Het begin is het einde

Saskia de Coster: Dit is van mij. Prometheus, 279 blz. € 18,95

Nadat Jade Weinberger, de vrouwelijke hoofdpersoon van Saskia de Costers roman Dit is van mij gevlucht, ontvoerd of vermoord is, stapt haar vriend Jakob de bloemenwinkel van zijn nieuwe liefde Roos binnen. ‘Achter de bloemen verscholen, in een hip kleedje dat Virginia Woolf ook als schort gedragen heeft, informeert Roos naar alles en iedereen bij haar trouwe klanten.’

Huh? Wat doet Virgina Woolf in het jaar dat Obama president van Amerika werd, in een Belgische bloemenwinkel? Dat Will Smith uit de tv-komedie The Fresh Prince of Bel-Air in een bijzondere vermomming door het boek wandelt, wordt binnen de context van het verhaal wel duidelijk. Maar de verwijzing naar Virginia Woolf moeten we buiten de tekst zoeken. In een interview vertelde De Coster (1976) dat Virginia Woolfs Mrs Dalloway haar lievelingsboek is. Die modernistische roman uit 1925 begint met de zin: ‘Mrs Dalloway zei dat ze zelf de bloemen zou kopen.’

De overeenkomsten tussen Woolfs en De Costers krachtige associatieve taal waren me al eerder opgevallen. Al sinds haar debuut Vrije Val (2002) lukt het deze schrijvende Magritte om in een eigen idioom haar absurdistische kijk op het leven te geven. Maar wat het meest frappeert aan de gelijkenis tussen dit jonge Vlaamse talent en haar beroemde Britse voorbeeld is de spiegelfunctie van haar werk. Al haar verhalen verwijzen zowel naar elkaar als naar andere verhalen en cultuuruitingen. En zoals je na één roman van Woolf haar hele oeuvre wilt kennen, zo raak je na één De Coster verslaafd aan de rest.

Dit is van mij is opgedragen aan de dertigjarige fotograaf Jade Weinberger, maar deze opdracht blijkt afkomstig te zijn van de ik-figuur, Jades even oude vriend Jakob Gilles. Anders dan in haar vier vorige romans is de verteller dus een man en dat heeft een geweldig effect. Het komt maar zelden voor dat een vrouwelijke auteur iemand van de andere sekse zo levensecht portretteert.

Als Jakob een karikatuur lijkt, dan komt dat vooral doordat Jade, met wie hij van jongs af aan een symbiotische verhouding heeft, zich gedraagt zoals over het algemeen mannen zich in relaties gedragen. Jade leeft voor haar werk en daar moet alles voor wijken. Ze dropt haar Roemeense pleegkind Andreas, alias Will Smith, zonder pardon bij Jakob en is in staat alles wat haar scheppingsdrang in de weg staat te vernietigen. Zij is de heldin, Jakob haar voetveeg en dat laat ze hem merken ook. Wanhopig probeert hij haar van zich af te schudden, maar omdat hij Will niet kan stallen bij Jades moeder Alice in haar spiegelpaleis, blijft hij aan haar vastzitten en raakt hij zichzelf ten slotte kwijt.

De omdraaiingen en vertekeningen zijn hilarisch, maar hebben niet de hallucinerende uitwerking als eerder werk van De Coster, zoals Eeuwige roem (2006) en vooral Held (2007). Dat ligt niet aan haar schrijfkunst of haar beeldend vermogen, maar aan de tempo vertragende explicaties. Een verhaal dat een thriller wil parodiëren verdraagt de bijgeleverde uitleg maar moeilijk. En dat geldt des te meer in een roman die het moet hebben van surrealistische scènes en sferen.

Zoals wel vaker bij De Coster treedt er ook in Dit is van mij een levende dode op, Elise Weinberger, tante van Jade en Jakobs huisspook. Elise was een pianiste die niet mocht leven voor haar kunst en zelfmoord pleegde. Een half boek lang zit je te wachten op de verwijzing naar ‘Für Elise’, en die volgt dan ook met enig aplomb. Jakob en Elise zijn verantwoordelijk voor het uitleggen van Jades gedoemde fotografieproject (‘Ik begrijp haar: vernietigen en creëren. Het ultieme: zelfmoord en triomf.’) Interessant voor wie op zoek is naar de drijfveren van schrijfster en beeldend kunstenaar De Coster, maar voor een roman te uitgesponnen en gevaarlijk neigend naar het cliché. Zo wordt Jade getypeerd als een meisje dat niet naar films kan kijken en geen relaties aankan, omdat ‘je weet dat het begin het einde al aankondigt’.

Misschien dat De Coster deze roman om die reden precies zo laat eindigen als hij begint, en hem daarmee onleesbaar maakt voor de Jades van deze wereld. Of vertelt ze juist een verhaal dat begin noch einde kent? Zelf zegt ze er tot slot dit over: ‘Het is een boek. Ik open het. Ik doorblader het van achter naar voor. Het is leeg. Alleen op de eerste bladzijde staat: Voor Jade Weinberger.’

Aardig bedacht, maar dat is niet genoeg. De Coster houdt net als Virginia Woolf van practical jokes en zinsbegoochelingen. Ik ook, zolang ik erin trap – en dat overkwam me in Dit is van mij net iets te weinig.