moeder en zus hebben de andere twee in huis. „Ik weet niet hoe ik voor kinderen moet zorgen.” Zijn zoon komt laat thuis en vertelt niet waar hij was. Hij wil niet meer naar school. „De kinderen zijn rebels omdat hun moeder er niet is”, zegt Ortega.

Migrantenkinderen

Door de massamigratie groeien miljoenen kinderen op zonder vader of moeder. Soms zonder allebei. Ouders komen elke twee jaar naar huis. De rest van de tijd voeden ze hun kinderen op met belminuten en sms’jes. Oma’s en tantes vullen de leegte op.

Of migrantenkinderen het beter of slechter hebben dan hun leeftijdgenootjes, valt niet te zeggen. Zij kunnen dankzij het buitenlandse geld van hun ouders naar een goede school en hebben meer geld voor schoolboeken en rekenmachines. Gemiddeld zijn hun schoolresultaten beter. Maar iedereen kent wel voorbeelden van kinderen die zonder hun ouders zijn ontspoord. Volgens Unicef vinden veel tieners dat ze minder goed af zijn dan leeftijdgenootjes met twee ouders. En vooral nu het steeds vaker moeders zijn die in het buitenland werken, door de stijgende vraag naar dienstmeisjes en verpleegsters.

Kinderen kunnen hun moeder moeilijker missen dan hun vader, zegt directeur Marla Asis van het Scalabrini Centrum voor Migratie, dat onderzoek doet naar de gevolgen van migratie. „De achterblijvende moeders passen zich aan. Maar de vaders weigeren om te moederen.”

Corie dela Cruz van de dienstmeisjesopleiding vertelt hoe zij haar zes kinderen bij haar moeder en man achterliet, toen ze in Libanon ging werken. In het klaslokaal vertelt ze hoe zwaar ze het had, met een veeleisende bazin en diens handtastelijke vader. Maar het was het waard, dacht ze, want zo konden haar dochters van 17 en 18 naar de universiteit. „Ik had gedacht dat ze afgestudeerd zouden zijn als ik terugkwam. Dat ik tegen iedereen zou kunnen opscheppen.” Tot ze telefoon kreeg van haar moeder: beide dochters waren zwanger en gestopt met hun studie.

Jacqueline Gomez (25) heeft nu een accountantsdiploma en een mooie baan, dankzij het geld dat haar vader stuurde vanuit het Midden-Oosten. Toch wordt ze verdrietig als ze over hem praat. Ze woont in achterstandswijk Bagung Barrio in Manila, waar ook veel migranten wonen. Zij gaan niet naar Europa, maar naar het Midden-Oosten. De huisjes zijn klein en groezelig.

De vader van Gomez vertrok toen ze zeven was. „Ik begreep wel waarom hij wegging. Maar ik verlangde naar papa’s sturing, naar papa’s liefde. Mijn jongere zus is op haar achttiende getrouwd, ik denk niet dat dat zou zijn gebeurd als hij thuis was geweest.” Vier dagen voor haar diploma-uitreiking moest hij plotseling terug naar Qatar, zegt ze, kijkend naar de grond. Daar werkt hij nog steeds, om het schoolgeld voor de jongste kinderen te verdienen.

„Familierelaties worden slechter door migratie”, zegt Garry Martinez, voorman van belangenorganisatie Migrante. Kinderen herkennen hun ouders niet als ze terugkomen, ouders weten niet wat hun kinderen bezighoudt. Martinez zegt dat veel ouders hun liefde alleen kunnen tonen door geld en cadeautjes te sturen. „Die kinderen hebben een mobieltje, gaan naar een privéschool. Maar er ontbréékt iets.”

Al snel blijkt Martinez te spreken uit ervaring. Hij heeft grote moeilijkheden met zijn 14-jarige dochter die werd geboren toen hij en zijn vrouw via een illegaal contract in Zuid-Korea werkten. Toen ze een paar weken oud was, stuurden ze haar met een vriend mee naar de Filippijnen waar haar oma haar grootbracht. Martinez zag haar pas terug toen ze zeven was en zorgt nu voor haar. Hun band is volledig verstoord. „Toen ik jarig was, wilde ik iets leuks met haar doen. Maar ze zei: ‘Vergeet het maar, jij was er toch ook niet toen ik een jaar werd’.”

Scheidingen

En dan zijn er de talloze verhalen over affaires, scheidingen en buitenechtelijke kinderen. Zoals bij Melinda Alcazar-Marasigan (36), die het juist goed voor elkaar lijkt te hebben. Op de veranda van haar bescheiden huis in het gehucht Puting Bato West vertelt ze dat haar man negen jaar geleden naar Israël vertrok, om oude mensen te verzorgen. Met het geld dat hij maandelijks stuurt, begon ze een varkensboerderijtje, kocht ze een stuk land en een appartement in Manila. Haar moeder verzorgt de koe. „Ik ben helemaal voorbereid op de toekomst”, zegt Melinda. Haar dochter (10) en zoon (12) spreken hun vader via de webcam in de slaapkamer.

Maar dan begint ze te huilen. Want in 2003 bleek dat haar man in Israël een affaire had. Melinda kwam erachter toen zijn minnares haar opbelde. Ze blijven bij elkaar voor de kinderen, maar de pijn is nog niet over. In plaats van met haar man, chat ze nu op internet met mannen uit Europa, die zeggen dat ze verliefd op haar zijn.

In het kantoor van belangenorganisatie Migrante in Manila zitten vijftien bezorgde familieleden. Hun mannen en broers zijn begin dit jaar vertrokken als bouwvakker naar de Malediven. Maar na een tijdje stopte het werk, en dus de inkomsten. De familieleden kregen wanhopige sms’jes, dat de mannen zichzelf in leven hielden door te vissen en regenwater te drinken. Ze willen naar huis, maar de Filippijnen hebben geen ambassade op de Malediven.

Alle inspanningen van de Filippijnse regering ten spijt, blijft het riskant in het buitenland te werken. Dienstmeisjes worden geslagen door hun bazinnen of aangerand door de baas. Werkgevers betalen niet uit. Elke dag overlijden zes tot tien migranten, zegt Garry Martinez, veel van hen door ongelukken op het werk.

Dat gebeurde ook met de 28-jarige broer van Chat Pepito. Hij werkte in Saoedi-Arabië als bouwvakker. Omringd door haar kinderen laat ze in haar piepkleine kamertje in Bagung Barrio foto’s zien van zijn begrafenis. Zijn opgebaarde gezicht is zwart en opgezwollen. „Hij wilde onze moeder helpen, want hij was de enige zoon”, zegt Chat. In november controleerde hij een geul, toen de grond afbrokkelde en hij

levend werd begraven. „Zijn contract zou bijna aflopen, maar hij had het net drie maanden verlengd.” Chat en haar familie hebben alle instanties afgelopen om zijn lichaam terug te krijgen, klopten zelfs aan bij senatoren. Uiteindelijk heeft het zes maanden geduurd.

Noodzaak

Ondanks alle moeilijkheden die migratie met zich meebrengt, blijft een goede baan voor veel Filippijnse jongeren synoniem aan een baan in het buitenland. Daar passen ze hun studie op aan. Dokters laten zich omscholen tot verpleger, omdat die gewild zijn in het Westen. Ook de broer van verpleger-in-opleiding Eugene Gibb Mendoza (18) heeft zijn artsencarrière opgegeven. „Hij had snel geld nodig. En verpleging betekent geld.” Op de Santo Tomas Universiteit is de helft van de studenten verpleging tegenwoordig man. De opleiding krijgt 10.000 aanmeldingen voor 500 plaatsen. Lerares Sundee-Pearl Arroco ziet veel studenten van goede families, die moeten wennen aan bedden opmaken of patiënten wassen. „ Ze doen het alleen omdat het moet.”

Marla Asis van het Scalabrini Centrum vindt het een van de grootste nadelen van de massamigratie: dat jongeren alleen nog een toekomst zien in het buitenland. „De aspiraties van mensen veranderen. Kinderen van 12 denken al aan werken in het buitenland.” Het scheppen van goede banen in de Filippijnen zodat mensen hier willen blijven, is tot nu toe niet gelukt. Het aantal Filippijnen dat weggaat, blijft elk jaar groeien.

„Dat is niet iets wat we moeten vieren”, zegt Susan ‘Toots’ Ople, politicus en dochter van de minister die in de jaren zeventig het eerste programma voor arbeidsmigranten opstelde. „Welk zichzelf respecterend land wil dat de economie drijft op het vertrek van haar burgers?” Haar vader dacht dat migratie een tijdelijk fenomeen zou zijn, zegt Ople. Nu is het volgens haar uit de hand gelopen.

Maar terugdraaien kan niet meer. Zonder migratie zou de Filippijnse economie instorten. Opgelucht constateerde de regering dat Filippijnse werknemers ondanks de financiële crisis nauwelijks terug naar huis werden gestuurd. „Naar het buitenland gaan zou een optie moeten zijn, geen noodzaak”, zegt Conejos, van het ministerie van Buitenlandse Zaken. „Dat is het beleid. Maar de realiteit is dat de werkgelegenheid hier niet in staat is de bevolkingsgroei bij te houden.”

Dus blijven de mensen vertrekken. Zoals de honderden mannen die zich verzamelen rond de kraampjes naast het Luneta zeeliedencentrum in Manila. Er hangen A4’tjes met onbegrijpelijke boodschappen: dringend gezocht, 3M, 2O. Oftewel: hier zoekt men een derde stuurman en tweede officier.

Na twee maanden bij zijn familie komt Noli Tacuyan (31) zich voor de vierde keer opgeven voor een contract als zeeman. Met tegenzin zoekt hij een baan als derde stuurman. „Ik vind het niet leuk om zo lang weg te zijn van mijn gezin.” De scheepsopleiding viel hem tegen, maar wat kan hij anders doen? „Ik ga weer naar zee, om geld te sparen voor mijn eigen bedrijf in de Filippijnen.” Nog vijf tot zeven jaar zal hij op schepen moeten werken, schat hij. Alhoewel? „Maximaal tien.” <

Meer foto’s van Vincent Mentzel over Filippijnse families staan op nrc.nl/nrcweekblad

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Mensen voor de export

Bij het artikel Mensen voor de export (Weekblad 10-16 oktober, pag 8-13) was de naam van de auteur onleesbaar. De reportage werd geschreven door Elske Schouten. Vincent Mentzel maakte de foto’s.