Het pad van fortuin

Joe Robert begon met niets. Nu is hij de grootste weldoener van de stad.

De miljardair staat hulpeloos in zijn moestuin. Hij plukt tijm, schudt wat mint onder mijn neus, wankelt naar een tomatenplant en rukt er onhandig aan. Hij had gezegd dat hij niet het type is om stil te staan en om zich heen te kijken „of de bloemetjes je ruiken”. Hij vond dat ik teveel naar het waarom van dingen vroeg. Het klonk intimiderend, op het botte af. Nu lijkt hij dat te willen goedmaken.

„Jenniféééér!”, brult hij even later, terug in het landhuis en weer in zijn rol. Jennifer is het dienstmeisje. Zij moet de tijm, tomaat en mint voor me inpakken. „Yes Sir”, zegt Jennifer, en snelt weg.

Joe Robert (57) heeft altijd vijf „topprioriteiten” in zijn hoofd zitten en als zijn assistenten hem telefoontjes of e-mails doorgeven die daar niet over gaan, dan ontslaat hij ze. Hij is een bekend weldoener in de stad. Arme kinderen aan onderwijs en aan gezondheidszorg helpen, dat staat op zijn lijstje van vijf.

Hij oogt vermoeid en dwars. Híj bepaalt waar we beginnen: bij zijn fortuin. Efficiënt vat hij bijna dertig jaar samen. Eerst vastgoed. Toen leningen opgekocht van institutionele beleggers. En tadaboem. Daar waren de miljarden.

Joe Robert is de zoon van een autoverkoper die dronk en sloeg, maar dat moet je dus uit hem bedelen. Op zijn negentiende van school gestuurd, omdat hij teveel vocht. Een baantje bij een projectontwikkelaar bracht hem op het idee in vastgoed te gaan. Hij leerde wat hij nodig had uit bibliotheekboeken

En tadaboem. Joe Robert schonk in één keer 25 miljoen dollar aan het kinderziekenhuis van de stad. En vorige maand regelde hij even een tweede donatie van 150 miljoen dollar. Die gaat zijn vriend betalen, Sheik Mohammed bin Zayed Al Nahyan. De kroonprins van Abu Dhabi, een van de Verenigde Arabische Emiraten. Joe Robert en hij golfen daar graag samen. „We zaten voor zijn tv te eten en toen zei ik: Dit kan je voor me doen. „Yeah”, zei de kroonprins. „Dat kan ik doen.”

Hij trouwde twee keer en scheidde twee keer. Ja, hij is alleen. Zijn moeder is nu bij hem ingetrokken om voor hem te zorgen. Hij heeft zijn twee zoons, die elders wonen. Wat hij heeft opgebouwd: zijn huis, zijn tuinen, tennisbaan. Zijn zwembad, fonteinen, bijgebouwen. Hij staat erop alles te laten zien. Soms wankelt hij en dan grijp ik in een reflex naar zijn arm. „Ik val nog niet om”, bromt hij, maar hij ontdooit toch. Als we weer binnen zitten, buigt hij letterlijk het hoofd. „Kijk”, zegt hij gelaten. „Acht schroeven hebben ze in mijn schedel gezet en het lijkt wel alsof ze eruit beginnen te puilen.” Ja, van zo dichtbij zijn schroeven te zien. Ik vraag me af of het de bedoeling is dat ik mijn hand erop leg.

Ik wilde het over hem hebben, maar hij liet me niet. Hij wilde zichzelf op een andere manier laten zien. Drie uur lang. Iedere oorkonde en onderscheiding. Het geweer dat hij cadeau kreeg van de koning van Jordanië. De ingelijste bladmuziek met een verjaardagslied dat Quincy Jones en Lionel Richie speciaal voor hem maakten.

Ja, ja, hij is geliefd. De geliefdste Republikein in een stad van Democraten. Iedereen houdt van Joe Robert. Zoals mensen van filantropen houden.

Veelzeggender was onbedoeld het paadje naar zijn buurman „en mentor”, waarop Joe Robert in zijn tuin terloops wees. Het enige niet aangelegde paadje was dat. Gewoon de snelste route door de bosjes, uitgesleten door veelvuldig gebruik. Wie is die buurman, vroeg ik. „William Coleman”, zei hij. „Negenentachtig jaar oud. Alles wat ik heb geleerd over leven en vechten en rechtvaardigheid, heb ik van hem.”

Coleman, burgerrechtenstrijder en de tweede zwarte minister van Amerika (van Transport, onder Ford). Coleman, de co-auteur van het beroemde juridische pleidooi ‘Brown vs Board of Education’, dat de afschaffing van segregatie op scholen inluidde. „Én een Republikein!”, juichte Robert. „Ha!”

Daarna moest ik zijn museum van wapenfeiten weer in. We gingen binnen zijn foto’s bekijken.

Joe Robert met Quincy Jones, „de peetvader van mijn zoon”.

Joe Robert met George en Laura Bush, „mijn vrienden”.

Joe Robert met de kroonprins van Abu Dhabi.

Met Oprah.

Met Fidel Castro.

Joe Robert, lunchend met popster Bono. Die toevallig net als we praten een e-mailtje naar zijn BlackBerry stuurt: „Heel Ierland bidt voor je, Joe.”

Zelfs zijn eigen hersentumor weet Joe Robert te presenteren, door op te merken dat het „precies hetzelfde type tumor is als die van Ted Kennedy.” Het ziet er dus niet best uit.

Het paadje naar de buurman zal dichtgroeien. Nog even en niemand weet dat het er was. Dat past wel bij een man die niet van waaromvragen houdt.