Valutarisico's

Roekeloos gedrag, een uit de hand gelopen financiële innovatie en falend toezicht zijn drie belangrijke directe oorzaken voor de kredietcrisis en de daaropvolgende mondiale economische recessie. Minstens even belangrijk is de onderliggende oorzaak: het gebrek aan balans in de wereldeconomie. In de aanloop naar de crisis raakten de verhoudingen tussen de belangrijkste actoren steeds meer uit evenwicht. De Verenigde Staten kampten met een oplopend tekort op de betalingsbalans, goeddeels veroorzaakt door binnenlandse overconsumptie en een bijbehorende oplopende schuldenlast. Stijgende huizenprijzen en een zeer lage rente zorgden ervoor dat die tendens veel te lang door kon gaan.

Daartegenover stonden landen als China met een stijgend overschot op de betalingsbalans. Een puur op export gerichte strategie, en binnenlandse onderconsumptie droegen bij aan een spaaroverschot dat elders in de wereld, met name in de VS, de tekorten mogelijk maakte. De VS en China waren niet alleen. Het Verenigd Koninkrijk en Spanje zijn notoire tekortlanden; Duitsland en veel Aziatische industrielanden, van Japan tot Zuid-Korea en Taiwan, streven actief naar een overschot. Zo pompte het geld zichzelf de wereld rond, hetgeen leidde tot de opbouw van enorme financiële reserves in China, en een explosieve schuldenlast in de VS.

De oplossing voor dit probleem ligt in een herstel van evenwicht tussen de grootmachten. Dat is ook wat de belangrijkste landen voor de wereldeconomie (G20), twee weken geleden hebben afgesproken.

Amerika moet concurrerender worden en meer sparen. China moet zijn binnenlandse consumptie aanwakkeren en zijn economische strategie niet in zijn geheel ophangen aan de uitvoer. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Onderdeel van het voornemen zal moeten zijn dat ook de wisselkoersen zich vrij moeten kunnen aanpassen.

Onder de huidige omstandigheden zou dat betekenen dat de dollar goedkoper wordt – zonder in vrije val te geraken – en de munten van de overschotlanden duurder.

Het heeft er daarentegen alle schijn van dat met name de Aziatische landen dit niet willen laten gebeuren. China liet de afgelopen jaren zijn munt wat sterker worden tegenover de dollar, maar dat proces staat sinds juli vorig jaar op ijs. De Chinese renminbi zit weer even vast aan de dollar als vroeger. De Aziatische concurrenten van China grijpen nu met valuta-interventies in om hun munten niet te laten stijgen tegenover de dollar, en dus ook de Chinese munt. In de eurozone maakt men zich zorgen: als de euro de enige vrijheidsgraad in het hele systeem is, zal iedereen zijn eigen valuta tegenover de Europese munt laten dalen, waardoor Europa het risico loopt zichzelf uit de markt te prijzen.

Zo loopt de wereldeconomie het risico te belanden in een strijd om de goedkoopste munt. Dat is een fase waarin de wereld tijdens de jaren dertig eveneens belandde, met desastreuze gevolgen voor de wereldhandel en de kansen op economisch herstel. Zelfbeheersing is geboden.