Een laatste toevluchtsoord

De Engelse fotograaf Simon Roberts staart en loert naar zijn landgenoten. Figuren in een landschap. ‘Ik wilde niet oordelen.’

De lucht is grijs, het zand eigenlijk ook, je kunt niet goed zien waar ze in elkaar overgaan. Ja toch, de horizon loopt net onder het midden van de foto (die hier rechts in het midden afgedrukt staat). In de verte is iemand aan het graven. Linksvoor staat een groepje mannen en vrouwen te praten, ze dragen joggingpakken. O nee, bij nader inzien doen ze vast niet veel aan sport. Ergens loopt een heer, hemd uit de broek. Een vrouw draagt een tas. In het midden staat een rolstoel op het strand met iemand erin. Iemand erachter ook. Het licht is hel, maar een zon is niet te zien, je kunt zelfs niet zien waar het licht vandaan komt. Het is alsof je in een groot ei zit.

Dit is het strand van Skegness, een badplaats aan de Britse oostkust. Tot het eind van de negentiende eeuw was het een vissersdorp, net als Scheveningen, waar de boten het strand op werden getrokken. Toen kwamen de spoorweg, en een pier, hotels en een slimme marketingcampagne met een tekening van een dansende visser. Skegness werd een favoriete vakantiebestemming voor arbeiders uit Sheffield en Leeds en al die andere industriesteden in de Midlands.

Het weer is sindsdien niet veranderd, de fish & chips ook niet. De Noordzee blijft koud. Wel kun je voor hetzelfde geld sinds enige tijd ook naar Benidorm. Toch zijn veel Britten die niet veel te verteren hadden hun jaarlijkse trip blijven maken naar Skegness en al die andere badplaatsen met hun afbladderende verf en hun ezelritjes, de olijke prentbriefkaarten en de bingo. Om heel even away from it all te zijn. En op het strand te staan, met je handen in je zakken van je joggingbroek en naar de grijze lucht te kijken.

„Toen ik mijn foto van Skegness voor het eerst bekeek, wist ik dat mijn werk een nieuwe richting was ingeslagen”, zegt Simon Roberts. „Weg van het fotograferen van individuele mensen om me te verdiepen in het idee van het collectief, groepen mensen in het landschap.”

Die foto’s van figuren in een landschap zijn er nu, in een monumentaal boek en op een reizende tentoonstelling onder de titel ‘We English’, die vorige week open ging in de Photographer’s Gallery in Londen. Roberts (1974) maakte zijn foto’s tussen de zomer van 2007 en die van 2008, terwijl hij met zijn jonge gezin door Engeland reisde in een camper. Het strand van Skegness fotografeerde hij vanaf het dak van die camper, met een enorme 5x4 inch-platencamera.

In zijn foto’s vechten zo twee manieren van kijken om voorrang: de weidse, panoramische blik en het oog voor detail. Wat zit er in die plastic zak die de vrouw in de rolstoel op schoot heeft? Waarom kijkt de man die haar duwt zo ontzettend de andere kant op? Roberts staart en loert in dezelfde foto. Niet voor niets vergelijkt hij zijn foto’s met de Hollandse wintertaferelen van Hendrick Averkamp en de Vlaamse landschappen van Pieter Bruegel de Jongere.

Hoe ondergaan Nederlanders het landschap? Soms collectief, zoals nog steeds bij het schaatsritueel. De Vierdaagse van Nijmegen. En het strand natuurlijk. Maar Nederlanders ondergaan het landschap in hun vrije tijd vermoedelijk individueler dan de Engelsen. Dat is tenminste de indruk die blijft hangen na het zien van Roberts’ jagers op een glooiende akker, een zwerm vogelaars op een wad, groepen wedstrijdvissers, openluchtzwemmers, deltavliegers boven de krijtrotsen, de dagjesmensen in een prehistorische stenencirkel, de ramblers met hun rugzakken, het publiek bij de paardenraces. En de deelnemers aan de exotischer buitenluchtfolklore waarop Engeland octrooi heeft, zoals zoals de Grote Modderrace van Maldon en de Jacht op de Hoed in Haxey, een wedstrijd tussen de clientèle van vier pubs, ooit begonnen in de veertiende eeuw toen Lady de Mowbray heur hoed een keer afwoei en dertien boeren om het hardst probeerden die te vangen.

Is het omdat er op de eilanden tussen de Noordzee en de Atlantische Oceaan meer lucht en horizon voorradig lijken dan hier? Het is in elk geval verleidelijk Roberts gelijk te geven als hij zegt dat de landschapsbeleving in Engeland sterker is verbonden met de nationale identiteit. „Niet veel mensen werken voor hun plezier, maar ze werken om in hun vrije tijd te doen waar ze zin in hebben’’, zegt Roberts. Die relatie met het landschap waarin ze plezier maken „zegt dus meer over wie we zijn”.

Roberts is niet de eerste Britse fotograaf die inventariseert wat zijn landgenoten in hun vrije tijd doen. Tony Ray-Jones wilde aan het eind van de jaren zestig nog één keer het overzichtelijke bestaan laten zien van een land met vertrouwde klasseverschillen en rituelen vóór het onherkenbaar zou worden veramerikaniseerd, zei hij. Martin Parr toonde in de jaren tachtig zijn landgenoten in meedogenloze close-ups van zonverbrande lijven met bier en friet. Simon Roberts voegt zich weer twintig jaar later naadloos in die etnografische traditie. Het landschap waarin hij zijn landgenoten toont, is ondanks de wijde horizon niet langer woest, maar groen en glooiend, merendeels aangeharkt. Een niet al te gevaarlijke speelplaats voor stadbewoners die even willen onderduiken in een pastorale idylle. Die idylle was het complement van de Industriële Revolutie en haar beroete steden. En ze hoort ook bij een volk dat zich al eeuwenlang bedreigd voelt door de boze buitenwereld en zijn groene eiland nog steeds nogal serieus als een laatste toevluchtsoord beschouwt.

Maar dat zegt Roberts allemaal niet. Zijn blik is letterlijk afstandelijk. „Ik wilde niet oordelen”, zegt hij. „Ik wilde alleen de landschappen vastleggen die een belangrijk deel uitmaken van mijn gevoel over wie ik ben en hoe ik me Engeland ‘voorstel’, of ik nu thuis ben of in het buitenland.”

En dat blijft natuurlijk wel de vraag. Voor Roberts is zo kijken, uit de verte en toch heel precies, een daad van vaderlandsliefde. Maar of de hardlopers in fancy dress in de zoute modder van Maldon er ook zo over denken valt te bezien. Die zijn er gewoon eens even helemaal uit.

Simon Roberts, We English, uitgeverij Chris Boot, 36 pond. Tentoonstelling tot en met 18 oktober te zien in The Photographer’s Gallery, 16-18 Ramillies St, Londen W1. Info: www.we-english.co.uk