Heetgebakerd door de peper

‘De deur gaf rechtstreeks toegang tot een ruime keuken die van voor tot achter gevuld was met rook. De Hertogin zat op een krukje in het midden, met een baby op schoot; de kokkin stond over het fornuis gebogen en roerde in een grote ketel, zo te zien vol soep.

„‘Er zit vast te veel peper in die soep!’ zei Alice tegen zichzelf, zo goed en zo kwaad als dat ging, al niezend.”

Een keuken vol rook als je soep kookt, dat is niet zo gemakkelijk te realiseren. Daarvoor moet je wel in Verbazië zijn, zoals Nicolaas Matsier het ‘Wonderland’ van Alice wel eens heeft vertaald – terecht natuurlijk want ‘to wonder’ is iets anders dan wonderen doen of zien. In Wonderland is alles voornamelijk verbazingwekkend, dingen worden er letterlijk genomen en niets betekent wat je denkt dat het betekent.

In Alice in Wonderland wordt vaak een hapje genomen van iets, en dat heeft ook vaak gevolgen, voornamelijk voor haar lengte.

Kinderen en eten hebben een rare verhouding. Kinderen en snoep niet, dat gaat makkelijk, maar eten is voor een kind vaak nogal weerbarstig. Ze proeven ook anders, kinderen, dan wij volwassenen. Hun smaakreceptoren zijn gevoeliger voor bitter en ontvankelijker voor zoet. Dus ze móéten wel snoepen.

Nu ja, zoiets. Alice ontwikkelt daar allerlei gedachten over. Die hertogin is in die keuken ontzaglijk woest, maar als Alice haar later tegenkomt is ze dat niet meer. Misschien lag het aan de peper, denkt Alice.

„’Als ik Hertogin word,’ zei ze tegen zichzelf (zij het op een niet erg hoopvolle toon) , ‘wil ik helemaal geen peper in mijn keuken. Soep kan heel goed zonder – misschien komt het altijd door peper dat mensen heetgebakerd worden,’ ging zij voort, zeer verheugd een nieuw soort principe ontdekt te hebben, ‘en door azijn dat ze zuur worden – en door kamille dat ze bitter worden – en – en door kaneelstokken dat kinderen zoet worden. Als de mensen dat eens wisten zouden ze vast veel royaler zijn.’

Kinderen zijn zoet door kaneelstokken en ze willen noch zuur, noch heetgebakerd zijn. Wij wel. Lekker zuur én heetgebakerd (wat smaakt dat woord lekker naar peper) en dat wijst duidelijk in de richting van een soep. Hot and sour soup.

De ingrediëntenlijst is lang, maar het stelt allemaal niets voor: lepeltje van dit, lepeltje van dat. Het resultaat daarentegen stelt een heel smakelijke soep voor.

Bak de helft van de lente-ui en de wortel, gember en knoflook in de sesamolie. Roerbak 3 minuten op niet al te hoog vuur. Voeg de bouillon toe en breng aan de kook. Voeg de Chinese paddestoelen toe en laat 10 minuten sudderen.

Meng in een kommetje de ketjap met de azijn, suiker, chiliolie en het maïzenapapje. Doe dat bij de soep, al roerend, en voeg de paksoi toe. Giet het geklopte ei in de soep en roer zacht zodat je slierten krijgt. Doe de tofu bij de soep, strooi er de rest van de lente-ui overheen en serveer hem gloeiend heet.