Explosies op de maan in zoektocht naar ijs

Twee ruimtevaartuigen van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA zijn vandaag doelbewust in de krater Cabeus aan de zuidpool van de maan te pletter gevallen. Tijdens deze inslagen werden honderden tonnen maanbodem kilometers hoog boven de kraterrand opgeworpen. Belangrijkste doel is het zoeken naar sporen van ijs in de maanbodem.

Al sinds de jaren ’60 wordt gespeculeerd over de mogelijke aanwezigheid van waterijs op plaatsen op de maan die nooit in het zonlicht komen. De bodem van kraters aan de polen lijken daarvoor de beste papieren te hebben.

De inslagen werden waargenomen door de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO), de satelliet die sinds juni in een baan om de maan draait, en door telescopen op en rond de aarde. De eerste inslag betrof die van de bovenste trap van de Atlasraket die de LRO in juni naar de maan had gebracht. Deze 2,2 ton zware Centaur-trap sloeg om 13.31 uur Nederlandse tijd met een snelheid van 2,5 kilometer per seconde in de honderd kilometer grote krater Cabeus.

De inslag en explosiepluim werden gefotografeerd door een achteropkomende satelliet die zich negen uur eerder van de Centaur-trap had losgemaakt, de Shepherding Spacecraft. Vier minuten later vloog hij zelf door de explosiepluim en bestudeerde de samenstelling ervan. Direct daarna sloeg de 700 kilo zware satelliet vlak bij zijn voorganger te pletter.

Het is niet voor het eerst dat met behulp van inslagen naar tekenen van ijs op de maan wordt gezocht. Ook de Amerikaanse Lunar Prospector (1999), de Europese Smart-1 (2004) en de Japanse Kaguya (2009) liet men na afloop van hun werk neerploffen. Tekenen van ijs werden niet gevonden.