'Jullie moeten betalen om bomen te laten staan'

Ontwikkelingslanden betalen om bomen te laten staan, wordt wel gezien als een van de mogelijkheden in de strijd tegen klimaatverandering.

Als Brazilië zijn tropische regenwouden zou vervangen door bijvoorbeeld zwembaden, zou het land in de statistieken ineens een stuk rijker zijn. Want een boom vertegenwoordigt in de economie geen waarde. Althans niet zo lang die blijft staan. Als een boom wordt gekapt, levert het hout geld op en komt er ruimte voor landbouw of voor andere activiteiten waarmee geld kan worden verdiend. Logisch dus, dat de tropische bossen in ontwikkelingslanden zo snel verdwijnen.

Volgens Kevin Conrad, klimaatambassadeur van Papua New Guinee, is er wel een manier om dat te voorkomen. Door landen te betalen als ze hun bossen laten staan. Conrad is een van de pleitbezorgers van REDD. Dat staat voor Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation in Developing Countries, een programma van de Verenigde Naties dat de uitstoot van broeikasgassen probeert tegen te gaan met projecten die houtkap moeten voorkomen. REDD was een van de thema’s bij de onderhandelingen de afgelopen twee weken in Bangkok, ter voorbereiding van de klimaatconferentie in december in Kopenhagen.

„Houtkap is verantwoordelijk voor bijna twintig procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen”, zegt Conrad in een telefoongesprek vanuit New York. „Ontbossing tegengaan is de enige manier om die uitstoot snel en goedkoop te reduceren. Als we dat niet doen, wordt het onmogelijk om de doelstelling te halen die we eerder hebben afgesproken – een wereld die niet met meer dan twee graden Celsius opwarmt. Natuurlijk moeten we ook technologie ontwikkelen om efficiënter met energie om te gaan en we moeten methodes vinden om CO2 op te slaan. Maar dat is veel ingewikkelder. Er is gewoon niet genoeg tijd om nog langer te aarzelen.”

Conrad is een bevlogen spreker. Niet voor niets werd hij vorig jaar door Time Magazine uitgeroepen tot ‘held van het milieu’ en door de VN milieuorganisatie UNEP tot ‘kampioen van de aarde’. Dat succes dankt hij aan één moment, ruim anderhalf jaar geleden, in Bali. Daar moest het fundament worden gelegd voor een nieuw klimaatakkoord. Maar door obstructie van de Amerikanen, toen nog van de regering-Bush, dreigden de onderhandelingen te verzanden. Toen de Amerikaanse delegatie op het laatst India kapittelde, stond Conrad op en zei tegen de Amerikanen: „Als u om welke reden dan ook geen leiding wilt geven, laat dat dan over aan de rest van ons. Please, get out of the way.” – Ga alstublieft opzij. Conrad kreeg een ovationeel applaus en een paar minuten later gingen de Amerikanen overstag. „We join consensus”, zei onderminister Paula Dobriansky. We sluiten ons aan bij wat is afgesproken. David uit het kleine Papua New Guinee had de Amerikaanse Goliath verslagen.

Kevin Conrad wordt niet graag herinnerd aan die middag in Bali. „Ik hoop dat het nooit meer nodig is”, zegt hij. „Alle partijen werden uit elkaar gedreven doordat de Amerikanen maar bleven dralen. Ze waren onderling verdeeld. De mensen die onder het Witte Huis vielen, stelden zich veel harder op dan degenen die van het ministerie van Buitenlandse Zaken kwamen. Mijn opmerking maakte een einde aan de patstelling.”

In Bali werd besloten dat niet alleen het aanplanten van nieuwe bossen maar ook het behoud van bestaande bossen deel moet uitmaken van een nieuw klimaatverdrag. Het is eigenlijk heel simpel, zegt Conrad. „Nederland wil onze koffie, China wil ons hout. En wij willen het graag leveren, omdat het ons inkomen is. Dus weg met die bomen. Als jullie dat niet willen, dan moet je zorgen dat we ons inkomen ergens anders vandaan kunnen halen. Dan moeten we dus geld verdienen aan het laten staan van de bossen. Dat geld zal moeten komen van rijke landen.”

Waar dat geld naartoe gaat, hangt volgens Conrad af van de situatie – als het maar gebruikt wordt om bomen te behouden. „In sommige landen verdwijnen bossen vooral door bosbranden, daar kan geïnvesteerd worden in beter brandmanagement. Elders kunnen projecten voor duurzaam toerisme de waarde van de bossen vergroten. Vaak worden bomen gekapt omdat het een simpele manier is om aan vruchtbare landbouwgrond te komen. Verbetering van de bestaande landbouwtechniek kan houtkap dan onnodig maken. Soms is een investering nodig die de lokale bevolking moeten helpen nieuwe manieren te vinden om geld te verdienen.”

Critici zeggen dat de voordelen van REDD worden overschat. Het zou veel minder opleveren dan wordt gesuggereerd. Bovendien is het moeilijk om precies vast te stellen welke bossen dankzij REDD daadwerkelijk blijven staan – veel bomen zouden wellicht ook zonder een REDD-programma niet zijn gekapt. Verder dreigt REDD vooral rijke landeigenaren te belonen. En het systeem is gevoelig voor corruptie.

Maar Conrad wuift die kritiek weg. „Corruptie is niet voorbehouden aan ontwikkelingslanden. Natuurlijk moeten we realistisch zijn. Dus het systeem moet transparant functioneren en achteraf goed controleerbaar zijn. Maar mijn grootste zorg is dat een REDD-akkoord straks in Kopenhagen eindigt in een papieren tijger. Rijke landen doen wel vaker beloftes die ze niet waarmaken. Kijk naar de Millenniumdoelstellingen, over het halveren van het aantal mensen met honger en het redden van kinderen. Slechts een paar landen komen hun toezeggingen na. Als rijke landen zich niet eens aan hun beloftes houden om kinderen te redden, zullen ze dat dan wel doen voor bomen?”