Het trauma is een lucratieve kwaal geworden

Didier Fassin en Richard Rechtman: The Empire of Trauma. An Inquiry into the Condition of Victimhood. Vertaling door Rachel Gomme van ‘L’Empire du Traumatisme.’ Princeton University Press, 305 blz. € 24,75

Het lijkt heden ten dage een natuurwet met de vanzelfsprekendheid van het belang van vitaminen: de gedachte dat wij aan hevig emotionerende negatieve ervaringen langdurige of zelfs blijvende psychische en fysieke gezondheidsschade kunnen overhouden. In feite is die opvatting recent. Nog maar enkele decennia geleden werden mensen met dergelijke klachten gezien als hysterische aanstellers of simulerende bedriegers. De psychiatrie heeft een flink deel van de 20ste eeuw gediscussieerd over de vraag of een geestelijk gezonde volwassene door ervaringen die geen fysieke schade nalieten, blijvende gezondheidsproblemen kon oplopen. Kon louter psychische druk dat veroorzaken? Was er dan niet al vóór de traumatische gebeurtenis een probleem geweest? En ontwikkelde de ‘traumatische neurose’ zich niet tot een chronische ziekte als je zulke mensen ging belonen met uitkeringen?

Met de opname in 1980 van de posttraumatische stress-stoornis (PTSS) in het psychiatrisch classificatiesysteem DSMIII werd de knoop doorgehakt: ja, een ‘externe stressor’ kon blijvende gezondheidsschade nalaten. Maar zoals al vaak is aangetoond: deze beslissing werd veeleer op politieke dan op medische gronden genomen. Dankzij PTSS werd het cohort alcohol-, drugs-, geweld- en bijstandsverslaafde Vietnamveteranen ziek verklaard. Sinds de erkenning van PTSS is de notie wat voor soort ervaringen traumatiserend kan zijn, aan inflatie onderhevig. Getraumatiseerd zijn vereist allang geen oorlog meer. Men denke aan de YouTube-kijkers die vergoeding vragen omdat zij de beelden van Koninginnedag niet prettig vonden. Traumahulp wordt zelfs ongevraagd verleend. Na het neerstorten van een vliegtuig, dit voorjaar, werd omwonenden van Schiphol slachtofferhulp opgedrongen, terwijl ze daar geen behoefte aan hadden.

Ook Frankrijk is in de ban van het trauma. In hun zojuist in het Engels uitgekomen boek The Empire of Trauma, vragen Didier Fassin en Richard Rechtman, beiden arts én antropoloog, zich af hoe zo’n van oorsprong medisch begrip in sneltreinvaart de wereld kon veroveren.

Naast een algemeen verhaal over het psychiatrisch debat, presenteren ze daartoe drie gedetailleerde case studies: de spoedhulp na de ontploffing van een fabriek in 2001, de vluchtelingenhulp en de politiek getinte ‘humanitaire psychiatrie’, zoals onder Palestijnen. Vanuit Frankrijk zijn op dit gebied met name Médecins du Monde en Médecins sans Frontières actief, begonnen als gewone medische hulporganisaties, maar tegenwoordig geheel gericht op psychologische steun. Het zegt iets over ons moderne wereldbeeld, opperen Fassin en Rechtman (nu als antropologen), dat onderdrukte groepen zichzelf tegenwoordig presenteren als traumaslachtoffer in plaats van politieke leuzen aan te heffen tegen uitbuiting en onrecht. Trauma is een route geworden om zich collectief een rol aan te meten op het wereldtoneel. Doordat ‘trauma’ het medium is, gaan de verwijten nogal eens over het verleden (slavernij, kolonialisme, incest, voorbije oorlogen) en komen er dokters aan te pas, die als getuige-deskundigen aantonen dat het lijden nu groot is, en dus bij implicatie het onrecht uit het verleden.

Maar trauma kleurt ook het heden. Er kan geen ongeluk gebeuren of de zwerm psychotraumatologen, victimologen en wie al niet hierin een broodwinning hebben gevonden, vliegt als wespen op een jampot af. Ook in Frankrijk. De gedachte is: nu behandelen voorkomt latere schade. Met als collateral damage dat iedere betrokkene als potentieel getraumatiseerd wordt benaderd. Ook bij die nieuwe rampen is het de functie van artsen om als deskundige te getuigen hoe erg het allemaal is. Het doel van het aan het licht brengen van oude en nieuwe trauma’s is, zo tonen Fassin en Rechtman, altijd het verkrijgen van publieke erkenning en financiële compensatie.

The Empire of Trauma is een intelligent, nauwgezet beredeneerd en gedocumenteerd boek, dat aanzet tot overdenking, maar met de conclusies waarvan men het niettemin oneens kan zijn. De banalisering van trauma is een gevaar, omdat elk onderscheid in ernst verdwijnt en er een algemene jacht op compensatie ontstaat. Bovendien leidt psychiatrisering van conflicten tot het vermijden van politiek-historische keuzes. Dat is speciaal het geval waar sprake is van daders en slachtoffers. In het traumadenken is iedereen gelijkelijk slachtoffer. Maar door ziekte-uitkeringen te verschaffen aan bijvoorbeeld koloniale oorlogsveteranen (Algerije, Indonesië) wordt de vraag naar de politieke verantwoordelijkheid verdonkeremaand.

Fassin en Rechtman stellen tegenover dergelijke kritiek, dat ‘wij’ – de mensheid – door ook daders te zien als slachtoffer, onze gezamenlijke humaniteit erkennen: iedereen kan psychisch lijden. En dat besef leidt volgens hen dan weer tot de conclusie: nooit meer oorlog. Maar dat kun je ook roepen zonder die verhullende omweg. En dan nog blijft de vraag of dat in alle gevallen de juiste leuze is.