Een bekwaam IOC-lid gezocht

De tanende invloed van Nederland binnen het IOC kan gestopt worden als NOC*NSF een bekwame opvolger voor Anton Geesink naar voren schuift.

De Nederlandse invloed in het Internationaal Olympisch Comité (IOC) neemt steeds verder af. Een ontwikkeling waar vooral de betrokkenen bij het plan de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen zich zorgen over mogen maken. En voor sportkoepel NOC*NSF is het een signaal haast te maken met het ontwikkelen van een strategie om enige macht in het hoogste internationale sportorgaan terug te winnen.

Tot en met de Olympische Spelen van vorig jaar in Peking, had Nederland nog vier IOC-leden. Maar met het vrijwillige vertrek van Hein Verbruggen en later het gedwongen afscheid van Els van Breda Vriesman werd de Nederlandse afvaardiging gehalveerd. Anton Geesink en kroonprins Willem-Alexander bleven aan, omdat zij tot de onafhankelijke categorie IOC-leden behoren; hun positie is niet gerelateerd aan een functie binnen een nationaal olympisch comité, internationale sportfederatie of atletencommissie.

Verbruggen nam naar eigen zeggen afscheid omdat hij als vertegenwoordiger van de internationale wielrenunie UCI maximaal nog twee jaar mocht aanblijven. In de wetenschap dat hij erelid zou worden, besloot Verbruggen zijn positie beschikbaar te stellen. Of dat de werkelijke reden is, wordt door een aantal vaste IOC-volgers betwijfeld, maar hijzelf blijft zeggen dat er geen verdenking achter gezocht moet worden. Bovendien laat Verbruggen doorschemeren, dat hij aan invloed niet heeft ingeboet. Met andere woorden: wat doet stemrecht er dan nog toe?

Van Breda Vriesman was ook graag erelid geworden, maar die kans werd haar ontnomen toen zij vorig jaar werd weggestemd als voorzitter van de internationale hockeyfederatie, waardoor ze ook haar positie binnen het IOC verspeelde. Van Breda Vriesman heeft zich intussen grotendeels uit de sport teruggetrokken.

Blijven over de kroonprins en Geesink. Willem-Alexander is een gerespecteerd en behoorlijk invloedrijk IOC-lid, maar zijn zittingstermijn loopt op een eind. Bij de troonswisseling verlaat de kroonprins het IOC, een besluit waaraan niet is te tornen, zei hij een week geleden klip en klaar.

Aangenomen dat Willem-Alexander binnen vijf jaar het IOC verlaat, blijft Geesink alleen achter. Hoe serieus de oud-judokampioen zijn taak ook neemt, zijn invloed is beperkt. Hij is tijdens de Olympische Spelen verantwoordelijk voor de waarnemers bij wedstrijden en heeft verder zitting in de relatief lichte commissie Sports for All. In het machtsspel binnen het IOC speelt Geesink een zeer ondergeschikte rol. Hij mist het vermogen van Verbruggen om grote beslissingen te beïnvloeden. Geesink houdt zich in eerste aanleg bezig met zijn eigen functioneren en verspreidt zijn ideeën via brieven en beleidsplannen.

De vraag is of NOC*NSF – en in het verlengde daarvan de aanjagers van het Olympisch Plan 2028 – daarbij gebaat zijn. Het antwoord is negatief, al is het maar omdat Geesinks relatie met het bestuur van de sportkoepel in het algemeen en voorzitter Erica Terpstra in het bijzonder flink vertroebeld is. Geesink haalde daags voor de IOC-sessie in Kopenhagen hard uit naar NOC*NSF en deelde en passant mee niets met het Olympisch Plan 2018 van doen te willen hebben.

NOC*NSF heeft goed begrepen dat er actie ondernomen moet worden om een Nederlander in het IOC te krijgen, maar de koepel mikt op een van de vijftien zetels die bezet worden door een lid vaneen nationaal olympisch comité. Gehoopt wordt de nieuwe voorzitter te kunnen doorschuiven. Maar daaraan kleeft één nadeel: die kan alleen gedurende de zittingstermijn bij NOC*NSF IOC-lid worden. En die is maximaal acht jaar.

NOC*NSF zou er beter aan doen nu een bekwame kandidaat te zoeken en die als een van de zeventig onafhankelijke leden het IOC proberen binnen te loodsen. Overigens kan dat alleen als Geesink stopt, omdat Nederland na het vertrek van de kroonprins en Geesink hooguit recht heeft op één zetel; dat is sinds kort reglementair zo geregeld.

Het ideale scenario voor NOC*NSF zou zijn Geesink te vervangen door een jonger, veelbelovend lid. Alleen zal Geesink niet aan zo’n constructie willen meewerken. Tenzij NOC*NSF nog voor zijn vertrek in 2013 te rade gaat bij IOC-voorzitter Jacques Rogge. Die moet dan bereid worden gevonden Geesink erelid te maken – zodat hij kan blijven functioneren binnen het IOC – en in diens plaats een kundige, maar vooral jongere Nederlander te benoemen. Alleen op die manier is de Nederlandse invloed in het IOC voor een dertigtal jaren verzekerd.