'Ik heb me altijd bevestigd gevoeld'

Enthousiast is hij altijd geweest, als voetballer en mens. Nu nog een nieuwe club, liefst in Engeland. Terug naar Strawberry Field, of wat er op lijkt.

Zenden voor het hotel van zijn vader in Maastricht: "In Nederland word je al gauw veroordeeld zodra je op witte schoenen voetbalt. Je moet hetzelfde zijn als de anderen. Grijze muizen." (Foto Etienne van Sloun) Sloun, Etienne van

Wat doet een vermaarde 33-jarige voetballer die al drie maanden geen werk heeft? Hij wacht, hoopt, onderhandelt en traint. Nieuwe werkgevers dienen zich aan. Clubs in Griekenland, Italië, Frankrijk, België, Nederland en Engeland willen hem wel inlijven, maar blijken toch niet aan zijn wensen te kunnen voldoen. Intussen traint hij door, zes dagen per week, rondom zijn ouderlijk huis waar hij na twaalf jaar even is teruggekeerd. Terug in het nest, een warm en veilig nest waaruit hij weer snel wil wegvliegen.

Donderdagnacht keerde Boudewijn Zenden terug in Maastricht van een paar dagen trainen bij Sunderland, een club in de Engelse hoogste divisie. Hij klonk positief aan de telefoon in Newcastle waar hij op de vlucht naar Brussel wachtte. Hij had lekker meegetraind met een deel van de selectie, was onder de indruk van de trainingsaccommodatie, voelde zich thuis in het noordoosten van Engeland waar hij vier jaar geleden al eens woonde en had een goed gesprek met de trainer. Volgende week mag hij terugkomen. Ze waren onder de indruk van zijn fysieke conditie, zei hij trots.

Een paar dagen eerder, in Maastricht, was er ook die trots geweest. Bij zijn vader en zijn moeder. Boudewijn zag er goed uit. „Drie kilo onder mijn gewicht”, zei hij trots. „Zes dagen in de week trainen. Ik loop 9,2 kilometer, mijn vader van zeventig ernaast op de mountainbike. Halverwege ga ik squatten met mijn vader op mijn rug en sprint ik twintig meter de berg op. Hier om de hoek train ik bij een atletiekclub op de baan volgens een schema van mijn looptrainer bij mijn vorige club Olympique Marseille. Daarna ga ik thuis, hier op de judomat van de sportschool van mijn vader, krachtoefeningen doen. Opdrukken, buikspieroefeningen, rekken en strekken.”

Tussendoor oefent hij een uurtje met de bal op het grasveldje naast zijn ouderlijk huis, onder de oude stadswal van Maastricht, tussen de middeleeuwse kanonnen die als doelpalen fungeren. Schieten, dribbelen, passen, schaar- en schijnbewegingen. Soms komen er jongens meevoetballen. Dan voelt het weer als vroeger. Hier voetbalde hij als klein jongetje voordat hij zijn lange reis begon, van Maastricht naar PSV in Eindhoven, naar Barcelona, Chelsea in Londen, Middlesbrough, Liverpool en Olympique Marseille.

Met discipline heeft hij nooit moeite gehad. Hij judode al vanaf zijn vierde en werd er een kampioen in. Intensief trainen geeft hem een goed gevoel. „Ik heb altijd voor mijn sport geleefd. Ik rook niet en drink niet, ik ben altijd zuinig op mijn lichaam geweest. Daar heb ik mijn nadagen voordeel van. Bij Marseille liep ik altijd voorop in de training, nog vóór de jonkies. Vier jaar geleden heb ik een kruisbandoperatie ondergaan aan mijn knie, maar versleten voel ik me nog lang niet. Als je in Nederland 33 bent, ben je per definitie oud. In Engeland zeggen ze: if you’re good enough, you’re old enough.”

Engeland, daar wil hij liefst weer voetballen én leven. Hij woonde in Barcelona en Aix-enProvence, sfeervolle steden. Maar Londen, waar hij nog altijd in Chelsea Harbour een appartement bezit, en Liverpool, waar hij nabij Strawberry Field woonde – vlakbij het ouderlijk huis van John Lennon – of Yarm, het schilderachtige stadje bij Middlesbrough, dat is toch wat anders. In Engeland gaat zijn hart als gepassioneerd voetballer open. „Het voetbal wordt er positief benaderd. Het publiek leeft intens mee, er zijn geen hekken in de stadions. Mensen zingen de hele wedstrijd door. Daardoor wil je altijd aanvallen en gaan. Een fan blijft een fan, al degradeert zijn club naar de vijfde divisie.”

Sfeer, daar gaat het om bij voetballers als Boudewijn Zenden, voetballers die zonder vrees op hun tegenstander afgaan. Vroeger was hij de snelle vleugelspeler die zijn tegenstanders dol draaide en dan de bal onnavolgbaar voor gaf of eenvoudigweg spontaan op het doel schoot. Omdat de spelsystemen in de loop der jaren iets zijn veranderd, speelt hij nu het liefst vanuit het middenveld. Daar waar altijd wat gebeurt, met en zonder bal. Op links, omdat hij nu eenmaal met zijn linkerbeen het best uit de voeten kan. Als er maar sfeer is, want dan is hij in zijn element. „Ik speelde in Camp Nou in Barcelona voor 100.000 toeschouwers. Dan vlieg je. Laatst was ik er als co-commentator voor de Engelse tv-zender ITV, dan geniet je. Ik voelde wat er met mij als voetballer gebeurde. Bij Marseille hetzelfde. De populairste club van Frankrijk. In dat stadion overkomt je iets, zo intens. Of in Liverpool, op Anfield. Dat heb ik allemaal meegemaakt. Dat zijn de wedstrijden waarvoor je het toch allemaal doet.”

Zoveel toeschouwers. Onder druk spelen, wat is dat? „Toen ik judode voelde ik me lekker als mensen voor mij kwamen. Toen ik bij PSV in de A-jeugd speelde, ik was toen zestien jaar, werden sommige wedstrijden uitgezonden door de TROS. De andere jongens zeiden dan: ‘Er staan vandaag camera’s langs de lijn, dan zal Boudewijn wel scoren.’ Ik heb geen faalangst, ik ben optimistisch, ik geniet van elk moment dat ik besta en kan laten zien wie ik ben. Dat heb ik aan mijn ouders te danken. Ze zeiden: ‘Er zijn altijd mogelijkheden om je te ontplooien. Als je in jezelf blijft geloven, zullen anderen ook in jou gaan geloven’. Ik heb me altijd bevestigd gevoeld.”

Toen hij vorig jaar met Olympique Marseille in de Amsterdamse Arena tegen Ajax speelde, werd hij uitgefloten door het Ajaxpubliek. „Kennelijk ben ik bekend en heb ik in het verleden toch wat goeds gedaan, waardoor die mensen me moesten uitjouwen”, zegt hij met een glimlach. Maar hij werd ook geconfronteerd met scheldpartijen die zijn zus (samenwonend met oud-Ajacied John Heitinga) en zijn moeder betroffen. „Dat is ook voetbal, en misschien wel Nederlands. Als ze mij daarmee willen pakken, zijn ze aan het verkeerde adres. Ik hoor het en denk ‘domoren, ik ga lekker door’.”

Hij grijpt terug naar zijn opvoeding. „Ik heb geleerd zelfstandig te opereren. Mijn ouders zeiden: ‘Als je iets wilt moet je het zelf halen, als je wat wilt moet je het zelf doen, niemand komt het naar je toe brengen. Ik reisde als jongen van veertien elke dag op en neer van Maastricht naar Eindhoven. Ik zat ’s morgens op school in Maastricht, ging ’s middags trainen bij PSV en was ’s avonds om tien uur thuis. Discipline, voor jezelf zorgen en anderen respecteren, dat is er bij mij ingegoten. Als ik in een ander land kom, ga ik er zelf op uit. Ik doe het vooral zelf.”

Aanpassen is het sleutelwoord. „Je kunt niet verwachten dat mensen zich aan jou aanpassen. Jij bent te gast in Frankrijk, Spanje of Engeland. Jij moet zorgen dat je de taal spreekt. Jij moet je op z’n minst een beetje verdiepen in de cultuur en wat de gewoonten zijn. Ik heb al vroeg Spaanse les gevolgd. Ik had toen liever Italiaans gedaan, maar dat kon ik niet krijgen op de avondopleiding in Eindhoven. Ik heb er ook marketing-public relations gedaan. Ik wil weten hoe alles werkt. Ik ben nieuwsgierig. Toen ik bij PSV was, kwam de Braziliaan Ronaldo. Ik wilde met hem communiceren, dus probeerde ik met hem Portugees te spreken. Alles is meegenomen uit vreemde culturen.”

Hij is altijd benieuwd naar dat vreemde. Hij keek als jongen met zijn vader naar buitenlands voetbal op televisie en zag belangrijke Nederlandse voetballers uitblinken in Italië, Spanje, Duitsland en Engeland. Dat wilde hij ook: de wereld veroveren. „Mijn vader was vroeger altijd op reis. Eerst als collega van Anton Geesink in Japan vooral en weet ik waar allemaal, toen als judoverslaggever voor televisie. Mijn vader was overal, mijn moeder was thuis. Dat schept een band. Mijn vader als wereldreiziger, mijn moeder als beheerder van het warme nest.”

Hij kan er niet tegen als andere voetballers worden bestempeld als ‘mislukkeling’ omdat ze zich niet hebben kunnen waarmaken in het buitenland. „Ze zijn niet mislukt. Ze hebben het geprobeerd, maar het is ze niet gelukt. Daarvan hebben ze geleerd. Alles wat je onderneemt en wat niet lukt, is een leerproces. Dat is toch mooi, dat is toch het leven. Leren van ervaringen, leren van dingen die je niet gewend bent. Ik ben blij dat ik al die dingen heb mogen doen. En ik ga door, ik wil meer leren, meer doen en meer genieten.”

Genieten van ander gedrag, bijvoorbeeld. „In Nederland word je al gauw veroordeeld zodra je op witte schoenen voetbalt of een haarband draagt. Je moet hetzelfde zijn als de anderen. Grijze muizen. In andere landen mag je laten zien dat je wat hebt bereikt. Bij Chelsea reed ik in het begin een Ford Mondeo, een auto van de club. Supporters zeiden: ‘Waarom rij je geen Ferrari?’ Ze bedoelden: laat zien wat je waard bent, laat zien wat je bereikt hebt, dat is toch het voorbeeld voor ons allemaal.”

Hij heeft geleerd dat hij zichzelf moet laten zien. Eens was hij de immer enthousiaste voetballer die al op zeventienjarige leeftijd de harten stal van de fans van PSV. Olympique Marseille wilde hem graag behouden. Maar wie eerst nee zegt tegen Boudewijn Zenden en daarna ja, moet weten dat hij al bezig is met een nieuwe uitdaging. Sunderland lijkt hem wel wat, voetballen in het Stadium of Light. . „Ik heb altijd gedacht: in het buitenland voetballen, daar word je als mens alleen maar rijker van.”