Licht in de kwikkwestie 6

Blijkens zijn reactie van 3 oktober op mijn brief van 26 september kan Arie de Goederen niet geloven dat de levensduur van een spaarlamp geheel bepaald wordt door het aantal keer aan- en uitschakelen (2500 keer).

Inderdaad geldt voor de spaarlamp óók een maximum aantal branduren (zo`n 10.000): anders zou hij altijd blijven branden als je hem niet uitzet, terwijl natuurlijk zelfs een spaarlamp niet het eeuwige leven heeft. Dit maximum is echter van geen enkel belang voor spaarlampen die telkens maar betrekkelijk kort aanstaan: die zijn immers al lang stuk gegaan door herhaaldelijk aan- en uitzetten voor ze aan 10.000 branduren toe zijn. Voor het aantal branduren dat een spaarlamp feitelijk haalt, doet het er evenmin toe hoe frequent hij aan-en-uit gaat (aantal keren per etmaal) wat De Goederen lijkt te suggereren, alleen het totaal aantal keren telt. Uiteraard lopen bij een hogere frequentie de kosten van telkens kort brandende spaarlampen wel navenant sneller op.

Wetenschapsbijlage 26-09 en 03-10-09