'Ik ben geen schreeuwer'

De Amerikaan Kenneth Roth is al zestien jaar de baas van de wereldwijd actieve mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Gesprek over de strategie van beleefd maar duidelijk dreigen. ‘Ik prijs het zeer dat Den Haag zo beginselvast is.’

‘Je moet keihard zijn en kunnen dreigen”, zegt Kenneth Roth. „Maar ik doe het altijd op een rustige toon.” De vraag was hoe hij een gesprek voert met politieke leiders die verantwoordelijk zijn voor martelingen, verdwijningen of andere schendingen van de mensenrechten. Als directeur van Human Rights Watch heeft Roth ervaring met dat soort gesprekken.

Een dictator die zijn huiswerk niet heeft gedaan zou Roth, met zijn jongensachtige voorkomen, makkelijk kunnen onderschatten. Maar de Amerikaan (54) is geen groentje. Hij leidt de mensenrechtenorganisatie al sinds 1993. Met 280 mensen in dienst en kantoren in tachtig landen is Human Rights Watch een van de invloedrijkste internationale pleitbezorgers voor de mensenrechten.

„Als ik met een staatshoofd spreek heb ik de luxe dat ik hem de waarheid kan zeggen,” zegt Roth. „De burgers van zijn land riskeren misschien vergelding, maar ik kan weer vertrekken. Dat geeft me de plicht onverbloemd het woord te voeren.”

Hoe Roth opereert, was bijvoorbeeld ruim twee jaar geleden goed te zien op een conferentie over veiligheidsvraagstukken in München. Vladimir Poetin, toen nog president, had daar in een spraakmakende toespraak de Verenigde Staten een gevaar voor de wereldvrede genoemd, omdat het land zo eigenmachtig optrad en zich niets aantrok van het internationale recht. De verzamelde regeringsleiders, ministers van Defensie, hoge militairen en veiligheidsexperts hadden het bedremmeld aangehoord.

Maar ergens achterin de zaal stond de mensenrechtenactivist op, als het eigenwijze jongetje in de klas. U verwijt de Amerikanen wel dat ze alle macht in de wereld naar zich toetrekken, wierp hij de Russische president tegen, maar in eigen land doet u precies hetzelfde. Poetin verdedigde zich omstandig met het argument dat het bestaan van een kleine communistische partij bewees dat Rusland wel degelijk een democratie was. Geen serieus antwoord, oordeelde Roth na afloop in de wandelgangen. Maar de Amerikaan had zijn punt gemaakt en, zei hij, „ik had wel het gevoel dat het hard aankwam”.

Met een paar verse tijdschriften onder zijn arm komt Roth op een zaterdagmiddag, precies op de afgesproken tijd, een drukke Starbucks binnen aan de Upper West Side van Manhattan. Hij is veel op reis, maar New York is thuis. Hier woont hij met zijn vrouw en twee dochters, hier houdt hij zijn conditie bij door regelmatig hard te lopen in Central Park.

Als hij een kop thee heeft gehaald, begint Roth te vertellen – over zijn drijfveren, over de geest van Guantánamo, de overeenkomsten tussen Bush en Obama en het Nederlandse mensenrechtenbeleid. En ook over de geloofwaardigheid van zijn organisatie, nu bekend is geworden dat een prominente medewerker nazi-memorabilia verzamelt.

Net een dag eerder is Roth teruggekomen uit Afrika. „In Oost-Congo sprak ik met president Kabila over de enorme toename van het aantal verkrachtingen door Congolese militairen. Het werd een constructief gesprek, Kabila wil ook niet dat die verkrachtingen plaatsvinden, we hadden dus een gedeeld belang. Wij ontvouwden een plan in drie stappen om het probleem aan te pakken: een zero tolerance beleid aankondigen, de verkrachters vervolgen, en duidelijk maken dat commandanten die verkrachting door de vingers zien, hun baan verliezen. Om de druk op de president op te voeren hadden we van tevoren ook een persconferentie gegeven. Binnen twee dagen kondigde de regering een programma aan langs de lijnen van onze aanbevelingen.”

Niet alle regeringsleiders zullen zo openstaan voor kritiek en advies.

„Nee, we hebben voortdurend flinke botsingen. Regeringen ontkennen vaak botweg dat er politieke gevangenen zijn of dat er gemarteld wordt. Maar wij hebben altijd gedetailleerde rapporten bij ons die bewijzen wat er aan de hand is.

„Als ze eenmaal erkennen dat er een probleem is, kom je bij de vraag of de regering bereid is er iets aan te doen. Dan moeten we beleefd maar duidelijk dreigen dat er gevolgen zullen zijn als de schendingen van de mensenrechten doorgaan – variërend van het aan de schandpaal nagelen van de regering in de media, tot het in gevaar brengen van buitenlandse hulp of deelname aan internationale topontmoetingen. We brengen de boodschap over dat Human Rights Watch met de hulp van machtige landen in staat is dingen te blokkeren die voor hen belangrijk zijn. We spelen hard ball: als deze martelingen doorgaan, verliest u uw ontwikkelingshulp, of zullen we ervoor pleiten dat u voor het Internationale Strafhof wordt gesleept.”

Maar hard tegen hard, daar zijn uw gesprekspartners ook goed in.

„Ze vallen ons vaak aan, ja, ook in de pers. Dan zeggen ze dat we bevooroordeeld zijn of niet weten waar we het over hebben. Maar ik ga nooit het kantoor van een president binnen, als ik niet hele harde feiten heb.”

U spreekt mensen die voor allerlei gruwelijkheden verantwoordelijk zijn. Blijft u altijd rustig?

„Ik ben geen schreeuwer, dat is niet mijn stijl. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat je effectiever bent als je beleefd blijft en je emoties beheerst.”

En verliest de persoon tegenover u wel eens zijn zelfbeheersing als u met zware beschuldigingen komt?

„O ja. De minister van Binnenlandse Zaken van Oezbekistan bijvoorbeeld werd heel erg boos toen we hem vertelden dat er, terwijl wij met hem spraken, mensen gemarteld werden in de kelder van zijn gebouw. Marteling is een oud probleem in Oezbekistan en deze man weigerde te erkennen dat het gebeurde. We dreigden met sancties – maar helaas is de Europese Unie teruggekrabbeld.”

Voelt u zich wel eens geïntimideerd door dit soort machtige figuren?

„Totaal niet. De effectiefste manier van antwoorden op iemand die tegen je begint te schreeuwen, is zachter gaan praten. Ik heb het voordeel dat ik dit al heel lang doe, veel langer dan zij aan de macht zijn in de meeste gevallen. Soms proberen ze ons af te doen als naïeve wereldverbeteraars, die geen idee hebben hoe het eraan toegaat in de grote wereld. Vaak laat ik dan even vallen dat ik vijf jaar openbare aanklager ben geweest in New York – en dat verwachten ze meestal niet.”

Als kind, vertelt Roth, hoorde hij verhalen hoe het was om te leven onder Hitler. Zijn vader was opgegroeid in Frankfurt en wist in 1938 („ik geloof met een van de laatste boten uit Nederland”) de nazi’s te ontvluchten naar New York.

Dat Roth zich is gaan bezighouden met mensenrechten heeft daarmee zeker te maken, zegt hij. „Maar ik ben ook erg gevormd door het idee van Jimmy Carter (president van 1977 tot 1981, red.) dat mensenrechten een belangrijke rol moeten spelen in het buitenlands beleid. Ik studeerde rechten en ik was een product van de jaren zestig. Als ik iets ouder was geweest, zou ik me waarschijnlijk hebben aangesloten bij de burgerrechtenbeweging, die opkwam voor de rechten van zwarte Amerikanen. Maar tegen de tijd dat ik was afgestudeerd, waren internationale mensenrechten hét nieuwe, opwindende terrein.

„Helaas waren er geen banen in te vinden. Bij Human Rights Watch werkten toen twee mensen, en geen van die twee was ik. Amnesty International was groter, maar ook nog klein. Ik heb me als vrijwilliger aangemeld bij Human Rights Watch en er zes jaar ’s avonds en in de weekenden vrijwilligerswerk gedaan, naast mijn baan als aanklager.

„In 1987 kreeg ik opeens een telefoontje van de directeur, die inmiddels twintig man in dienst had, of ik zijn rechterhand wilde worden. Al mijn collega’s waren druk partner te worden bij grote advocatenkantoren, maar ik stapte over naar een kleine organisatie waar niemand van gehoord had. Het was de beste stap die ik in mijn leven gezet heb.”

Maar werken uw interventies? Wordt er één Iraakse homo minder vermoord omdat u er tegen protesteert?

„Het is nog te vroeg om dat te zeggen. Maar het is nu bekender dat er homo’s in Irak worden vermoord dan vóór we daarover deze zomer een rapport uitbrachten. En door duidelijk te laten zien dat dit een patroon van wreedheden is, hebben we de Iraakse regering gedwongen stappen te nemen om homo’s te beschermen. Wat het oplevert, moeten we nog afwachten, maar we blijven het in de gaten houden.

„In Egypte, om een ander voorbeeld te geven, benaderde de politie homoseksuele mannen op het internet met avances. Zo lokten ze hen in de val, waarna ze in elkaar geslagen en gemarteld werden. Toen Human Rights Watch het bekendmaakte, en ik er zelf in Kaïro een persconferentie over hield, stopte het dezelfde dag nog. Zulke praktijken zijn in het volle daglicht vaak niet vol te houden.”

De afgelopen maanden werden de rollen omgedraaid en werd Human Rights Watch zélf mikpunt van pijnlijke kritiek. Een militaire analist van de organisatie bleek een verwoed verzamelaar te zijn van leren SS-jassen, nazimedailles en andere Duitse (en Amerikaanse) memorabilia uit de Tweede Wereldoorlog. De man heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de kritische rapportage over het Israëlische gebruik van het gevaarlijke witte fosfor in de Gaza-oorlog (eind vorig jaar, begin dit jaar) en eerder bij rapportage over het gebruik van clusterbommen in de Libanon-oorlog (in 2006). Hoe kan zo’n man neutraal over Israël rapporteren, vond de Israëlische regering, die er het zoveelste bewijs in ziet dat Human Rights Watch bevooroordeeld is.

Een analist van een mensenrechtenorganisatie met zo’n hobby, dat wekt toch op z’n minst een vreemde indruk?

„Ook voor mij was het een hele ongelukkige ontdekking. Maar ik heb nooit ook maar een begin van antisemitisme bij hem gezien. En deze man heeft een ongelooflijke expertise. Hij kan naar een plaats kijken die gebombardeerd is en zien wat voor munitie gebruikt is, waar vandaan het explosief is afgevuurd en met wat voor wapen. Zijn werk is onberispelijk. Niemand trekt zijn deskundigheid in twijfel.

„Natuurlijk kan Israël nu de aandacht afleiden van wat er in de Gazastrook is gebeurd en vragen: waarom verzamelt hij zulke dingen? Hij is ermee begonnen omdat zijn grootvader in de Tweede Wereldoorlog bij een Duitse eenheid heeft gediend.

„Toen hij voor het eerst voor zijn werk met het Midden-Oosten te maken kreeg, was hij bang dat hij te veel pro-Israël zou zijn. Voor hij bij ons kwam heeft hij bij het Pentagon gewerkt, waardoor hij een natuurlijke sympathie had voor moderne legers. Pas toen hij zag hoe Israël in de Gazastrook opereerde begon hij te rapporteren dat het een soort georkes- treerde aanval was op burgers.”

Blijft hij voor u werken?

„We hebben hem met betaald verlof gestuurd zolang het onderzoek loopt dat we hebben ingesteld. Op de uitkomst daarvan kan ik niet vooruitlopen.”

Maar de geloofwaardigheid van uw organisatie is nu in het geding.

„Dat overkomt ons voortdurend. Human Rights Watch wordt altijd aangevallen door regeringen die niet blij zijn met wat wij over hen zeggen. Op onze website hebben we een lijst gezet van regeringen die ons bevooroordeeld noemen. Zo’n beetje elke dictator staat erop. Wil Israël daar werkelijk bij staan?

„Ze willen de boodschapper tot zwijgen brengen. Niet alleen Human Rights Watch ondervindt dat, maar ook Break the Silence, de groep van kritische Israëlische soldaten, de mensenrechtenorganisatie B’Tselem en de onderzoekscommissie van de Verenigde Naties onder leiding van de Zuid-Afrikaanse rechter Richard Goldstone.”

Het zogeheten Goldstone-rapport oordeelde vorige maand dat zowel Israël als de Palestijnse beweging Hamas tijdens de Gaza-oorlog oorlogsmisdaden hebben begaan. Niet alleen in Israël, maar ook in de Verenigde Staten en Europa is de evenwichtigheid van het rapport meteen in twijfel getrokken. De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties heeft een stemming over de omstreden bevindingen onlangs uitgesteld tot maart volgend jaar.

Wat er met het rapport van Goldstone gebeurt, is volgens Roth niet alleen belangrijk voor het Midden-Oosten. „Het is een test voor de geloofwaardigheid van het Westen. Goldstone is een zeer gerespecteerd jurist, zijn rapport is onweerlegbaar, hij heeft gekeken naar het wangedrag van beide partijen, de feiten zijn met zorg verzameld, de analyse is objectief.

„Hij gaat in op de straffeloosheid aan beide kanten. Israël en Hamas hebben allebei tot nu toe volledig verzuimd oorlogsmisdadigers voor de rechter te brengen. Daarom heeft hij geopperd dat de Veiligheidsraad de twee partijen opdracht geeft hun eigen oorlogsmisdadigers te berechten, en, als dat niet binnen zes maanden gebeurt, de zaak door te sturen naar het Strafhof.

„Maar de Amerikaanse regering is vastbesloten de kwestie niet aan de orde te laten komen in de Veiligheidsraad. We kunnen beter vooruitkijken en werken aan het vredesproces, zegt de Amerikaanse VN-ambassadeur Susan Rice. Alleen versterken we zo de indruk dat het internationale strafrecht slechts gebruikt wordt tegen regeringen en rebellengroepen die toevallig niet bevriend zijn met het Westen. Je geeft weer voedsel aan het oude verwijt dat het Westen met twee maten meet.”

Vaak lijkt het er toch inderdaad op dat het Westen schendingen van de mensenrechten alleen aankaart als het uitkomt.

„Zo was het in de Koude Oorlog. Onder president Reagan ontwikkelde VN-ambassadeur Jeane Kirkpatrick een briljante theorie. Ze maakte een onderscheid tussen totalitaire en autoritaire staten. Totalitaire staten waren onveranderlijk, zoals de Sovjet-Unie, en moesten gehekeld worden om hun schendingen van de mensenrechten. Autoritaire landen zouden in staat zijn te veranderen en verdienden daarom een mildere behandeling.

„Het was een ingewikkelde theorie voor het schaamteloos gebruiken van twee maten: wat onze rechtse vrienden in Latijns-Amerika met de mensenrechten uitspookten, werd door de vingers gezien. Onze linkse vijanden in Oost-Europa werden bekritiseerd.

„De afgelopen acht jaar heeft de Oorlog tegen Terreur de Koude Oorlog vervangen als nieuwe rechtvaardiging voor het meten met twee maten. Onder George W. Bush hanteerde het Westen andere normen voor onze vrienden dan voor onze vijanden.”

Obama zou mensenrechten serieus gaan nemen. Wat komt daarvan terecht?

„In binnenlands opzicht is Obama een hele verbetering ten opzichte van Bush, al moet er nog veel gebeuren. Hij heeft zich duidelijk uitgesproken tegen marteling en staat erop dat de CIA zich bij ondervragingen houdt aan de uitstekende regels van het Amerikaanse leger. Hij heeft de geheime CIA-gevangenissen definitief gesloten. En hij heeft beloofd dat Guantánamo Bay dicht gaat.

„De twee grote vragen zijn nu: wat doen we met de mensen die onder Bush gemarteld hebben, en: hoe sluiten we Guantánamo? Obama wil voorlopig de optie open houden in de strijd tegen terreur mensen zonder proces vast te zetten, zogeheten preventieve detentie. En hij zegt, net als Bush deed, dat hij daarvoor geen toestemming hoeft te vragen aan het Congres. Dat is een erg gevaarlijke theorie, die de regering de macht geeft iemand waar ook ter wereld op te pakken met het argument dat hij een strijder is namens Al-Qaeda, en hem vast te houden tot het eind van de Oorlog tegen Terreur.

„Dit gaat ons allemaal aan. Iemand kan in Amsterdam op straat opgepakt worden en zonder proces afgevoerd worden naar een gevangenis, zonder ooit recht te hebben op een hoorzitting over zijn uitlevering, een rechter te zien en de beschuldigingen tegen hem aan te vechten. ”

Maar kun je dan wel zeggen dat Obama bezig is de Amerikaanse geloofwaardigheid op het gebied van de mensenrechten te herstellen?

„Hij is begonnen een eind te maken aan de excessen van Bush, maar hij is er nog lang niet. Het is niet genoeg de martelingen te stoppen, hij moet degenen die gemarteld hebben ook voor de rechter brengen. Het is niet genoeg Guantánamo te sluiten, hij moet ook een eind maken aan de geest van Guantánamo: opsluiting zonder proces of rechtzaken voor militaire commissies die niet aan onze normen voldoen. Zolang de geest van Guantánamo bestaat, hebben rekruteurs van Al-Qaeda een argument om de volgende generatie terroristen te werven.

„Maar Obama neemt onze argumenten wel serieus. Kort na zijn aantreden heeft hij ons uitgenodigd en hebben we anderhalf uur gesproken over de voors en tegen van verschillende benaderingen.”

Ook in het buitenlandse beleid van Obama is onduidelijk dat mensenrechten voorop staan.

„Obama heeft een aantal uitstekende toespraken gehouden. Maar hij heeft er nog weinig praktische consequenties aan verbonden. Zelfs toen de Egyptische president Mubarak naar Washington kwam, was er geen enkel teken dat Obama met hem over de mensenrechten heeft gesproken.

„En Hillary Clinton heeft een hele ongelukkige opmerking gemaakt toen ze in China suggereerde dat meningsverschillen over de mensenrechten goede betrekkingen met Peking niet in de weg hoeven te staan. Als Obama dit najaar naar China gaat, moet hij die gevaarlijke indruk wegnemen.”

Wat vindt u van de Nederlandse poging de mensenrechten op te waarderen in de buitenlandse politiek?

„Het is ongelooflijk belangrijk dat de Nederlandse regering eraan vasthoudt dat Servië geen lid kan worden van de Europese Unie zolang generaal Mladic niet gearresteerd is. Natuurlijk heeft Nederland gezien zijn betrokkenheid bij het drama in Srebrenica een speciale reden om de man achter die massamoord voor de rechter te krijgen. Maar ik prijs het zeer dat Den Haag zo beginselvast is. Zonder Nederland was er geen enkele druk op Belgrado meer geweest om Mladic op te pakken.

„De Nederlandse regering speelt een belangrijke rol binnen de Europese Unie. Dat is ook een van de redenen dat we dit jaar een kantoor in Amsterdam openen. We zijn altijd op zoek naar bondgenoten waarmee we onze invloed kunnen vergroten.” <