Louis

Twee volle dagen was Louis van Gaal op radio en televisie, is dat niet te veel van het goede? Tussendoor ook nog de presentatie van een boek in een orgie van zelfbenoemde coiffures. Zowaar in de Arena, als waren de Toppers schielijk geschraapt tot een eenpersoonsstaat. De essentie van een verweesde samenleving is het ontbreken van maat. Dan is de hemelvaart van de weduwe Hazes algauw het unieke orgel van smart en leed. Een eiland in Mozambique, zeg maar.

Louis kwam thuis, zoveel was duidelijk. En dat moest het land geweten hebben. Het leek wel of hij jarenlang was vastgehouden in Siberië. Of in Afghanistan. Alsof niemand nog wist wie Van Gaal was. Fokker, Deltawerken, jacht en visvangst, beschaving: eindelijk een gezicht van eeuwen. Die zelfbedachte euforie.

Ik heb de afgelopen dagen iets wezenlijks verloren: het mysterie Louis van Gaal. De illusie dat je zonder Jaap van Praag, Ron Jans en catering De Boer ook groots kunt zijn. Dat je als gedoodverfde communicatievandaal toch in liefde kunt eindigen. Misschien als bedsprei van de natie. Lantaarnpaal in duisternis. En dan niet alleen in de Arena, over oceanen.

Louis heeft zich ingeschurkt bij het plebs, en dat had ik niet verwacht. Had hij dat nodig? Ik dacht het niet. Hij was toch al jaren paso doble, rumba, driedubbele sprong en korte kür in het Nederlandse voetbal. Daar hoefden geen woorden bij, en ook geen boek. Zijn universum van concepten dwarrelde immer door alle jukbeenderen heen. Als een museum van hedendaagse kunst stond hij altijd langs het veld. En wie goed keek, zag ook nog de splitsing tussen het ego en de wereld. Alleen maar antennes van kennis en kunst. Caleidoscopisch contrapunt.

In de schouders van Louis lag het hele leven.

Dat moet je vooral niet zeggen, dat moet je geheimzinnig houden. Als garantie voor kwaliteit, als een dichter die je hardop moet lezen. Een fluistering van existentie. Een glimlach hoog boven het gemeen. In een surplace van ongekende wijsheid.

Maar Van Gaal kon niet weerstaan aan een LPF-achtige jubel. Als was hij Pim Fortuyn, zo knalde hij zijn bewonderaars omver. Helaas ook nog in dubieuze referenties naar Dirk Scheringa. Melaats willen en kunnen zijn, die zelfbedachte suprematie. Gelukkig, nog net niet in wollen sokken. Zo Arenagevoelig is Louis wel. Hij weet best dat René Froger in de buurt is. Mocassins zonder enig mededogen, verdriet als schoeisel.

Louis zei op de radio dat hij vrijwel elke dag moet huilen. „Er is altijd iets dat me raakt.” En nee, de Nobelprijs voor de Vrede beroerde hem niet. „Die meneer Barack Obama heeft eigenlijk nog niets gepresteerd.” Gevoelens en sentimenten van Van Gaal hebben een dwingende inner circle. Dat is ook zijn charme. Altijd afstand tussen tranen en de wereld.

Iets minder in rancune, natuurlijk. Je kon er gif op innemen dat Louis een paar ex-collega’s aan het spit zou rijgen. Lynchethiek is zijn natuur. En dus: geen goed woord voor Ronald Koeman. Ronald wie? Beestentroep! Dat is Louis: altijd in erectie, nooit eens een saunadoekje over de eigen slapjanus. Doodslaan, die handel!

Dat hij tranen heeft, weet ik als geen ander. Er ligt diepe gekwetstheid in Louis van Gaal. En er is maar één mens in de hele wereld die dat kan opheffen: Truus. Of opheffen? Laten we zeggen: balsemen.

De grote charme van Van Gaal is zijn gevoel voor miniaturen. Een winterrokje, laarsjes, handschoentjes, Florence en München, spelers op de bank. Eigenlijk is het afvallige zijn spiegelbeeld. De stille aristocratie van kabbelend water, van gras dat getergd wordt door erosie. De heerlijkheid van ruïne en verval. Louis wil altijd een moeder die buiten de elementen staat. Het monument dat met gretige vingers streelt en doet stilstaan. En desnoods heel oud wordt.

Okselnood.

Ik blijf van hem houden. In schaamte voor de collaboratie met zijn gewezen broodheer Dirk Scheringa. Maar ik geloof oprecht dat Van Gaal eerder zit te wachten op een glimlach van een vriend dan op het Grand Gala du Disque van Ruud Gullit. Alleen: hij kan het niet zeggen.

Dan maar een boek.

Had-ie maar gezwegen. Had-ie de woeste engel van bravoure in letters maar weerstaan. Helaas, dat lukte niet. Louis van Gaal wou zich nog graag eens profileren als prominent egoslachtoffer. Als een schreeuw om applaus, dat vooral. Hij kan het verder ook niet helpen. Laten we het houden op sentimentele schizofrenie. Op ons aller duistere verlangen naar altijd meer.