Ontbreken

Toen ik als kind de fotoalbums van ons gezin bekeek, schrok ik van de constatering dat mijn vader bijna nergens bij aanwezig was. Ik zag honderden foto’s van mijn moeder, mijn broers en mijzelf, maar mijn vader ontbrak.

In de meeste fotoalbums ontbreekt iemand. Hij is hooguit aanwezig doordat hij als fotograaf laat zien vanuit welk perspectief hij de wereld beziet. Onlangs kreeg ik een fotoboek van de kunstenaar Anne Delrez in handen, Charles et Gabrielle, Photographes de leurs vacances 1947-1956 (uitgeverij Le Port a Jauni), waarin er een poging is gedaan het ontbreken van de fotograaf op te heffen.

Delrez stelde het boek samen uit foto’s die ze erfde van haar oudoom Charles. Deze had negen lang jaar alle vakanties vastgelegd met zijn vrouw, ze portretteerden steeds elkaar.

Delrez schrijft in een korte inleiding dat haar oudoom en oudtante elkaar op latere leeftijd hebben ontmoet. Ze werkten bij de gemeente in Parijs en gingen elke paas- en zomervakantie samen op reis. Een leven met de regelmaat van een klok. Ook de manier waarop dit koppel hun leven registreerde, voltrok zich volgens een vooropgezet plan. Toch hebben ze er zichtbaar plezier in om steeds weer volgens dezelfde formule hun leven in beeld te brengen. Meer nog dan het verslag van een serie vakanties, is dit het verhaal van een liefde.

Charles staat links, Gabrielle rechts op de pagina. Charles nam een foto van Gabrielle, wanneer ze op een stoel onder een boom zat. Gabrielle nam een foto van Charles, op dezelfde stoel, en als het kon in een vergelijkbare houding. Wanneer Charles op een rots aan een meertje plaatsnam, met zijn voeten in het water, moest Gabrielle even later op dezelfde plek gaan zitten, rok omhoog, om net als Charles de voeten in het water te laten bungelen.

Het lukt natuurlijk nooit helemaal om elkaar in dezelfde houding, op dezelfde plaats vast te leggen. Waar ze van elkaar afwijken, onthullen ze hun eigenheid. Wanneer Charles en Gabrielle elk op een houten vlonder staan, valt op hoe Charles met zijn blik iets in het water zoekt, terwijl Gabrielle de ogen richt op een opengeslagen boek in haar hand.

Er is één paar foto’s waarop ze als koppel naast elkaar staan. Op de eerste foto zit Gabrielle in een stoel en heeft Charles houterig een arm om haar heen gelegd, alsof zijn gestrekte arm een liniaal is waarmee hij de lengte van Gabrielles zij opmeet. Bij de volgende poging staan ze zij aan zij, en dan is voor het eerst te zien dat ze even lang zijn. Charles moet alweer een ongemakkelijke houding aannemen om zijn geliefde te omarmen. Zijn linkerarm moet iets boven schouderhoogte worden gestrekt om zijn vingers over Gabrielles schouder te strekken. Gabrielle probeert zich tevergeefs iets kleiner te maken door haar hoofd licht te bukken.

Deze serie foto’s leest als een rijke liefdesgeschiedenis die vanuit twee personages wordt verteld. Deze geliefden worden verbonden door het verlangen de ander op alle mogelijke manieren te zien. Gabrielle ziet Charles door een lens en Charles ziet Gabrielle door een lens kijken. Ze zien beiden hoe de ander waarneemt. Wij krijgen een idee van hun verlangen naar elkaar. Het is alsof ze elkaar zo dicht hebben willen naderen dat ze elkaars plaats innemen. Elkaar willen zíjn.

De foto’s tonen ons ondertussen de onmogelijkheid ooit werkelijk met iemand samen te vallen.