Duurzaam dood

Naakt het graf in of terugkeren als compost. De behoefte aan een milieuvriendelijke uitvaart neemt toe.

‘Zelf zou ik ’t liefst mettertijd in stukjes gehakt door mijn composthoop heen worden gewerkt.” Dat schreef Maarten ’t Hart vorige week in zijn moestuinrubriek in NRC Weekblad. Lijken zijn de beste mest, betoogde hij. „Nergens staan de gewassen er beter bij dan op voormalige slagvelden.” Zijn devies: weg met het cremeren. „Crematie levert een belangrijke bijdrage aan de CO2 uitstoot. Alleen al daarom zou het verboden moeten worden.”

Hoewel milieuhoogleraar Lucas Reijnders zelf ook het liefst in de biobak zou eindigen – „terugkeren in de cyclus is een aardig idee” – moet hij compostering van lijken toch sterk afraden. „Een mens is volgens de Warenwet niet eetbaar. Wij zitten vol giftige stoffen.” Hij somt op: „Gemiddeld heeft een mens zo’n anderhalve gram kwik in de kiezen, 0,2 gram lood in de botten, 50 milligram cadmium in de nieren. En in ons vet zitten moeilijk afbreekbare verbindingen opgeslagen als chloordioxide, DDT en polybroombifenylen. Dat wil je allemaal niet in de voedselketen.”

Bovendien blijkt uit onderzoek van TU Delft dat cremeren en begraven ongeveer even milieubelastend zijn. Je moet niet alleen kijken naar de uitstoot van schadelijke stoffen, maar bijvoorbeeld ook naar energieverbruik.

Maar hoe moet het dan, duurzaam heengaan? Steeds meer mensen willen, na bewust geleefd te hebben, ook maatschappelijk verantwoord ter aarde besteld worden. De Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied heeft sinds kort een ‘ecologische grafwijk’ waar alleen milieuvriendelijke kisten zijn toegestaan en de grafmonumenten van keien en rotsblokken zijn gemaakt. Kistenmaker Patrick Knoben van Seker Uitvaart Solutions ziet de omzet van zijn kisten van wilgentenen en karton elk jaar verdubbelen. En ook begraafplaatsbeheerder Huub Kluijtmans van natuurbegraafplaats Bergerbos in het Limburgse St. Odiliënberg ziet het aantal klanten per jaar verdubbelen. Inmiddels heeft hij achthonderd graven, er is plaats voor 20.000. Iedereen kan bij een willekeurige struik of boom zijn plek kiezen.

In zijn begraafbos probeert Kluijtmans „de zwarte kraaien met slipjassen” te weren. Hier maken de klanten hun eigen ceremonie. Ze timmeren bijvoorbeeld hun eigen sloophouten kist. Wie wil, mag ook naakt zijn graf in. Of in een wilgentenen mand. De kist kan op een bolderkar of bakfiets het bos inrijden. Paarden en honden zijn welkom. Op afgezaagde boomstammen kunnen nabestaanden wijn drinken. Je kunt hier ook picknicken bij het graf van je dierbare. Dat graf is alleen te herkennen aan een zwerfkei of een bemost beeldje, soms zelfs dat niet. Er staan geen hekken om de begraafplaats. Iedereen kan er dag en nacht terecht.

Alles mag van Kluijtmans – zolang je maar geen bolchrysant plant. „We moeten wel eens ingrijpen”, zegt hij. „Een bolchrysant hoort bijvoorbeeld niet in de natuur. Je moet de mensen een beetje opvoeden.” Vooral de oudere generatie wil het volgens hem niet begrijpen. „En je hebt natuurlijk de kermisklanten, mensen die thuis ook allerlei tierelantijnen in de vensterbank neerzetten.” Maar het selecteert zich vanzelf, zegt Kluijtmans. „Een naturist voelt zich ook niet happy op het geklede strand.”

Kluijtmans klanten zijn geen „geitenwollen sokken types”, zegt hij. Het merendeel bestaat uit „doorsnee burgers”. Dat geeft volgens hem aan hoe groot de roep in Nederland is om de begraafcultuur te veranderen.

Omdat het aantal mensen dat in de natuur begraven wil worden de komende jaren waarschijnlijk snel toeneemt, liet het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dit jaar een onderzoek uitvoeren naar de milieueffecten. Conclusie: lijken en as belasten de natuur aanzienlijk. „Door het graven en weer dichten van het graf worden de bodem en de vegetatie ter plekke volledig verstoord”, staat in het rapport Terug naar de natuur. Graven moeten in ieder geval diep de grond in, vooral „in terreinen waar vossen, wilde zwijnen en loslopende honden kunnen voorkomen”. Het verstrooien van as is volgens het rapport, door het vrijkomen van fosfaten, schadelijk voor voedselarme gronden zoals heide of zandgronden.

Hoezo natuurgraf?

We moeten de milieueffecten van een uitvaart ook weer niet overdrijven, zegt milieuhoogleraar Reijnders. „Als je echt iets voor het milieu wilt doen, kun je beter geen vlees eten.”

Of je zelf als vlees laten opeten. De Tibetanen hebben waarschijnlijk de milieuvriendelijkste lijkbezorging: de hemelbegrafenis. Volgens een Tibetaans ritueel wordt het lichaam van de overledene naar een bergtop gebracht. Daar wordt het lijk in stukken gesneden en bestrooid met een mengsel van bloem, boter en melk. De aasgieren zullen daarna het lijk opeten. Hoeveel kwik, cadmium en lood een gemiddelde Tibetaan bevat, is niet bekend. <