Ik ben uit het paradijs gevallen

Anne van Veen, dochter van Herman van Veen, koos net als haar vader voor het cabaret.

Ze zingt over verlies van onschuld en liefdesproblemen – precies als haar vader.

(Foto Anaïs Lopez) Anne van Veen voor Zin interview op vrijdag Lopez, Anais

Eén keer is er iemand halverwege de voorstelling opgestaan. Een vrouw, ze liep de zaal uit. „Ja, je kunt natuurlijk ook gewoon weglopen”, riep Anne van Veen (25) haar nog na. Heel impulsief natuurlijk. Maar vrij onhandig ook, vindt ze achteraf. Lolbroek, je moet je eigen onzekerheden niet op het publiek projecteren. „Dat is regel één in dit vak. Maar die leer je niet op de kleinkunstacademie.” En die vrouw? Die kwam gelukkig gewoon weer terug – toen haar hoestaanval over was.

Het gaat goed met Anne van Veen, de dochter van Herman van Veen en actrice Marlous Fluitsma. Eind vorig jaar ging haar solovoorstelling Anne in première, met korte teksten en veel Nederlandstalige liedjes, vooral over de liefde. Ruim tachtig voorstellingen heeft ze er inmiddels op zitten. „Tegen het einde haalde ik de honderd man publiek wel. Al heb ik in het begin ook gespeeld voor dertien man. Ja, zelfs voor acht.”

In september ging Anne in reprise, nog eens 26 voorstellingen staan er gepland. „Er was nog wel vraag naar een paar optredens”, concludeert ze bescheiden. „En zelf ben ik er ook nog niet op uitgekeken.” Want op het podium staat ze graag, maar over zichzelf praat Anne van Veen voorzichtig. Ze weegt haar woorden. En heel soms begint haar onderlip zachtjes te trillen. „Ik hoef dit natuurlijk niet te vertellen”, zegt ze dan hardop tegen zichzelf.

Je vindt het moeilijk over jezelf te praten.

„Ik wil graag gewoon behandeld worden. Mijn ouders zijn beroemd en als ik dat pontificaal op tafel leg, kan dat negatief geïnterpreteerd worden. Zo van ‘Nou nou, wie denkt u wel niet dat u bent mevrouwtje’. Op de kleinkunstacademie heb ik het daarom stilgehouden. Een heel jaar. Terwijl iedereen het natuurlijk allang wist. Dat kenmerkt mij wel.”

Een beetje naïef?

„Toen in ieder geval. Nu ben ik er wel achter dat het handiger is om het maar meteen te zeggen. Je kunt wel mysterieus gaan zitten doen, maar dat werkt alleen maar meer achterdocht in de hand. Trouwens, ik ben ook trots op mijn achtergrond.”

En dus komt er ook een stukje van het liedje ‘Anne’ in je voorstelling voorbij, het nummer dat je vader schreef toen je net geboren was?

„Ja, want anders denkt iedereen toch: zou zij niet weten dat wij weten dat zij de dochter van is? Ik hoop natuurlijk dat zoiets minder belangrijk wordt. Dat mensen niet meer denken: zij heeft een streepje voor. Vroeger verslond ik de bladen. Dan putte ik weleens hoop uit iemand als Kim van Kooten. Zij is al lang niet meer alleen ‘de dochter van’. Zo wil ik ook graag beoordeeld worden. Om wie ik ben. Niet als de dochter van, en niet als dat meisje uit dat liedje.”

Maar stel je eens voor dat dat liedje nooit geschreven was? Dat het bijvoorbeeld over je zus Babette ging.

„Nou, dat was misschien best fijn geweest. Want het is me wat, zo’n cadeau. Als ik echt, echt over dat liedje ga nadenken, dan wordt het wel ontroerend allemaal. Ik voel me weleens bijna schuldig, omdat er een liedje over mij is geschreven en niet over mijn zus.”

Maar dan had je misschien niet zulke volle zalen gehad.

„Dat is waar. Er komen veel fans van mijn ouders kijken. Daarom zit er bij mij meer publiek dan bij de gemiddelde debutant. Dat is fijn, maar ook eng. Je moet ze wel veroveren.”

Je moet tegen je vader opboksen?

„Nee, want dat kan niet. Hij is groots, intens en charismatisch. Ik ben gelukkig ook niet te vergelijken met hem. Ik ben geen man van 63. Als ik mezelf wel zou willen vergelijken, zou ik heel ongelukkig worden. Dan schiet je in een soort kramp.”

Waarom ben je niet gewoon iets anders gaan doen?

„Dat heb ik lang geprobeerd. Ik vond het namelijk zo’n cliché, je ouders achterna. En ook omdat ik natuurlijk wist dat het een hard vak is. Loeihard werken, onregelmatige werktijden, alles zelf regelen. En veel van jezelf laten zien. Interviews geven, over jezelf vertellen en daar dan weer op aangesproken worden. Je staat in je blote kont.”

Niets voor jou, dacht je.

„Ik ging dus gewoon op paardrijden en op tennis. Niet op piano of viool. En ik wilde trendwatcher worden, Nederlands studeren, of kunstgeschiedenis. Maar ondertussen heb ik in mijn vrije tijd heel wat afgezongen en gedanst en gespeeld. Heel kinds hoor, zonder verwachtingen. Totdat ik er niet meer omheen kon. Anderen zeiden ook dat ik het in me heb. Toen ben ik toch maar naar de Kleinkunstacademie gegaan.”

En nu doe je precies hetzelfde als je vader.

„Ja, en ook nog eens dezelfde vorm: een liedjesprogramma en solo. Ook daar heb ik me trouwens tegen verzet op school. Daardoor ben ik pas laat gaan doen wat ik echt wilde: liedjes schrijven, kleinkunst. Ik heb er een extra jaar academie aan vastgeplakt, om me alsnog te specialiseren. In dat jaar heb ik een begin gemaakt aan mijn voorstelling. Die gaat over mijn volwassenwording. Als kind is het leven namelijk rooskleurig. Totdat je de vijver in fietst, omdat het kroos zo op gras leek. Langzamerhand kom je erachter dat het leven niet alleen maar leuk is. Dat ik niet alleen maar leuk en mooi ben. Ik ben uit het paradijs gevallen.”

Precies datgene waarvoor je vader je in het liedje Anne waarschuwt.

„Ja. Bizar, hè. Al is het natuurlijk een universeel thema. Maar het klopt, het is de leidraad van mijn voorstelling. Mijn vader en ik zijn bezig met dezelfde thema’s, houden van dezelfde vorm. Dat zullen de genen zijn.”

En de nadruk op de liefde, je eigen liefdesleven...

„Poeh. Dat komt doordat... hoe zeg je dat... ik heb nogal ongebruikelijke wegen in de liefde bewandeld. Dan kun je denken aan een tweede viool. Een derde wiel. Schoonzonen en schoondochters die je met Kerst niet mee naar huis kunt nemen.”

Ehm.

„Ja, jemig! Ik wil er niet te veel over vertellen. Nou vooruit, ik ben weleens op mensen gevallen die eigenlijk al iemand anders hadden. Dat klinkt nu misschien wat dramatisch, omdat ik er zo zwijgzaam over ben. Aan de andere kant: het was voor mij destijds best pittig. Himmelhoch jauchzend und zu Tode betrübt.„

En het feit dat je op mannen en op vrouwen valt?

„Dat is niet zo’n belangrijk thema in de voorstelling. Dat heeft mij ook niet zoveel problemen opgeleverd. Ja, voor mijn moeder was het misschien een beetje wennen. Maar mijn vader heb ik er weleens van verdacht dat hij stiekem opgelucht was. De schoonzonen die ik meebracht, hebben het lastiger gehad. ‘Als jij nou een leuke vriendin meeneemt, zit ik straks lekker tussen twee prachtige vrouwen Studio Sport te kijken’, zei hij dan. In de voorstelling houd ik dat gegeven een beetje in het midden. Ik wil dat mijn voorstelling universeel blijft, iedereen kan aanspreken.”

Dat ook mannen zich op hun gemak blijven voelen in de zaal.

„(Lachend) Anders blijft er straks een zaal over met alleen maar vrouwen – en dan mijn vader als enige man daar tussenin.”

Voorstellingen van Anne van Veen op: www.annevanveen.nl