Hedwige schaadt opnieuw imago Balkenende

Het kabinet heeft alsnog besloten de Hedwigepolder onder water te zetten. Geen persoonlijke nederlaag, vindt premier Balkenende.

Het kabinet heeft de afgelopen week iets ontdekt dat de meeste andere betrokkenen bij het dossier-Westerschelde al lang wisten. Het afgraven van de Zeeuwse Hertogin Hedwigepolder is onvermijdelijk. Het kabinet moest daar gisteren dan ook toe besluiten.

In 2005 tekenden Vlaanderen en Nederland een verdrag om de Westerschelde verder uit te diepen. Dit om de Antwerpse haven bereikbaar te houden voor steeds groter wordende zeeschepen. Eerdere verdiepingen hadden de estuariene natuur van de Westerschelde aangetast. Onderdeel van het verdrag was daarom dat de dijken rond de Hedwigepolder zouden worden weggehaald, om deze weer deel te laten worden van het getijdegebied.

Uit Zeeland en de Eerste en Tweede Kamer kwam direct verzet, want polders teruggeven aan het water doet pijn. Maar er zijn geen realistische alternatieven voor het afgraven van de polder, concludeerden deskundigen eind 2008 na drie jaar studeren.

Daarna bleef het een half jaar stil. Tot het kabinet in april een verrassend voorstel deed. Uit respect voor de gevoelens in Zeeland en de Kamer wilde het proberen de Hedwigepolder te sparen. Er moest onderzoek komen naar een nieuw alternatief, aangedragen door Zeeuwse waterschappen.

Tot dit moment beheerden minister Verburg (CDA) en staatssecretaris Huizinga (ChristenUnie) het dossier. Maar nu dook ook premier Balkenende op. Volgens Haagse bronnen hield hij zich intensief met de kwestie bezig, als Zeeuw en CDA’er gevoelig voor de regionale en agrarische wensen. Toen de premier gisteren bekendmaakte dat de Hedwigepolder toch echt afgegraven moet worden, sprak hij van een „teleurstelling” dat hij dat niet had kunnen verhinderen. Een persoonlijke nederlaag vond hij het niet.

Na zijn mislukte bijdrage aan de Algemene Beschouwingen en de muiterij van minister Verhagen over een nieuwe Uruzgan-missie heeft ook deze kwestie de premier imagoschade opgeleverd. De oppositie beschuldigde hem ervan dat hij regionale belangen stelde boven het landsbelang. Critici konden weer vrij schieten op zijn kwaliteiten als probleemoplosser.

Toen de premier zich met het dossier ging bemoeien had hij te maken met boze Zeeuwen, een boze Kamer, boze Vlamingen en boze milieuorganisaties. Na vier maanden aandacht van Balkenende zijn de Zeeuwen en de Kamer nog steeds boos, dreigen milieuorganisaties hun blokkade tegen de verdieping te handhaven totdat ze zeker weten dat het natuurherstel ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd, en zeggen de Vlamingen dat ze pas gerust zijn als de Westerschelde is uitgebaggerd.

Beginnen met afgraven van de polder zou de milieuorganisaties ertoe kunnen brengen hun blokkade in te trekken. Alleen wil de eigenaar van de polder zijn grond niet verkopen. Verburg heeft gezegd dat ze desnoods zal onteigenen. Maar er is een Kamermeerderheid die onteigening wil blokkeren inclusief het CDA. De Zeeuw Ad Koppejan heeft in de fractie bekendheid verworven als compromisloos tegenstander van ontpoldering. Tot schrik van het kabinet diende hij vorige week een motie in om gedwongen ontpoldering te verbieden. Na corrigerend optreden van de CDA-leiding besloot Koppejan de motie voorlopig niet in stemming te brengen. Als de fractie gezichtsverlies accepteert, kan ze dus een draai maken. Maar niemand weet hoe Koppejan met de teleurstelling zal omgaan.

Westerschelde: pagina 3