Kwakmans hupje

Bij veel profs overheerst de angst om iets verkeerd te doen. Je ziet het aan hun kromme ruggen, hun gespannen benen. Je zou niet met ze willen ruilen. Met Kees Kwakman wel. Bij hem schuilt iets avontuurlijks in de heupen, dat je zegt, daar loopt een voetballer. Hij draaft over het middenveld en je vraagt je af wat hij gaat doen. De bal even controleren met zijn linkerbeen, een tegenstander uit zijn tent lokken, even jennen misschien (is hij ook niet vies van)? Of de bal in één keer doorspelen? Het hangt van zijn luim af, lijkt het, en dat maakt het zo leuk. Kwakman is niet briljant of superspel, het gaat erom dat de nummer 5 van NAC erbij loopt zoals voetballers er vroeger bijna allemaal bij liepen. Alsof hij op zaterdag nog de post heeft rondgebracht en zich nu uitleeft met een goed betaalde hobby.

Als een teamgenoot van hem naast schiet, of de bal niet goed voorgeeft, maakt hij soms een huppeltje. Zulke huppeltjes – meer hupjes – zie je niet vaak in het profvoetbal. En al helemaal niet als blijk van teleurstelling. Het hupje van Kwakman zegt: wel verdorie. De tijdens een aanval opgebouwde hoop – ja, ja… nee, toch niet – vloeit weg uit zijn systeem als gevolg van even opspringen en het ene been iets hoger optillen dan het andere. Na zijn hupje moet Kwakman snel weer terug naar het middenveld, waar vandaan hij naar voren was gehold met de intentie een bijdrage te leveren aan een goal. Maar dan had die medespeler wel wat slimmer moeten handelen, verdorie.

Hij leest het spel, zoals dat heet, en zoekt daarin zijn eigen weg. Niets aan hem doet denken aan de pijltjes op het bord in de kleedkamer. De tactische afspraken, hoe onvermijdelijk ook, krijgen hem niet klein. Daarvoor loopt hij er te losjes bij, te – een ander woord is er niet voor – persoonlijk. Hij is opgeleid in Volendam, tussen straatvoetballers achter de dijk: dat zal het zijn. De zoon van ex-prof Wim Kwakman doet niet aan voetbal, hij ís voetbal.

In Volendam en bij RBC een centrumverdediger in de eerste divisie, pas sinds vorig jaar middenvelder in de eredivisie: het is raar gelopen. Dit alweer 26-jarige geinporem, erkend imitator van weerman Piet Paulusma, verkoopt na de wedstrijd geen slaapverwekkende clichés. Geen defensief opgetrokken wenkbrauwen voor de camera. Kwakman zegt wat hij denkt – waar kom je dat nog tegen?

Hij zei dus wat hij gedacht had in een hopeloze wedstrijd tegen Ajax: als die Suarez mij de bal nog eens tussen de benen speelt, breek ik zijn benen. Geintje natuurlijk, vroeger was niemand erover gevallen. Nu moest-ie zijn excuses aanbieden. Tja.

Vlotgebekte Kwakman wil later sportcommentator worden. Een ouderwets leuk vooruitzicht.