Kijken naar een olifant of vogel?

'Real Tennis', 2008 (Foto Elliot Wilcox)

Fotografie PRUNE: Abstracting Reality, t/m 9 dec. in Foam, Keizersgracht 609, Amsterdam, foam.nl ***

Het lijkt een aquarel, maar het is een foto. Met een wegwerpcamera waarmee je onder water kunt fotograferen, nam de Amerikaanse fotograaf Luke Gilford een kiekje van een vriend in een zwembad. Vervolgens maakte hij de schroeven van de camera los en liet het chloorwater erin lopen. Het resultaat, dat hij door een eenuurontwikkelcentrale op groot formaat liet afdrukken, is een ‘portret’ van die vriend in zoetgekleurde vegen. Chlorine Stain heet het.

Gilford is een van de elf kunstenaars van wie nu werk te zien is op de tentoonstelling PRUNE: Abstracting Reality in het Fotografiemuseum Amsterdam (prune betekent in het Engels snoeien, geleiden). In elf toonaarden wordt de vraag gesteld waar fotografie ophoudt en de abstracte beeldende kunst begint. We zijn immers gewend dat de fotografie ons iets herkenbaars voorzet; die verwachting wordt op z’n kop gezet. Waarmee de vraag meteen wordt gesteld: waarom dan een camera gebruikt in plaats van een kwast?

Prune is samengesteld door Kathy Ryan, fotoredacteur van The New York Times Magazine. Tijdens een debat bij de opening vertelde dat ze het haar was opgevallen dat fotografen in diverse landen – losse individuen, nog geen school – ertoe overgaan abstracte beelden te maken. Ze vergeleek ze met jazz. „Fotografie wordt niet meer alleen gebruikt om de werkelijkheid voor de lens te vangen. De foto is niet meer verbonden aan iets tastbaars, het is alleen een middel om vorm en kleur te laten zien.”

Dat gaat op voor veel van de werken in Foam. Neem bijvoorbeeld de partituren van de Engelse kunstenaar Idris Khan. In Struggling to hear stapelt hij al Beethovens sonates digitaal op elkaar tot een dichte massa met hier een daar herkenbare noten – een sterke verwijzing naar de oprukkende doofheid van de componist.

Het lijkt een schilderij, maar het is een foto. De Duitse fotograaf Thomas Ruff, die al eerder enorme afdrukken van sterrenhemels heeft gemaakt, heeft intens gekleurde afdrukken gemaakt van de ringen van Saturnus. Die beelden zijn door het ruimtevaartuig Cassini naar de aarde verzonden en Ruff heeft ze uit het NASA-archief gehaald. Hij heeft deze beelden dus niet zelf in de gebruikelijke zin ‘gemaakt’ – de kunstenaar bemiddelt, hij kiest de beelden en geeft ons toegang ertoe. Kun je dan nog wel van een foto spreken? Ryan: „We noemen het ‘foto’ alleen omdat we er geen ander woord voor hebben.”

Twee van de kunstenaars in de expositie zijn het duo Adam Broomberg en Oliver Chanarin. Zij laten hier hun American Landscapes zien, een serie suggestieve details uit commerciële fotostudio’s op verschillende plaatsen in de VS. Broomberg waagde zich aan kritiek op de overdaad aan esthetisering die hij in deze vrijblijvende abstracte beelden bespeurt: „Het gevaar dat deze tentoonstelling bedreigt is dat alles te mooi is. Juist de rommeligheid van het leven is interessant. Schoonheid is behoudend, een soort verdoving.”

Ryan was het niet met hem eens. Het abstracte spel van lijnen en kleurvlakken in het werk van de pas afgestudeerde Britse fotograaf Elliott Wilcox, hebben een zeggingskracht die volgens haar vergelijkbaar is met het werk van Barnett Newman en Ellsworth Kelly. Je geest weet dat je genoegen moet nemen met de abstractie, toch blijven je ogen aan de beelden pulken om een herkenbaar aanknopingspunt te vinden. In een van de zalen vraagt een moeder aan haar dochtertje: „En, wat zie je daar?” Het kind vreest een strikvraag en denkt heel lang na voordat het oppert: „Een olifant?’’ Nee, zegt de moeder, zelf inmiddels ook wat minder zeker, „ik zie er een vogel in. Misschien.”