Hoe waar is de foto van Capa

Meer dan zeventig jaar na dato wordt er nog altijd fel gedebatteerd over het waarheidsgehalte van Robert Capa’s beroemde foto De Vallend Soldaat. John Morris, een oude vriend van Capa, weet dat het beeld authentiek is. „Ik weet zeker dat de man op de foto is gestorven.” In het Nederlands Fotomuseum gaat morgen een tentoonstelling over Capa open, This is War!

Een man op een dor stuk heuvel valt naar achteren. Zijn geweer glipt bijna uit zijn handen. Zijn linkerhand, nauwelijks zichtbaar, is verslapt. De man is getroffen door een kogel. In de borst of in het hoofd? Of doet hij eigenlijk maar alsof? En waar is de foto genomen?

Nog nooit is er in de geschiedenis van de fotografie zo lang, zo veel en zo fel gedebatteerd over één foto. Aan de discussie over De Vallende Soldaat van oorlogsfotograaf Robert Capa lijkt geen einde te komen. Afgelopen juli trok opnieuw een onderzoeker de authenticiteit van de beroemde foto in twijfel. In de Spaanse krant El Periodico stond een artikel waarin werd beweerd dat de foto die Capa tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) maakte, niet is genomen op 5 september 1936 in Cerro Muriano, ten noorden van Córdoba, zoals tot nu toe algemeen werd aangenomen, maar vijftig kilometer verderop, in de omgeving van Espejo. „Capa heeft de soldaat gefotografeerd op een locatie waar niet werd gevochten,” schreef de krant. „De ware locatie, zo’n tien kilometer van een inactief front, toont aan dat de dood (van de soldaat, red.) niet echt heeft plaatsgevonden.”

De krant baseerde zich op een onderzoek van José Manuel Susperregui, hoogleraar communicatiewetenschap, die in zijn boek Shadows of Photography de nieuwe locatie had achterhaald aan de hand van bergen die vaag te zien zijn op de achtergrond. Susperregui stuurde een aantal foto’s uit dezelfde serie naar historici in de omgeving van Córdoba met de vraag of zij de omgeving herkenden. Hij kreeg antwoord uit Espejo. Maar daar werd niet gevochten op 5 september 1936. En dus, concludeerde Susperregui, is de kans groot dat Capa de foto destijds in scene heeft gezet.

„Ik weet zeker dat die soldaat wel is gestorven,” zegt John Morris, gezeten in zijn appartement in Parijs. De 92-jarige Amerikaan, voormalig chef fotografie van Life, Ladies Home Journal en The New York Times, ontmoette Capa in New York in 1939 en ontwikkelde een lange vriendschap met de fotograaf. „Bob was als een broer,” vertelt hij. „Ik ontmoette hem vlak nadat ik bij Life was gaan werken. Ik was nogal jaloers op zijn uiterlijk,” zegt hij met een lach. „Alle vrouwen vielen op hem. Toch werden we meteen vrienden.” Vanaf 1947 runde Morris jarenlang het agentschap Magnum en stuurde Capa en de andere Magnum-fotografen geregeld op pad voor fotoreportages. In 1954 was hij een van die eersten die te horen kreeg dat Capa in Vietnam om het leven was gekomen. „Ik had tegen Bob gezegd dat hij niet naar Indo-China moest gaan. Ik zei: this is not your war. Maar hij ging toch. Ik heb dat altijd betreurd.”

Morris kende Capa nog niet op het moment dat hij in 1936 als 22-jarige jongen, samen met zijn vriendin, de fotografe Gerda Taro, aan het Spaanse front was. Over de gebeurtenissen rondom De Vallende Soldaat kan hij dus alleen maar speculeren. Toch is hij stellig in zijn opvattingen over wat er op die dag moet zijn gebeurd. „Ik kan me niet voorstellen dat Bob deze foto zou hebben geënsceneerd. Ik weet ook zeker dat Capa niet wist dat hij de foto had genomen. Het was zo’n snelle momentopname. Ik denk dat Bob de rolletjes naar Parijs heeft gestuurd en er pas later achterkwam, toen de foto in het Franse blad Vu werd gepubliceerd, dat de soldaat op de foto stond.”

Volgens Morris is de soldaat die op de foto staat per ongeluk gestorven. „Ik ben met Capa gedurende de Tweede Wereldoorlog aan het front geweest. Ik heb gezien hoe hij met soldaten omging en wat voor een effect zijn camera op hen had. Camera’s waren in die tijd nog redelijk zeldzaam. Ik vermoed dat Bob op pad was met een groep republikeinse soldaten die aan het dollen waren. Ik denk dat hij die bewuste soldaat heeft gevraagd te poseren en dat, op het moment dat hij zijn camera op de man richtte, de man onverwacht is neergeschoten, waarschijnlijk door een sniper (van nationalistische zijde, red.) die activiteit zag.”

Iemand met wie Morris al jaren in discussie is over de ware toedracht van de foto is de Australische schrijver en journalist Phillip Knightley. In 1975 stelde Knightley als eerste de authenticiteit van Capa’s foto aan de kaak in zijn boek The First Casualty. From the Crimea to the Falklands: The War Correspondent as Hero, Propagandist and Myth Maker. Daarin schrijft hij dat de foto van de vallende soldaat geënsceneerd moet zijn. Voor zijn onderzoek sprak Knightley met meerdere collega’s van Capa die zich rond dezelfde tijd in Spanje bevonden.

Een van zijn bronnen is O. Dowd Gallagher, een Zuid-Afrikaanse journalist die als correspondent voor de Londense Daily Express de Spaanse burgeroorlog versloeg. Gallagher vertelde Knightley dat hij en Capa „ergens gedurende de oorlog samen een hotelkamer zouden hebben gedeeld”. Op welke plek Gallagher en Capa in hetzelfde hotel zaten, meldt Knightley niet. Wel vertelde Gallagher dat op die locatie op dat moment „al een paar dagen weinig actie plaatsvond” en dat Capa en anderen zouden hebben geklaagd tegen republikeinse officieren dat hij geen foto’s kon maken.

Volgens Gallagher stelde een republikeinse officier vervolgens voor om met een aantal soldaten naar een paar greppels in de nabije omgeving te gaan waar ze een aantal manoeuvres voor hem zouden uitvoeren die hij zou kunnen fotograferen. Capa zou aan het eind van die dag opgetogen zijn teruggekomen. Toen De Vallende Soldaat vervolgens werd gepubliceerd, zou Gallagher tegen Capa hebben gezegd hoe ‘echt’ de foto eruit zag omdat het beeld juist niet helemaal was scherpgesteld. Gallagher: „Hij (Bob) moest erg lachen en zei: ‘Als je goeie actiebeelden wilt hebben, moet je niet helemaal scherp stellen. Als je hand een beetje trilt, dan krijg je pas een echt goed actiebeeld’.”

Morris’ theorie, dat de dood van de soldaat zou zijn veroorzaakt door een ongeluk, werd in 2007 bevestigd in het boek This is War! Robert Capa at Work, geschreven door de inmiddels overleden New Yorkse kunsthistoricus Richard Whelan. Zowel in zijn boek Robert Capa: A Biography (1985) als in zijn recente boek concludeert Whelan dat, op basis van foto’s die eveneens afkomstig zijn van hetzelfde rolletje waar het negatief van De Vallende Soldaat toe behoort, het duidelijk is dat de soldaat niet is gefotografeerd op het moment dat er strijd werd gevoerd.

Volgens Whelan’s theorie waren Capa en Taro op 5 september 1936 samen in Cerro Muriano. Er werd op die plek gevochten maar op die bewuste dag gingen beide fotografen, gedurende de siesta, met een aantal republikeinse soldaten op pad om foto’s te nemen. Het resultaat is een serie foto’s van soldaten die hurkend in het gras, of leunend tegen hellingen aan het schieten zijn. Volgens Whelan is het duidelijk dat de mannen een aanval veinzen. Ook is er een beeld waarop alle soldaten, inclusief de man die later wordt neergeschoten, met hun armen omhoog poseren. „We weten niet wie suggereerde om actiefoto’s te simuleren voor de camera – Capo, Taro of misschien de soldaten zelf,” schrijft Whelan.

In zijn boek citeert Whelan ook een passage uit een interview met dezelfde Gallagher dat de fotograaf Jorge Lewinski in 1978 gebruikte voor zijn boek The Camera at War. Hierin vertelt Gallagher dat hij met Capa een hotelkamer deelde in Hendaye, een Frans plaatsje aan de Spaanse grens in de buurt van San Sebastian. Op die plek zouden Capa en andere fotografen door persofficieren van generaal Franco zijn gevraagd om mee te gaan om gefingeerde strijdscenes vast te leggen. Capa zou aan Gallagher hebben verteld dat „door de camera enigszins onscherp te stellen en langzaam te bewegen bij een opname je de meest realistische actiefoto’s kon krijgen.” Volgens Whelan kan dit verhaal niet kloppen. Ten eerste zou Capa, een gedreven anti-nationalist, nooit zijn meegegaan met Franco’s manschappen. Bovendien zou hij in de maanden dat hij met Taro in Spanje was, nooit in de buurt zijn geweest van Hendaye. Via krantenknipsels wist Whelan te achterhalen dat Gallagher inderdaad op 5 september 1936 wel in Hendaye was, honderden kilometers ten noorden van Cerro Muriano. Hij concludeert: „Gallagher’s claim dat hij op dat moment een kamer deelde met Capa en zijn aantijging dat Capa De Vallende Soldaat heeft geënsceneerd, moeten worden opgevat als de producten van het warrige geheugen van een oudere man.”

Phillip Knightley blijft echter vasthouden aan zijn oorspronkelijke conclusie. In een recensie uit 2002 van Alex Kershaw’s boek Blood and Champagne: The Life and Times of Robert Capa, schreef hij: „Robert Capa was een leugenaar, een dwangmatige gokker, een depressief persoon, een zware drinker en een vrouwenverslinder. (…) En, ik blijf erbij, hij heeft de meest beroemde oorlogsfoto allertijden, die van de Spaanse soldaat op het moment dat hij wordt doodgeschoten, geënsceneerd.” Ook Whelan’s meer recente aanval op de valse getuigenis van Gallagher doet Knightley niet afwijken van zijn oorspronkelijke standpunt. „Ik kende Gallagher goed,” zegt Knightley via de telefoon vanuit zijn tijdelijke adres in Barcelona. „Hij was een eerlijke verslaggever en ik heb uitgebreid met hem gecorrespondeerd. Ik geloof dat hij mij de waarheid heeft verteld. Bovendien baseer ik de conclusies in mijn boek niet alleen op wat Gallagher mij destijds heeft verteld. Meerdere mensen bevestigen mijn theorie.”

Wat betreft Gallagher is Knightley wel bereid om toe te geven dat wat hij hem heeft verteld voor een deel feitelijk onjuist kan zijn. „Het is te sterk om te zeggen dat hij een ‘valse getuige’ is. Maar toen ik hem interviewde was Gallagher al een oude man. Hij heeft me later ook een brief geschreven waarin hij aangeeft dat hij zich niet alles precies meer kon herinneren. Ik weet dus niet waar hij Capa heeft ontmoet maar ik weet wel zeker dát hij Capa heeft ontmoet. Ze waren beiden bij de val van Madrid.”

Over zijn harde bewoordingen ten opzichte van Capa is Knightley aan de telefoon wat genuanceerder. „Ik heb in mijn recensie ook geschreven dat ik vermoed dat Capa nooit opzettelijk de wereld heeft willen bedriegen met deze foto. Hij heeft zelf nooit gezegd dat wat hij heeft gefotografeerd ‘het moment van dood’ was.”

Nadat Capa de beruchte foto had genomen, stuurde hij de rolletjes naar zijn agent in Parijs. Kort daarop, op 23 en 24 september 1936, werd een aantal beelden van de film voor het eerst geplaatst in de Franse tijdschriften Vu en Regards. In Vu werden zowel De Vallende Soldaat als een tweede foto met de andere getroffen soldaat gepubliceerd. Daaronder stond het volgende fotobijschrift: „Met levendige tred, de borst in de wind, hun geweren vastklemmend, renden ze over de stug begroeide helling...Ineens werd hun vlucht onderbroken, een kogel vloog – een broedermoordende kogel – en hun bloed werd gedronken door hun geboortegrond.”

Volgens Knightley plaatste Vu destijds De Vallende Soldaat omdat het beeld vooral een symbolische betekenis moest uitdragen. „De bijschriften die werden gebruikt, hadden met opzet een sterk poëtisch karakter. Pas een jaar later kwam daarin verandering.” Op 12 juli 1937 plaatste Life opnieuw Capa's foto maar dit keer stond er een hele andere tekst onder. „Er stond ‘Robert Capa’s camera vangt een Spaanse soldaat op het moment dat hij aan het front bij Cordoba wordt geraakt door een kogel in het hoofd’. Dit bijschrift creëerde een sensatie, het maakte Capa in één klap beroemd. „Dat was het moment dat hij de keuze had: of zijn mond open doen, of zich stil houden,” zegt Knightley. „Capa heeft voor dat laatste gekozen.”

Toch wijst Knightley in deze kwestie niet Capa aan als de schuldige maar de eindredacteur van Life. „Iemand op de redactie wilde van die foto het symbool van de Spaanse burgeroorlog van maken. Life heeft altijd al de traditie gehad om de beste foto’s te willen plaatsen en men heeft, zonder met Capa te overleggen, van een gewone foto een beroemde ‘oorlogsfoto’ gemaakt.” In de periode dat hij de kwestie onderzocht heeft Knightley twee brieven gestuurd naar Life met de vraag wie het onderschrift bij de foto had geplaatst. „Ze hebben er nooit antwoord op gegeven.” Knightley kan zich wel indenken hoe de situatie voor Capa moet zijn geweest: „Stel je voor hoe je je moet voelen. Je bent begin twintig, ineens word je door een Amerikaans tijdschrift in de schijnwerpers gezet, mensen gaan je ‘de grootste fotograaf aller tijden’ noemen. Doe je dan je mond open of hou je je stil?” Knightley denkt dat Capa zich schuldig voelde en daarom zweeg. „Als hij er wel over sprak, vertelde hij telkens een ander verhaal.”

In The First Casualty beschrijft Knightley eveneens hoe Capa aan John Hersey, voormalig schrijver en oorlogscorrespondent, vertelde hoe hij in augustus 1936 in Andalusia bij een felle strijd was waar hij, op het moment dat er iemand werd neergeschoten, zijn camera boven zijn hoofd hield en op die manier ‘de beslissende foto’ maakte. Weer in een ander verhaal zou Capa aan collega David ‘Chim’ Seymour hebben verteld dat Gerda Taro de foto heeft gemaakt. Dat laatste wordt door Whelan in zijn boek bestreden. Uit analyse van de foto's die Capa en Taro in Spanje maakten valt duidelijk op te maken dat Taro gedurende augustus en september 1936 foto’s maakte met haar Rolleiflex – een camera die vierkante negatieven oplevert – terwijl Capa uitsluitend met zijn Leica fotografeerde – een type camera dat 35 mm film gebruikt waarmee ook De Vallende Soldaat is gefotografeerd.

Volgens Morris is er een andere reden waarom Capa zich nooit heeft uitgelaten over het moment dat hij de beruchte foto maakte. „Bob sprak nooit over de foto. Ik kan wel begrijpen waarom. Aangezien het een ongeluk was heeft hij zich er altijd voor geschaamd.” Morris wordt in zijn overtuiging gesterkt door een anekdote van de Duitse fotojournaliste en Life-medewerker Hansel Mieth, vrouw van de eveneens Duitse fotograaf Otto Hagel. „Capa was een keer bij Otto en Hansel op bezoek in Californië. Mieth hoorde op een gegeven moment Otto en Bob met elkaar discussiëren in de keuken. Of Hansel zich ook gemengd heeft in de discussie weet ik niet, maar in ieder geval zei Bob (over De Vallende Soldaat, red.) tegen Otto: „Ik wil er niet over praten, uiteindelijk is de man dood, en wie wil er nu een reputatie bouwen op de dood van iemand die een vriend had kunnen zijn?”

Morris, die in 1998 zijn autobiografie Get the Picture: A Personal History of Photojournalism publiceerde, heeft deze anekdote niet in zijn boek opgenomen. De reden was dat Capa’s broer Cornell, die inmiddels is overleden, volgens Morris ‘te beschermend was’ ten aanzien van zijn broer. „Toen ik met mijn boek bezig was vertelde ik Edie, de vrouw van Cornell, het verhaal van Hansel. Zij heeft mij toen gewaarschuwd dat Cornell geen kritiek over zijn broer kon verdragen en nooit meer tegen mij zou praten als ik dit verhaal in mijn boek zou opnemen.”

Inmiddels heeft Whelan een variant op datzelfde ‘keukengesprek’ wel gepubliceerd. In This is War! schrijft Whelan dat Mieth hem al in 1982 een brief stuurde waarin ze beschrijft dat Capa haar over de omstandigheden vertelde waarin hij de beroemde foto had gemaakt. Capa, die volgens Mieth enorm werd gekweld door de episode, zou hebben gezegd: „Ze (de soldaten) waren aan het dollen. We waren allemaal aan het dollen. We voelden ons goed. Er werd niet geschoten. Ze kwamen de helling afrennen. Ik rende ook en nam een foto.” Capa vertelde ook aan Mieth dat hij de soldaten niet de opdracht had gegeven om een aanval na te spelen maar dat, terwijl ze aan het dollen waren, er totaal onverwachts was geschoten.

Knightley is, ondanks dit verhaal, nog steeds niet overtuigd van Whelan’s gelijk. „Capa vertelde aan iedereen iets anders, waarom zou dit verhaal dan wel kloppen?” Morris’ argument dat Capa uit schuldgevoel nooit over de foto heeft gesproken omdat hij zich indirect verantwoordelijk voelde voor de dood van de soldaat noemt Knightley ‘nogal zwak’. „Aangezien we inmiddels kunnen aannemen dat Capa de foto heeft gemaakt op het moment dat er geen strijd plaatsvond, is friendly fire de enige andere optie. Maar dat vind ik niet erg aannemelijk.”

Een plek waar nogal altijd uitvoerig onderzoek wordt verricht naar de negatieven van Capa is het International Center of Photography (ICP) in Manhattan, destijds opgericht door Capa’s broer Cornell. Cynthia Young, werkzaam bij ICP, heeft veel met Whelan samengewerkt gedurende zijn onderzoek in Capa's fotoarchieven. Young vindt dat Whelan in zijn boek „tot een goede hypothese is gekomen”. De stelling van Knightley, dat de dood van de soldaat zou zijn gefingeerd, vindt ze minder aannemelijk. „Het is bekend dat Capa foto’s heeft geënsceneerd. Maar dat betekent nog niet dat je ook vergaande conclusies kan trekken.” In This is War! beschrijft Whelan hoe Capa, samen met Taro voor het bioscoopjournaal March of Time in 1937 een ‘nepaanval’ filmden en fotografeerden. „Het feit dat Capa wel eens heeft geënsceneerd betekent nog niet dat dit ook opgaat voor De Vallende Soldaat,” zegt Young. „We weten gewoon niet wat er precies is gebeurd op dat cruciale moment. En dat is uiteindelijk het grote probleem met deze hele discussie: omdat het zo lang geleden heeft plaatsgevonden zijn er weinig feiten en is uiteindelijk alles gebaseerd op meningen.”

Begin 2008 maakte het ICP bekend dat het drie dozen met daarin duizenden negatieven van Capa in bezit had gekregen. De vondst, die lange tijd verborgen zat in de zogenaamde ‘Mexicaanse koffer’, deed bij vele fotografen en historici de hoop herleven dat de gevonden negatieven opheldering zouden kunnen geven over Capa’s beroemde foto. „We hebben niets gevonden dat het verhaal heeft veranderd,” zegt Young. „Het negatief van De Vallende Soldaat, dat waarschijnlijk als apart negatief uit de film is geknipt, is al heel lang zoek. Men had gehoopt dat het in de koffer zou zitten maar dat is niet zo. Wel hebben we veel ander mooi materiaal van Capa’s tijd in Spanje teruggevonden.”

Dat er nu een nieuwe theorie bestaat dat de foto waarschijnlijk is gemaakt bij Espejo en niet bij Cerro Muriano, ervaart Morris niet als een probleem. „Het doet niks af aan de betekenis van Capa’s foto. Behalve dan dat de foto op een andere locatie is gemaakt. Maar de man is nog altijd doodgeschoten. Of dat een ongeluk was of dat het gedurende een strijd is gebeurd, maakt niet uit. Per ongeluk door een sniper worden getroffen in een oorlog is even erg als wanneer je in een gewapende strijd om het leven komt.”

Ook Young noemt, ondanks alle controverse, de betekenis van De Vallende Soldaat nog altijd groot. „Dit is een van de belangrijkste foto’s uit de twintigste eeuw en het staat symbool voor een tijdperk. Je kan de historische impact van dit beeld ook nooit meer wegdenken. Zelfs als we erachter komen dat het beeld is geënsceneerd heeft het nog een groot historisch belang. Als is het maar omdat het aanleiding geeft tot een belangrijke discussie over de betekenis van enscenering in de fotojournalistiek.”

Volgens Morris heeft Capa zijn leven lang een haat-liefde verhouding gehad met De Vallende Soldaat. „Je kan die foto een ‘gelukkig ongeluk’ noemen. Enerzijds was het een zegen, omdat Capa zijn reputatie als oorlogsfotograaf ermee heeft gevestigd, maar uiteindelijk beschouwde hij het ook als een vloek. Capa is dat beeld uiteindelijk gaan haten.”

In het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam wordt morgen de dubbeltentoonstelling ‘This is War! Robert Capa at Work & Gerda Taro’ geopend. Als toevoeging aan de tentoonstelling is t/m 15 november de expositie Icons of War 1855. Op 18 oktober geeft Cynthia Young van ICP een lezing over de ‘echtheid’ van De Vallende Soldaat. Op 25 oktober is er een discussiemiddag over hedendaagse oorlogsfotografie. De dubbelexpositie is t/m 3 januari 2010. Reserveren voor lezing en debat via reservering@nederlandsfotomuseum.nl.