De geest van Troitski

De overweldigende manier waarop Magnus Carlsen het Pearl Spring-toernooi in Nanjing won, brengt je ertoe om in de geschiedenis terug te kijken naar andere verbluffende prestaties van jonge schakers.

Bobby Fischer bijvoorbeeld, die in 1958 als veertienjarige Amerikaans kampioen werd. Er deed toen geen Topalov mee, zoals nu in Pearl Spring, maar wel Samuel Reshevsky, die nog steeds een van de sterkste schakers van de wereld was.

Of Garry Kasparov, die in 1979 – zestien jaar was hij toen – het toernooi in Banja Luka won. Zijn eerste internationale grootmeestertoernooi, hij had nog niet eens een rating.

Fischer en Kasparov knalden het internationale topschaak binnen, terwijl Carlsen al een lange staat van dienst heeft. Het maakt zijn superioriteit in Pearl Spring, waar hij al twee rondes voor het eind zeker was van de overwinning, niet minder indrukwekkend.

In zijn partij tegen Wang Yue uit de achtste ronde, waarin hij de toernooioverwinning veilig stelde, leek het even of er een lekkernij opgediend zou worden die de ware schaakliefhebber in vervoering brengt: Troitski’s eindspel van twee paarden tegen een pion.

Het was een geweldig gevecht geweest, van de opening tot in het eindspel. Eerst gingen ze op elkaars koning af. Na een vermetel offer van Carlsen, dat weerlegd had kunnen worden met een verrassende zet die zowel hij als Wang Yue over het hoofd zagen, kwam Carlsen in het voordeel.

Wang Yue verdedigde zich als een leeuw, hij won zijn pion terug, maar bleef toch zo in het nauw dat hij zich gedwongen voelde om een stuk te offeren om Carlsens laatste pionnen te elimineren.

In die fase had Troitski’s eindspel op het bord kunnen komen, een van de moeilijkste eindspelen uit de schaakliteratuur. De theorie ervan werd tussen 1906 en 1937 ontwikkeld door de grote eindspelstudiecomponist Alexei Troitski, die in 1942 tijdens het Beleg van Leningrad stierf door ondervoeding.

In 1976 was Hein Donner, die toen een eindspelboek van Euwe bewerkte, een paar maanden lang volledig in de ban van dat eindspel van twee paarden tegen een pion. Hij sprak over niets anders meer.

Ondanks zijn enorme bewondering voor het werk van Troitski dacht hij – ‘bevend van onze eigen overmoed’ zoals hij schreef – dat de grote man ergens een fout had gemaakt.

Dankzij de computer weten wij nu met zekerheid dat Troitski in alle opzichten gelijk had.

Helden als Karpov en Topalov zijn in het verleden gestruikeld in dit eindspel. Ik had graag gezien of Carlsen het beter kon, maar het kwam er niet van. Het eindspel kwam niet op het bord , doordat Wang Yue een verdediging koos die het Carlsen een stuk makkelijker maakte. Maar ook zonder Troitski was het een geweldige partij.

Magnus Carlsen-Wang Yue, Pearl Spring 8ste ronde

1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pf3 Pf6 4. Pc3 dxc4 5. a4 Lf5 6. Pe5 Pbd7 7. Pxc4 Dc7 8. g3 e5 9. dxe5 Pxe5 10. Lf4 Pfd7 11. Lg2 g5 12. Pe3 gxf4 13. Pxf5 0-0-0 14. Dc2 Pg6 15. 0-0 Kb8 16. Tfc1 a5 17. b4 axb4 18. Pb5 De5 19. Pbd4 Lc5 20. Pb3 h5 Een vlijmscherpe stelling. Beide partijen openen lijnen tegen de vijandelijke koning. 21. Tab1 La7 22. Lxc6 Prachtig. Wit wil drie stukken achter elkaar offeren en dan na 22…bxc6 23. Pbd4 Lxd4 24. Txb4+ Lb6 25. Dxc6 Dxf5 met 26. Txb6+ een mataanval beginnen. Maar hoe mooi en consequent de zet ook is, goed is hij niet. 22…fxg3 23. hxg3

Want hier zou zwart met 23…Pe7, waarna 24. Pxe7 niet gaat wegens 24…Dxg3+, materiaal kunnen winnen waarvoor wit onvoldoende compensatie krijgt. 23…Tc8 24. Dd3 Nu is het in orde voor wit, hij staat iets beter. 24…bxc6 25. Dxd7 Tc7 26. Dd3 h4 27. Pbd4 hxg3 28. Txb4+ Ka8 29. Pxg3 Td8 30. e3 Ph4 31. Kf1 Da5 Hier was 31…Dd5 noodzakelijk. 32. Tcb1 Want nu had wit met de moeilijke zet 32. Txc6 een tweede pion kunnen winnen. 32…Pf3 33. Pb3 Dd5 34. Dxd5 cxd5 35. Td1 Tc2 36. Tf4 Pe5 37. Pd4 Tc4 38. Pde2 Txf4 39. Pxf4 d4 40. Pge2 Pc6 41. e4 Tb8 42. Pd5 Tb2 43. Pef4 Kb7 44. Pd3 Tb3 45. Ke2 Ta3 46. f4 Txa4 Zwart heeft zijn pion terug, maar wit houdt winstkansen. 47. Tb1+ Kc8 48. Tc1 Kb7 49. e5 Ta3 50. Th1 Ta5 51. Pf6 Lb8 52. Tb1+ Kc8 53. Tc1 Kb7 54. Pe4 Ta3 55. Th1 Lxe5 Omdat passief spel heel riskant zou zijn, offert zwart een stuk. 56. fxe5 Pxe5 57. Pd6+ Ka6 58. Pb4+ Kb6 59. Tc1 Te3+ Juist was 59…Ta5. 60. Kd1 Tb3 Na 60...Ka5 61. Pd5 Te1+ 62. Kxe1 Pd3+ 63. Kd2 Pxc1 64. Kxc1 f5 65. Pf4 was een Troitskistelling ontstaan.

Wit staat in de diagramstelling gewonnen, maar het zou nog gespeeld moeten worden. 61. Pd5+ Ka7 62. Ta1+ Kb8 63. Kc2 Th3 64. Tb1+ Ka7 65. Tb7+ Ka6 66. Tb6+ Ka5 67. Tb5+ Ka4 68. Pb6+ Ka3 69. Txe5 Zwart gaf op.