Hans Laroes en het gedoe

De NOS had alle verloven ingetrokken, de spanning was tot het uiterste opgevoerd, de Kamer was leeg, maar de zeven of acht backbenchers die het Koninklijk Huis in hun portefeuille hebben (en daarom altijd backbenchers zullen blijven) mochten eindelijk een eigen bijdrage van hun papiertje brabbelen – en waarachtig: ze vonden het allemaal ‘gedoe’.

Hans Laroes, de nieuwsjager bij uitnemendheid, van wie noodlijdende kranten volgens Plasterk nog veel kunnen leren, had met alles rekening gehouden. Dus had hij Ferry Mingelen bijvoorbeeld opdracht gegeven om voor een eventuele schorsing in het debat een retrospectieve te laten monteren uit alle vroegere Oranje-relletjes.

‘Allemaal?’, had Ferry geschrokken gevraagd.

‘Alle gedoe sinds de uitvinding van de Nipkowschijf, had Hans herhaald, om vervolgens zo snel mogelijk de definitieve covering van de locus delicti op het schiereiland Machangulo in Mozambique te gaan afhandelen.

Dat was zoals we als Journaal-kijkers inmiddels hebben kunnen zien, dé grote troef zijnerzijds. Vlak vóór het grote gedoe zou losbarsten, had hij niet alleen een pientere jonge verslaggever voor de Zuid-Afrikaanse regio op de kop getikt, maar ook een bijbehorend junglevliegtuigje ingekocht dat wij de afgelopen week al een paar keer over het schuldige oerwoud hebben zien zweven, en één keer zelfs op een op de rimboe uitgespaarde landingsbaan hebben zien neerbonken.

Prachtig!

Een paar dingen werden me niet helemaal duidelijk, en die zou ik gisteravond in tweede instantie het liefst aan de minister-president zelf hebben gevraagd, want die had al eerder zelfs een aantal geheime diensten op de locatie afgestuurd, en was naar ik aanneem tot in alle details geïnformeerd over de projectontwikkelaar en de desbetreffende kavels. Terwijl ik de tweedekker van Laroes over de bomen zag scheren, waren mij in het idyllische stukje begane-grond-aan-zee een stuk of negen tamelijk dicht op elkaar gelegen grijsgroene bouwsels opgevallen, en ik vroeg me meteen af: worden die negen allemaal van Willem Alexander en Máxima, of gaan ze er straks ’s winters slechts eentje bewonen? Maar wie zitten er dan in de andere acht? En is het in dat geval niet tamelijk lullig dat het kroonprinselijk paar een huisje koopt in zoiets burgerlijks als een bungalowpark met acht buren op hun lip, terwijl wij ons hier onder leiding van de hoofdredacteur van het NOS Journaal druk zitten te maken over een dubieus, vastgoedgerelateerd gedoe van de Oranjes?

Het is natuurlijk een exotischer plek dan Marbella of Katwijk, waar bovendien niet gauw een olifant door je achtertuin loopt, maar het gaat me om het principe. Als een aanstaande koning een vakantieproject ontwerpt, is het eerste waar hij voor zorgt dat in een cirkel van minstens tien kilometer geen levende ziel te vinden is, behalve misschien een verzameling nikkertjes die drie keer per dag met een maaltijd komen aansluipen, en dan weer onder de aarde terugkruipen.

Of zouden de acht villa’s voor veiligheidsagenten zijn bestemd? Dat zou ik een verstandig idee hebben gevonden, en Balkenende zou het er ongetwijfeld mee eens zijn. Vijftig man AIVD twee of drie keer per jaar in volle uitrusting mee naar naar Mozambique is natuurlijk gedoe, en gedoe kost altijd een paar centen.

Zou het paar zo ver durven gaan? Nou reken maar: hoe verder hoe liever – vandaar ook Mozambique. In een brief aan de Kamer legden de twee alles uit, en ze belden de premier, of die het wilde voorlezen. ‘U bent toch verantwoordelijk?’, zei de kroonprins nog. ‘En wij zijn helaas onschendbaar’. Balkenende zuchtte. Maar hij wist dat hij zich waarschijnlijk de laatste Nederlander mocht noemen voor wie de vorst nooit vlees en bloed was geweest, maar altijd een abstractie.

Anders zou Beatrix als gebaar in crisistijd toch al lang een miljoen euro hebben gestort in een voedselbank?