Recessie laat IOC nog ongemoeid

Het IOC heeft financieel niet te klagen. Hoewel het nog niet wil vlotten met het vinden van hoofdsponsors groeien de inkomsten de komende vier jaar met zo’n één miljard euro.

De wereldwijde financiële crisis heeft het Internationaal Olympisch Comité (IOC) gehinderd, maar niet geïnfecteerd. Vooralsnog komt er geen eind aan de verhogingen van inkomsten uit sponsorcontracten en televisierechten, de belangrijkste inkomstenbronnen.

Richard Carrión, IOC-lid en voorzitter van de financiële commissie, antwoordde met een brede glimlach op de vraag hoe hij de huidige financiële positie van het IOC zou willen kwalificeren: „Zeer goed.” Een understatement van de de bankier uit Puerto Rico, want het IOC ziet de inkomsten over de periode van vier jaar met de Spelen in Vancouver (2010) en Londen (2012) met zo’n één miljard euro stijgen tot een totaal van ongeveer 3,5 miljard euro. Voor de periode met de Spelen van Turijn (2006) en Peking (2008) bedroegen de totale inkomsten 2,5 miljard euro.

Het effect van de crisis ervoer het IOC alleen in de onderhandelingen met de hoofdsponsors. Na de Olympische Spelen van Peking in 2008 haakten vier sponsors af – fotogigant Kodak, farmaceutisch bedrijf Johnson & Johnson, computerfirma Lenovo en de Canadese verzekeraar Manulife – en kwamen onderhandelingen met nieuwe partners pas na een jaar weer op gang. Maar die gesprekken verlopen stroef. Vooralsnog heeft het IOC alleen met computerfirma Acer een opvolger gevonden voor Lenovo. Een tegenvaller, omdat de ambities zijn gericht op weer twaalf hoofdsponsors voor het pakket voor ‘Vancouver’ en ‘Londen’. Naar verluidt is één van de beoogde partners het Duitse autoconcern Mercedes.

Het Noorse IOC-lid Gerhard Heiberg, die als hoofd van de marketingcommissie de onderhandelingen voert, was gisteren optimistisch. In zijn rapportage tijdens de plenaire vergadering (Sessie) in Kopenhagen sprak hij de verwachting uit binnenkort een contract met nog drie nieuwe hoofdsponsors te kunnen afsluiten. Maar de tijd dringt, want de Winterspelen in Vancouver beginnen 12 februari 2010. Mocht Heiberg niet in zijn opzet slagen, dan ontstaat er een tekort van zo’n 77 miljoen euro, omdat tegenover de begrote 677 miljoen euro pas zo’n 600 miljoen euro is gegarandeerd; overigens altijd nog veertien miljoen euro meer dan de totale sponsorinkomsten van de Spelen van Turijn (2006) en Peking (2008).

Hoewel het IOC geen details uit contracten prijsgeeft, is uit de totale sponsorinkomsten te herleiden dat een hoofdsponsor ongeveer zeventig miljoen euro voor vier jaar betaalt. Die bedragen zullen enigszins van elkaar verschillen, omdat niet alle contracten parallel lopen. Dienstverlener Atos Origin en de elektronicafirma’s Panasonic en Samsung hebben bijvoorbeeld een overeenkomst tot en met de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016. De looptijd van contracten met frisdrankengigant Coca-Cola, technologiebedrijf GE, hamburgerketen McDonald’s, horlogefabrikant Omega en creditcardfirma Visa gaan tot en met ‘Londen’ of ‘Sotjsi’ (2014).

Hoe lucratief ook, de sponsorgelden zijn maar twintig procent van de inkomsten van het IOC. Bijna 75 procent komt uit de televisierechten. Waren de Spelen van Turijn en Peking nog goed voor 1,7 miljard euro, die van Vancouver en Londen garanderen het IOC nu al het recordbedrag van 2,6 miljard euro. De onderhandelingen voor de Spelen van Sotsji (2014) en Rio de Janeiro (2016) zijn gaande en wijzen op een enorme stijging.

Die verhoging is het gevolg van een gewijzigde onderhandelingsstrategie van het IOC. Er wordt gemikt op contracten met afzonderlijke partners in plaats van een koepelorganisatie. Daarmee is begonnen in Europa, waar voor ‘Vancouver’ en ‘Londen’ de televisierechten voor zo’n 475 miljoen euro zijn verkocht aan de EBU, de Europese publieke omroepen. Het IOC is voor ‘Sotsji’ en ‘Rio de Janeiro’ die onderhandelingen gestaakt om afzonderlijke afspraken te kunnen maken met grote Europese landen als Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Duitsland en Turkije. Voor de kleinere Europese landen heeft het IOC de televisierechten, voor naar verluidt 340 miljoen euro, verkocht aan SportFive, een particulier agentschap met vestigingen over de gehele wereld. Wil de NOS beelden van de Spelen in Sotsji en Rio de Janeiro uitzenden, dan moet het een deal sluiten met SportFive.

Het IOC heeft intussen de onderhandelingen afgerond in Spanje (RTVE), Italië (Sky Italia) en Turkije (Fox). Met elk land zou een bedrag van om en nabij zeventig miljoen euro zijn afgesproken. Het verhaal gaat dat in Duitsland ARD en ZDF een gezamenlijk bod van zestig miljoen euro hebben gedaan, maar Sky Duitsland bereid is meer te betalen.

De resterende vijf procent van de inkomsten haalt het IOC uit het beeldmerkrecht van de olympische ringen en investeringen in obligaties, fondsen en aandelen. Steden die Olympische Spelen organiseren worden bijvoorbeeld geacht 7,5 procent van eigen sponsorinkomsten aan het IOC af te dragen.