Het nieuws van 10 oktober 2009

Gang ùt, nesso 2

Prof. dr. Marijke van der Wal is wel erg onvolledig als zij in NRC Handelsblad van 3 oktober met betrekking tot kween stelt: `In het huidige Nederlands komt het woord inderdaad niet meer voor, maar volgens het `Woordenboek der Nederlandsche Taal` (WNT) werd kween begin twintigste eeuw nog in dialecten van Overijssel en Gelderland aangetroffen`. A.A. Weijnen Etymologisch dialectwoordenboek (Den Haag 2003) verwijst bij kween o.a. naar het Woordenboek van de Brabantse Dialecten WBD (Assen 1980) en het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten WVD (Tongeren 1993). Ook in afleveringen van het Woordenboek van de Limburgse Dialecten WLD (Assen 1998, 2001) komt kween/kwee voor. Het betreft vooral onvruchtbare koeien, maar ook paarden, schapen, geiten en kippen kunnen kween of kwee zijn. In de Nedersaksische streektalen komt het woordtype kween ook nog voor, vooral als het gaat om een onvruchtbare koe: zie het `Stellingwarfs Woordeboek` (Oosterwoolde 1994) en het Woordenboek van de Drentse dialecten WDD (Assen 1996). Ook in hedendaagse regionale Gelderse dialectwoordenboeken staat het. In het Veluwse deel van het Woordenboek van de Gelderse dialecten WGD (Utrecht 2006) wordt voor Bunschoten/Spakenburg vermeld dat een homoseksuele man er een kwee genoemd wordt. En in het deel voor het Gelderse Rivierengebied (eveneens in 2006 gepubliceerd) is voor Druten opgegeven dat een kween er een (overdreven) preutse vrouw is. In het Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten WALD (Doetinchem 1993) staat kwenne o.a. in de betekenis `lesbische vrouw`. In de Achterhoek is overigens ook de betekenis onvruchtbare koe bekend. Mw. Schoonheim vertelt in het artikel van 26 september jl. (waarop mw. Van der Wal reageert) onder het kopje `doorklikken` over de digitale mogelijkheden: hoe van het ene woordenboek doorgeklikt kan worden naar een ander. `De gebruiker kan dan Nederlandse woorden volgen over een periode van duizend jaar of soms nog langer`. Hoe treffend toont het voorbeeld kween aan dat zonder onze dialecten de geschiedenis van woorden niet volledig in beeld gebracht kan worden.

Licht in de kwikkwestie 5

De afgelopen periode las ik diverse ingezonden brieven over spaarlampen, naar aanleiding van de uitfasering van inefficiënte lampen, ook wel het `gloeilampenverbod` genoemd. De discussie wordt niet altijd op feiten gebaseerd en het lijkt daardoor een discussie van `gelovigen` en `ongelovigen` die vóór of tegen de EU-regels zijn. Zo gaat dhr. Kouffeld (ingezonden brief op 19 september) ervan uit dat zelfs koelkastlampjes moeten worden vervangen door spaarlampen. De EU-regels maken echter uitzondering voor gerichte lampen (`spots`) en `lampen met bijzondere doeleinden`. Daaronder kunnen ook koelkast- en ovenlampjes vallen, waarvoor spaarlampen inderdaad zeer ongeschikt zouden zijn. Dhr. Feiner baseert zijn redenering (brievenrubriek 26 september) op de aanname dat een spaarlamp slechts zo`n 2.500 keer aan- en uitgeschakeld kan worden.Uit de metingen die de Consumentenbond uitvoert, blijkt dat de eigenschappen van spaarlampen zeer sterk uiteenlopen. Er zijn spaarlampen die meer dan 20.000 keer aan- en uit geschakeld kunnen worden en die meer dan 8.000 uur kunnen branden. Het rendement van dergelijke goede lampen is 5 keer hoger dan van gloeilampen. Gedurende de levensduur loopt dat wel iets terug, maar is na 8.000 uur nog steeds meer dan 4 keer hoger. Zelfs zonder complete levenscyclusanalyse, waarin ook productie en afdanken worden meegenomen, is duidelijk dat met zo`n goede spaarlamp energie wordt bespaard: Een vergelijkbare gloeilamp van 60 W is in 8.000 uur al zo`n 7 keer vervangen en heeft zo`n 380 kWh meer stroom verbruikt, wat tegen het huidige tarief bijna 88 meer kost. Niet alle spaarlampen zijn zo goed, maar investeren in een goede lamp loont.