Een ongemakkelijk cadeau voor Obama

Nieuwsanalyse

Waardering genoeg in de wereld voor Obama, zeggen Republikeinen. Maar wat koop je daarvoor? Obama’s sterrenstatus begint een nadeel te worden.

Vorige week de onverwachte afwijzing van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) in Kopenhagen, gisteren de verbluffende toekenning door het Nobelprijscomité in Oslo. Als Amerikanen iets overhouden aan de laatste twee internationale ervaringen van hun president, is het de wetenschap dat er op waardering van de rest van de wereld werkelijk geen peil valt te trekken.

„Mijn eerste reactie was: wát?!”, zei de geroutineerde commentator Bob Schieffer gisterochtend op CBS News. „Ik had me nooit gerealiseerd”, schamperde de conservatieve blogger Erick Erickson, „dat het Nobelcomité quota voor positieve discriminatie hanteert.”

In de binnenlandse beleving haalde Barack Obama de Olympische Spelen al naar Chicago toen hij vorige week aankondigde dat hij de zaak van zijn oude woonplaats in Kopenhagen ging bepleiten. De manier waarop het IOC de stad daarna al in de eerste ronde afwees, leidde tot stomverbaasde reacties. Het besef brak door dat dat Obama’s sterrenstatus weliswaar prachtig is, maar dat je er kennelijk niets voor terugkrijgt.

Dus toen diezelfde status gisteren genoeg bleek voor de Nobelprijs voor de Vrede, klonk er meteen scepsis door: mooi, en wat kopen we daarvoor? Amerikanen weten nu wel dat de wereld van hun president houdt: de liefde in het buitenland, zo bleek onlangs uit onderzoek van het Pew Research Center, is stukken groter dan binnen de eigen landsgrenzen, waar de waardering voor hem al maanden een licht dalende lijn vertoont.

Illustratief was de manier waarop het satirische televisieprogramma Saturday Night Live Obama vorige week uitbeeldde: de president die alle niet-ingeloste beloften presenteert alsof het nog steeds campagne is. En de ironie van de toekenning gisteren is dat de verwachtingen alleen maar zullen toenemen, zonder dat dit zijn kansen op succes vergroot. „Ik hou van Obama”, schreef de progressieve buitenlandanalist Peter Beinart. „Maar dit is een farce.”

Ook uit Obama’s eigen reactie bleek duidelijk dat hij de toekenning zo min mogelijk aandacht wilde geven. Hij zei te betwijfelen of hij in het rijtje hoort van eerdere winnaars. Toen hij enkele uren later een volgend openbaar optreden had, een kort praatje over de regulering van de financiële markten, was de locatie zo gekozen dat er geen enkele aandacht meer kon zijn voor de prestigieuze prijs.

Een van zijn problemen is dat het in eigen land op begint te vallen dat de wereld zo weinig teruggeeft voor alle Obamaliefde. Zoals Nederland afgelopen week zijn hoge waardering voor Obama paarde aan het besluit zich definitief uit Afghanistan terug te trekken, zo komen in Washington steeds meer berichten van bevriende naties binnen die helaas even niets kunnen betekenen voor de grote bondgenoot.

Ze nemen geen gevangenen uit Guantánamo Bay op, ze moeten nog nadenken over sancties voor Iran, ze kunnen helaas niet meehelpen aan de oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

In het binnenland begint Obama’s internationale sterrenstatus kortom steeds meer een nadeel te worden. Een van de weinige succesvolle subthema’s in de campagne van John McCain was vorig jaar dat hij Obama wist neer te zetten als celebrity: vervuld van zichzelf en wereldberoemd, maar overigens een windvaan.

Republikeinen probeerden gisteren dezelfde verhaallijn uit. „Het is ongelukkig dat de sterrenstatus van de president meer waardering krijgt dan het werk van onvermoeibare strijders voor vrede en mensenrechten”, aldus partijvoorzitter Michael Steele.

En de Nobelprijs voor de Vrede heeft in het hypergepolariseerde Amerika allang niet meer de onpartijdige status die er in Europa aan wordt toegekend. Zo vinden ook Democraten het verdacht dat Ronald Reagan, die in de Amerikaanse beleving de Koude Oorlog won, de prijs nooit kreeg, terwijl later Jimmy Carter (2002) en Al Gore (2007) later wel werden uitverkoren.

Zeker Carter, in de VS voor altijd verbonden aan de Iraanse gijzelaarskwestie (1979), heeft nooit kunnen tippen aan de waardering voor Reagan. En de toekenning aan Obama bewijst in conservatieve ogen dat het Nobelcomité, met zijn voorkeur voor Democraten, in werkelijkheid een „verzwakt en geneutraliseerd Amerika” nastreeft, zoals de conservatieve radiomaker Rush Limbaugh zei.

Bill Kristol, hoofdredacteur van de conservatieve Weekly Standard, trok zelfs een parallel met de Nobelprijs die toenmalig Sovjetleider Michael Gorbatsjov in 1990 werd toegekend. „Een jaar later was hij al zijn macht verloren en was de Sovjet-Unie verdwenen.”

Zo kreeg Barack Obama er gisteren van het Nobelcomité een extra probleem bij, juist nu zijn agenda al uitpuilt. Zowel de discussie over de verandering van het zorgstelsel als die over een nieuwe strategie in Afghanistan, twee loodzware dossiers, moeten de komende weken worden afgerond. En nu het er steeds meer naar uitziet dat hij zal besluiten extra troepen naar Afghanistan te sturen, zal het cadeautje uit Noorwegen, tot spijt van de president, nog vaak aangehaald worden: Nobelprijs voor de Vréde, zei u?