Samen zullen we niet alleen zijn

Empathie is de mens net zo aangeboren als het dier, we moeten het alleen een kans geven.

Primatoloog Frans de Waal, aan wiens humor Darwin volgens Dick Swaab niet kan tippen, pleit in The Age of E m p a t hy ( H a r m o ny , €24,-), voor meer empathie, want ‘Greed is out’. n Zie pagina 6

Frans de Waal: The Age of Empathy. Nature’s Lessons for a Kinder Society. Harmony Books, New York, 302 blz. € 24,- De vertaling, van Guus Houtzager, verschijnt vandaag. Een Tijd Voor Empathie Contact, 312 blz. € 24,95

Frans de Waal is een wereldberoemde, uit Nederland afkomstige, primatoloog die sinds 1981 in de VS werkt. De boodschap van zijn negende, fascinerende boek vol paralellen tussen mens en dier, is dat nu het tijdperk van empathie is aangebroken. De misvatting dat de vrijemarkteconomie een zelfregulerend systeem zou zijn, is in de periode George Bush geculmineerd in de nachtmerrie van de financiële crisis. Nu moet het afgelopen zijn met de graaicultuur van CEO’s en bankiers. ‘Greed is out, empathy is in’, stelt De Waal. Mensen zijn niet alleen de agressiefste primaten, maar ook de meest empathische, zoals bijvoorbeeld bleek uit de hulp die Azië kreeg na de tsunami in 2004.

Empathie heeft een lange evolutionaire geschiedenis van 200 miljoen jaar, die een solide basis voor zo’n verandering moet kunnen zijn. Je kunt je afvragen of De Waals wens de vader van de gedachte is, maar nu de G20-top heeft afgesproken de bonuscultuur aan banden te leggen, lijkt hij het begin van gelijk te krijgen.

De Waal is een darwinist pur sang, die laat zien dat ook voor emoties alle gedragscomponenten al aanwezig zijn in het dierenrijk. Net als Darwin schrijft hij boeiend en illustreert hij zijn betoog met sprekende voorbeelden uit het hele dierenrijk. Maar bovendien geeft hij een veelheid van ingenieuze experimenten als bewijs voor zijn stellingen, en aan zijn gevoel voor humor kan Darwin niet tippen.

Empathie komt oorspronkelijk voort uit de zorg van het moederdier voor haar jongen. Het is een automatische respons, waarbij niet alleen de recentelijk zo sterk ontwikkelde prefrontale cortex, maar ook evolutionair oude hersengebieden betrokken zijn. Empathie hebben we praktisch allemaal. Het ontbreekt alleen bij een kleine groep psychopaten. Competitie is zonder meer belangrijk in de apen- en mensenmaatschappij, maar het prettige gevoel eerlijk te delen en wat voor een ander te doen, doen er net zo goed toe. Geef twee apen gelijke stukjes komkommer voor dezelfde taak, en alles loopt op rolletjes. Geef vervolgens één aap een veel lekkerder druif, en de onderbetaalde aap staakt zijn medewerking en gooit zijn stukje komkommer de kooi uit als protest.

Meer dan in vorige boeken introduceert De Waal voorbeelden uit de neurowetenschappen om het mechanisme achter gedragingen te verklaren. Er is in dat veld zoveel nieuws, dat de tijd rijp lijkt voor de integratie van gedrag en neurobiologie – als focus voor een volgend boek van De Waal.

Spiegelneuronen, die reageren op de emoties van anderen en zo de basis vormen voor empathie, komen natuurlijk ter sprake. Een geavanceerde vorm van empathie is niet mogelijk zonder dat een dier zichzelf kan scheiden van de buitenwereld. Dit vermogen is met een spiegel te testen. Nadat er een verfvlek is aangebracht op het hoofd zal het dier, als hij zich herkent in de spiegel, proberen die vlek weg te poetsen. Voor dit examen slagen kinderen boven de twee jaar, mensapen, dolfijnen, en zoals De Waal aantoonde met een enorme spiegel, ook een olifant.

Het wordt in het Westen overigens nog maar heel recent geaccepteerd dat dieren emoties hebben. Toen in 1835 de eerste chimpansee en orang-oetan in de Londense dierentuin arriveerden noemde Koningin Victoria ze ‘painfully and disagreably human.’ De jonge Darwin vond daarentegen dat iedereen die dacht dat de mens superieur was, in die dierentuin moest gaan kijken.

Het probleem emoties van dieren te accepteren wijt De Waal aan onze joods- christelijke cultuur, die alleen de mens een ziel toekende. Ik deel zijn analyse niet. In China waren dieren tot voor kort uitsluitend interessant als voedsel. Met het toenemen van de welvaart zie je nu ook daar de empathie met dieren toenemen. Steeds meer Chinezen hebben huisdieren, mishandeling van dieren leidt tot heftige publieke reacties, en in de Universiteit van Wu Han staat een standbeeld voor de resusaapjes die werden opgeofferd voor het onderzoek naar SARS.

Toen De Waal door een religieus tijdschrift werd gevraagd wat hij aan de mens zou willen veranderen als hij God was, moest hij even flink nadenken. De Waal wijst erop dat beide kanten van de mens, die van de vriendelijke zeer empathische en sexy bonobo, en die van de brute dominante chimpansee, noodzakelijk zijn voor het handhaven van een stabiele maatschappij. De Waal zou God dus niet om een radicale verandering van de mens willen vragen, maar slechts om meer ‘broederschap’. God zou de mens wat meer empathie voor ‘andere mensen’ moeten geven.

Ik betwijfel of daarmee de grote problemen de wereld uit zullen zijn. De Waal geeft zelf de tegenargumenten. Als je voor iedereen openstaat en iedereen vertrouwt, vertrouwt niemand jou, en sta je volledig alleen. Bovendien heeft empathie ook haar duistere kanten. De mens is zo goed in martelen omdat we ons als geen ander in kunnen leven in wat de ander voelt. Ook geeft hij het voorbeeld van de nazikampbeul die ’s avonds buiten het kamp de empathische huisvader is.

We kunnen veel empathie hebben, maar we kunnen dit gevoel ook heel effectief afsluiten. De miljoenen mensen die met groot enthousiasme achter Hitler, Stalin of Mao aanliepen, hadden niet meer of minder empathie dan wij nu. De Waal zou er dus goed aan doen om God te vragen ook onze neiging om kritiekloos achter de charismatische a-man/aap aan te lopen in te tomen. Dat zou niet alleen herhaling van revoluties, oorlogen en genociden kunnen voorkomen, maar ook de kans op herhaling van de rampzalige graaicultuur van CEO’s en bankdirecteuren kunnen verkleinen.