Iedereen is tegen mij

Constitutionele Hof heeft woensdag Berlusconi’s onschendbaarheid opgeheven

De premier moet nu vooral zijn bondgenoten vrezen.

„En wat nu?” Vrijwel alle kranten in Italië hebben deze vraag gisteren afgedrukt, nadat het Constitutionele Hof de onschendbaarheid van premier Silvio Berlsuconi had opgeheven. De uitspraak van het Hof luidt een periode van politieke en institutionele instabiliteit in Italië in.

Berlusconi is kwetsbaar. Hij voelt zich „verraden” door president Giorgio Napolitano, die de immuniteitswet had goedgekeurd en deze volgens Berlusconi had moeten verdedigen voor het Constitutionele Hof. „We weten aan welke kant de president staat”, aldus de premier. „Onpartijdig en aan de kant van de grondwet”, luidde de onmiddellijke repliek van de president.

Berlusconi vindt dat iedereen tegen hem is. De magistratuur, de president, pers, en programma’s op de publieke tv „die worden betaald met geld van alle burgers”. Volgens de premier hebben de instituties een toontje lager te zingen, omdat niet zij, maar hij is gekozen door het volk en daarom boven de instituties staat. Berlusconi: „Als Silvio er niet was met heel zijn regering en de steun van 70 procent van de Italianen zouden we in handen zijn van links dat van ons land zou maken wat iedereen weet.”

In werkelijkheid vormt de linkse oppositie het kleinste gevaar voor Berlusconi. Alleen Antonio di Pietro, de ex-officier van Justitie die de tweede oppositiepartij Italië van de Waarden leidt, heeft om het aftreden van Berlusconi gevraagd. De grootste oppositiekracht, de Democratische Partij, bidt vurig dat Berlusconi zal doorregeren en heeft hem daar zelfs toe opgeroepen. De Democratische Partij is na het aftreden van haar leider Walter Veltroni vleugellam. In de peilingen weet links niet te profiteren van de schandalen rond Berlusconi. Zeker de helft van het volk verkiest Berlusconi boven de ruziënde en weinig aansprekende linkse oppositie.

De officieren van justitie in Milaan en wellicht ook in Rome, Bari en Palermo zullen hun best doen om Berlusconi nu veroordeeld te krijgen. Vooralsnog wachten hem twee rechtszaken in Milaan. Hij moet zich verantwoorden voor het vermeende omkopen van de getuige David Mills. (Een veroordeling van Berlusconi lijkt echter weinig waarschijnlijk, omdat de rechtszaak met nieuwe rechters moet beginnen en de verdachte na de eerste uitspraak nog twee keer beroep kan aantekenen. Over maximaal anderhalf jaar verjaart het vergrijp en het is twijfelachtig of het Hof van Cassatie dan al een definitief oordeel kan vellen. Dat lijkt ook het geval in de zaak-Mediaset.

Intussen spelen Berlusconi’s coalitiepartner Umberto Bossi van de Lega Nord en zijn partijgenoot en kroonprins Gianfranco Fini een geraffineerd politiek spel. Zij hebben op dit moment meer belang bij een vleugellamme premier die uitvoert wat zij willen dan bij verkiezingen die Berlusconi mogelijk opnieuw versterken en legitimeren. Bossi eist dat het proces van federalisering van Italië wordt voortgezet. Hij wil dat de noordelijke regio’s meer autonomie krijgen en dat geld dat in het noorden wordt verdiend ook in het noorden blijft. Zo lang Berlusconi meewerkt aan de federalisering zal Bossi hem steunen.

Gianfranco Fini is de ex-leider van de postfascistische partij Alleanza Nazionale die dit voorjaar met Berlusconi’s Forza Italia is gefuseerd tot Volk van de Vrijheid. Zijn verhouding met Berlusconi is al maanden gespannen en hij verwijt il Cavaliere dat deze de partij ondemocratisch leidt. Fini steunt Berlusconi nu in de hoop dat de processen in Milaan het gezag van de premier verder zullen aantasten. Alleen zo zou het hem kunnen lukken om op termijn de onvermoeibare en populaire Berlusconi te verslaan.

Juist nu het land in economische crisis verkeert, is een politieke patstelling ontstaan waarin iedereen elkaar in een houdgreep heeft.