Introdans blijkt veel beter in voorstelling voor jeugd

Dans****

Introdans voor de Jeugd met Zwart op Wit. t/m 12 febr. www. introdans.nl

Introdans voor de Jeugd, dat zijn 20-jarige jubileum viert met het programma Zwart op Wit, is te prefereren boven de vaak zouteloze exercities van Introdans voor grote mensen. De twaalf dansers zijn gretiger en scherper, en begrijpen wel waarmee ze bezig zijn. Het zou beter zijn als Introdans al zijn kaarten zet op de jeugd.

In de stijl van de jonge Braziliaan Fernando Melo is een Scandinavische invloed te zien: een vrije, aardse bewegingsstijl, groot van gebaar, en met veel beeldgrappen. In Bate (2005) verplaatst een roos zich ‘zelfstandig’ over het toneel en vormt zo de rode draad in de zoektocht van vijf mannen naar de liefde. Eén van hen bekoopt zijn avontuur met de dood en eindigt ónder het roosje en een regenbui van rozenblaadjes.

In Almost Home, speciaal gemaakt voor Introdans, vraagt een van de dansers kinderen in de zaal wat ze het liefst doen. Hun antwoorden komen aan het einde verrassend terug. Tussentijds maken de dansers hun eigen muziek, en wisselt een jasje steeds van eigenaar. Misschien niet origineel, maar goed in elkaar gezet en amusant.

Minder op de lach gericht is Robert Battles Promenade (2000). Maar zijn ballet op een gedeconstrueerde tango is kort genoeg om te blijven boeien. Lightfoot en León spelen in Susto (1994) met het contrast tussen de dramatisch geladen muziek, de Vijfde van Beethoven, en het absurdistische spel met een zandloper. Het inventieve gestuiter in William Forsythe’s beddenballet Double/Single (2002), op muziek van Bach noodt tot imitatie.

In the Future (1986) van Hans van Manen, op muziek van David Byrne, werkt nog altijd als een trein, met zijn bedrieglijke eenvoud en de optische werking van de kostuums – groen en rood op signaalscherpte. En zo bewegen de dansers soms ook: als een treintje, maar één met een onderkoeld gevoel voor danshumor.

Francine van der Wiel