Verliefd op de nietsnut Sebastian

Evelyn Waughs ‘Brideshead Revisited’ werd in 1945 een bestseller. Een biografie onthult het autobiografisch karakter.

Evelyn Waugh in 1947 Foto AP EVELYN WAUGH (1903-1966). English author. ullstein bild

Paula Byrne: Mad World. Evelyn Waugh and the Secrets of Brideshead. Harper Press, 368 blz. € 44,-

Vorige maand verscheen hier en daar het bericht dat Evelyn Waugh (1903-1966) tijdens zijn studentenjaren in Oxford maar liefst drie volwaardige homoseksuele verhoudingen gehad zou hebben. Het werd gebracht als een ontdekking, voor het eerst geopenbaard in een nieuwe biografie, geschreven door Paula Byrne, echtgenote van de Shakespeare-kenner Jonathan Bate.

Opvallender dan het bericht zelf was het feit dat het als nieuws gezien werd, want in zijn dagboeken en brieven refereerde Waugh zelf onbesmuikt aan de romantische bevliegingen van zijn jeugd.

De liefde van Charles Ryder, hoofdpersoon in Waughs bekendste roman, Brideshead Revisited, voor de onweerstaanbaar onverantwoordelijke Sebastian Flyte heeft altijd meer indruk gemaakt dan zijn latere ‘volwassen’ hartstocht voor diens zus Julia. In zijn autobiografische meesterwerkje The Ordeal of Gilbert Pinfold (1957) hoort zijn hallucinerende alter ego stemmen die hem ervan betichten homo te zijn.

Je kunt Waugh er niet van beschuldigen dat hij iets wegmoffelde. Dat Byrnes biografie toch nieuws kon zijn, komt waarschijnlijk door het populaire beeld van Waugh als aartsconservatieve knorrepot, die er een oneindig genoegen in schiep anderen te schofferen en die zich in brieven en dagboeken uitleefde in hyperbolische beledigingen, ook jegens homo’s.

Dat beeld is al vaak bijgesteld. In haar nieuwe biografie brengt Byrne dan ook weinig nieuws, maar ze diept wel iets uit: haar boek is een poging om te laten zien welke ervaringen van Waugh ten grondslag liggen aan Brideshead Revisited. Biografieën die het leven van Waugh van begin tot eind beschrijven, stelt ze in haar voorwoord, zijn er nu wel genoeg; ze roemt een nieuwe generatie Britse biografen die het aandurft zich te richten op één aspect of episode van een leven, en op die manier dat leven in een nieuw licht te zetten.

Brideshead, geschreven tijdens een met moeite verkregen verlof in WOII en tot Waughs eigen verbazing onmiddellijk na verschijning een bestseller, staat haaks op eerdere harde komische romans van Waugh als Decline and Fall, Vile Bodies en Scoop. De roman over Ryders liefdesaffaire met de adellijke familie van Lord Marchmain is ongeremd nostalgisch en nadrukkelijk katholiek: het belangrijkste thema is hoe Gods genade zelfs werkzaam is in hopeloos verloren zielen. Die genade is het enige houvast in een dolgedraaide wereld; in de roman is het landhuis en de Britse adel symbool van een oude orde die hopeloos in ontbinding is en plaats moet maken voor een zielloze moderniteit.

Byrne laat zien hoe autobiografisch die roman is: de familie van Lord Marchmain is in werkelijkheid de familie van de Earl Beauchamp, zijn zoon Hugh Lygon stond model voor Sebastian en Charles Ryder is Waugh zelf. Waugh leerde Hugh en zijn broer kennen in Oxford en Byrne toont aan dat de charmante nietsnut Hugh een van de liefdes van Waugh was. De intensiteit van die liefde, net als van de andere homoseksuele vriendschappen van Waugh, blijft vaag; je krijgt de indruk dat zulke relaties voor de meeste Oxford-studenten van die lichting er gewoon bij hoorden, net als de ontzagwekkende hoeveelheden drank. Homoseksualiteit was voor sommigen ook een statement, een provocatie jegens het bedaagde establishment. ‘Estheten’ als Brian Howard en Harold Acton verlustigden zich in onverantwoordelijk gedrag – samen werden ze tot de stotterende homo Anthony Blanche in Brideshead.

De Lygons waren een tragische familie: William Lygon, Earl Beauchamp, een liefhebbende vader, was lange tijd onbekommerd homoseksueel (vrienden van zijn dochters die kwamen logeren werd aangeraden ’s nachts de deur van hun slaapkamer op slot te doen). Hij werd omringd door oogverblindende bedienden (tijdens hun sollicitatie voelde hij altijd even hun billen) en knappe ‘tennisleraren’ die niet wisten hoe ze een racket moesten vasthouden. Zijn zwager, de Duke of Westminster, begon begin jaren dertig een campagne tegen hem, waar zelfs de koning bij betrokken werd. Er werden getuigen verzameld, een aanklacht opgesteld en de graaf werd voor het blok gezet: of de gevangenis in, of in ballingschap. Hij koos het laatste, waardoor zijn kinderen achterbleven in hun voorouderlijke landhuis, Madresfield, kortweg Mad genoemd. Ze kozen partij voor hun vader en weigerden hun streng religieuze moeder nog langer te zien.

Toen Waugh voor het eerst op Madresfield werd genodigd, was hij een gevierde jonge schrijver, die net een pijnlijke scheiding achter de rug had na een huwelijk van nog geen jaar. De vier dochters van de graaf werden hartsvriendinnen; de homoseksuele Hugh kwam, net als Sebastian in de roman, terecht in een spiraal van drank en schulden. Voor Waugh was de wereld van Madresfield de idylle waar hij altijd naar op zoek was, de permanente lichtvoetigheid van een milieu waar ogenschijnlijk niets serieus werd genomen. De brieven van Waugh en de Lygondochters staan vol speelse geheimtaal en karikaturale beschrijvingen, waarmee alles wat zwaar en tragisch was draaglijk werd gemaakt. De stralende Hugh raakte steeds verder in het ongerede en stierf op zijn 31ste aan een schedelbreuk na een val.

Byrne verliest zich nogal in die adellijke leutigheid, die voor een buitenstaander snel erg zelfgenoegzaam wordt. Het hoofdthema van haar biografie, de behoefte van Waugh om een plek te vinden in een surrogaatfamilie die hem optilde uit een leven dat hij onverdraaglijk vond, raakt te vaak uit zicht door anekdotiek, die bovendien overbekend is. Ze verklaart niet waarom Waugh zich keer op keer onttrok aan de hoge kringen waarin hij zo graag verkeerde en lange reizen maakte naar Afrika, Zuid-Amerika en de Noordpool, waarvan hij meestal meer dood dan levend terugkwam. Ze spreekt zichzelf hier en daar ook tegen, zoals wanneer ze beweert dat Waugh na WOII artistiek stilstond en zich verloor in somberheid en verbittering, terwijl ze daarvoor heeft verklaard dat zijn Sword of Honour-trilogie, geschreven tussen 1952 en 1961, de beste Engelse fictie over WOII is. Dat je zin krijgt die romans te herlezen, is wel haar verdienste.