Een huis dat zijn eigen leeftijd ademt

In ‘Het Binnenhuis’ vandaag dezestiende-eeuwse boerderij van Marieke Walison en Frans-Joseph Joordens.

Toen ze gingen verhuizen, verklaarden vrienden hen voor gek. Van de binnenstad van Amsterdam naar een gehucht in het Limburgse Heuvelland? Dat was toch veel te ver weg van het culturele leven?

Grotestadsbewoners denken vaak klein, constateren Marieke Walison (40) en Frans-Joseph Joordens (50) met een lach. „In een kwartier rijden we naar Maastricht of Aken, en binnen drie uur zijn we in Parijs.”

In 1993 kochten de twee schilderijenrestaurateurs een meer dan vierhonderd jaar oude boerderij met een grote tuin in Terziet, een veertig inwoners tellend dorp vlakbij het drielandenpunt. Beiden kenden de streek: hij is geboren in Venlo, zij studeerde in Maastricht. Walison: „We fietsten hier en raakten verliefd op het landschap.” Joordens: „Het Heuvelland voelt als buitenland.”

Ze kochten een klassiek vakwerkhuis: een huis op een ondergrond van leem, dat is gebouwd met hout en leem uit de buurt. Walison: „Vergelijk het met een pot van klei die een pottenbakker tussen duim en vingers op een draaischijf omhoog trekt.”

Het huis verkeerde in verruïneerde staat. Vorige bewoners hadden de oude woning met moderne materialen leefbaar gemaakt, vertelt Joordens. „We hebben het huis eerst afgepeld. Dertig containers met puin zijn er uit gekomen.”

Wonen in een monument verplicht tot dienstbaarheid, vinden de restaurateurs. Walison: „Kopers van een oud huis denken vaak dat ze mogen doen wat ze willen met zo’n pand. Dat is een vergissing. Wat je koopt, is het recht om in zo’n huis te wonen.”

Joordens: „Wíj zijn het decor, niet het huis.”

Bij de restauratie troffen ze tussen de houten stijlen een handafdruk in het leem. Een afdruk die ruim vier eeuwen geleden door een van de bouwers moet zijn achtergelaten. Walison: „Hoeveel kinderen zullen hier sindsdien geboren zijn?” Joordens: „Dit huis ademt zijn eigen leeftijd, het is een mooie plek op de wereld.”

Na tien jaar verbouwen is de begane grond van het tien kamers tellende huis zoveel mogelijk in oude staat hersteld. Al is wel, zonder dat het opvalt, modern comfort toegevoegd. Zo is onder de oude plavuizen op de begane grond vloerverwarming aangebracht.

Aan de verbouwing is geen binnenhuisarchitect te pas gekomen, vertellen de bewoners niet zonder trots. Waarom zouden ze, zegt Joordens. „Het huis dicteerde de restauratie. We hebben de oude indeling gerespecteerd.”

Zo’n terughoudende aanpak past bij hun vak, zeggen ze. Bij het restaureren van oude schilderijen doet hun eigen artistieke smaak evenmin ter zake. Jezelf wegcijferen en dan herstellen, dat is de kern van hun beroep.

Walison en Joordens combineren in hun huis erfstukken en meubels van Ikea met antieke stukken die ze op de veiling kochten. Bijvoorbeeld een grote kist en haardplaten die bijna net zo oud zijn als hun huis. Stevige uitgaven, zeggen de bewoners, die ze deden toen ze nog lang niet klaar waren met de renovatie. Joordens: „Ons advies: koop iets moois voordat het huis af is. Want na de verbouwing is het geld gegarandeerd op.”

Enige nadeel van zo’n groot oud huis is het vele onderhoud, zegt Joordens. „We willen hier graag blijven wonen, maar ik weet natuurlijk niet of ik op mijn tachtigste nog hoog op de ladder kan staan.”

Maar voorlopig willen ze met hun twee kinderen nog lang genieten van hun huis. In de enorme tuin vol essen en wilgen hebben ze nieuw gras gezaaid. Marieke Walison: „Dit huis past ons als een jas. Het heeft zoveel sfeer. We leven hier als een dier in een hol.”