Dollarcrisis kunnen we niet gebruiken

Barack Obama heeft de Nobelprijs voor de Vrede gekregen voor zijn ‘internationale diplomatieke inspanningen.’ Maar de nadruk op het binnenland van het superstimuleringsbeleid van de Amerikaanse president vergroot het risico van een ernstige valutacrisis.

De recente val van de dollar is snel gegaan – 15 procent sinds maart, op een voor de handel gewogen index. Maar de koers van de munt is nog 7 procent hoger dan het diepterecord van april 2008. Als woorden de waarde van een munt op peil zouden kunnen houden, zou er niets te vrezen zijn. De hoofden van het Amerikaanse ministerie van Financiën en de Federal Reserve hebben allebei gesproken over het belang van een sterke dollar.

Valutahandelaren luisteren naar toespraken, maar letten meer op het beleid. Op dit moment kunnen speculanten profiteren van de bijna-nulrente en moeten ze de gevolgen onder ogen zien van een begrotingstekort dat dit jaar op 10 procent van het bruto binnenlands product zal uitkomen. ‘Goedkoop geld’ geeft de handelaren de mogelijkheid fondsen te lenen die vervolgens kunnen worden belegd in hoger renderende obligaties. Hierdoor wordt de dollarkoers omlaag gedrukt. Het grote begrotingstekort en het ontbreken van een duidelijke koers om dat te laten slinken, zorgen ervoor dat handelaren zich zorgen gaan maken over een inflatiebevorderende waardevermindering van de dollar, als het de politiek makkelijker zou uitkomen voor dat pad te kiezen dan voor het verhogen van de belastingen.

Als de Verenigde Staten niet ’s werelds grootste handelsnatie en schuldenaar waren, en als de dollar niet ’s werelds reservemunt was, zouden de experimenten van het land met beleidsextremisme buitenlanders nauwelijks iets kunnen schelen. Maar zoals de zaken er nu voor staan, is de wereld afhankelijk van de dollar. Geen wonder dat de centrale bankiers hebben getracht een té snelle val van de munt tegen te gaan.

Maar zolang er geen controle is op de valutahandel, is de enige duurzame manier om de dollarkoers op peil te houden het kopen van de Amerikaanse munt. Na jaren van Amerikaanse handelstekorten hebben de centrale banken al meer dollars in hun bezit dan economisch gezien verstandig is. Op een gegeven moment kunnen ze tot de slotsom komen dat ze beter kunnen ophouden met wat een slechte gok lijkt – het beleggen in een laagrenderende munt, die wordt uitgegeven door een roekeloze debiteur.

Vredesapostelen weten dat de angst voor verwoestingen een oorlog niet altijd kan voorkomen. Een dollarcrisis zou een mondiale ramp zijn. Dat betekent niet dat het niet zal gebeuren.

Edward Hadas