De Witte Huis-connectie van zakenbank Goldman Sachs

Goldman Sachs, de meest succesvolle instelling op Wall Street, oogst lof, wekt jaloezie en afkeer. Waarom komen zoveel machtige politici er vandaan?

Op 11 september presenteerde Michael Moore op het filmfestival van Toronto zijn documentaire, Capitalism: A Love Story. Tijdens een vraaggesprek na afloop zegt Moore dat hij de presidentskandidaat van de Democraten actief gesteund heeft. Zijn grootste angst is de invloed die Goldman Sachs zou kunnen uitoefenen op de regering-Obama.

Net als voor vele andere Amerikanen vertegenwoordigt Goldman Sachs voor de filmmaker nog immer het kwaad. Het gemak waarmee de bank contacten legt, de succesvolle lobby’s die het voert en de politieke invloed die men aan de voornaamste zakenbank ter wereld toekent, blijven imponeren. Regeringen vergaan, maar Goldman blijft bestaan.

Alleen al de naam van de bank is nagenoeg synoniem voor het Amerikaanse zakenmilieu. Volgens Thomas Cooley, rector magnificus aan de Business School van de Universiteit van New York, laat dit zich vergelijken met de positie die de Rothschilds jarenlang in Europa innamen.

Goldman, ook wel ‘de firma’ genoemd, wekt lof én jaloezie op, en soms afkeer. De bank is niet alleen zeer winstgevend. Zowel vriend als vijand moet toegeven dat de bedrijfscultuur de bank grote voordelen oplevert. Loftuitingen en jaloezie betreffen steeds vaker de vermeende politieke connecties van de bank. De afkorting GS wordt daarom ook wel spottend gelezen als ‘Government Sachs’.

In 2007 beheerden de 30.000 werknemers van Goldman wereldwijd 22.200 miljard dollar aan activa. De Goldman-baas streek het hoogste salaris ooit uit de geschiedenis van het bankwezen op: 74 miljoen dollar, waarvan 41 in aandelenopties. De bank kende in 2008 slechts één verliesgevend kwartaal en boekte in het eerste half jaar van 2009 een nettowinst van 4,3 miljard dollar. Sinds het dieptepunt in november 2008 is de aandelenkoers van Goldman meer dan verdriedubbeld. Goldman heeft een imagoprobleem, meldde The Wall Street Journal.

In 2008 stond Goldmans topman Lloyd Blankfein op de 20ste plaats in de top-100 van meest invloedrijke personen van Vanity Fair. Nu, in 2009, prijkt hij boven aan de lijst. Het blad verklaart: „Het is geen eenvoudige opgave een financiële instelling te vinden die de crisis zo goed doorstaan heeft als Goldman Sachs.”

Anderen zeggen het imagoprobleem van Goldman Sachs niet te begrijpen. Op de site van Dealscape schrijft analist Maria Woehr: „Waarom al dat gedoe over de verslechterde reputatie van Goldman? Het is de grootste en meest succesvolle onderneming van alle instellingen op Wall Street. Goldman zou dus een geweldig aanzien moeten hebben; maar dat is niet meer het geval.”

In de bankwereld geeft Goldman het meeste geld aan lobby’s uit. Geniet de bank misschien een voorkeursbehandeling van de Amerikaanse overheid? Is de bank zo machtig en krachtig dankzij de talrijke politieke contacten?

Een Europese bankier zegt dat het Congres nooit met het reddingsplan van 700 miljard dollar had ingestemd als Lehman Brothers er weer bovenop was geholpen, zoals wel met Bear Stearns was gebeurd. Volgt hieruit dat het belang van Goldman (namelijk het zien verdwijnen van zijn directe concurrent Lehman) en dat van de overheid (een schok teweegbrengen teneinde goedkeuring van het Congres te krijgen voor steun aan de financiële sector) in elkaars verlengde lagen?

Vervolg Goldman: pagina 14

Goldman staat voor vervlechting van de macht

Vervolg Goldman van pagina 13

‘De ondergang van Lehman stond vast”, zegt de Europese bankier, zodat zakenbank Merrill Lynch overgenomen kon worden en Morgan Stanley en Goldman overeind bleven. Als Goldman in de schoenen van Lehman had gestaan, zou het ministerie van Financiën de bank nooit failliet hebben laten gaan, daar kun je gif op innemen, meent ook Antoine Bernheim, baas van hedgefonds Dome Capital. Bijna dezelfde bewoordingen geven andere bronnen op Wall Street. William Cohan, oud-bankier en nu bezig met een boek over Goldman, veegt deze redenering van tafel. Holle frasen, zegt hij. Volgens hem zou Goldman Goldman niet zijn als de bank zich in dezelfde positie als Lehman had bevonden.

Onder Bill Clinton werd al gezegd: ‘Goldman is in the House’; het Witte Huis dan wel te verstaan. Een groot aantal ex-bankiers van Goldman Sachs bekleedt een vooraanstaande politieke functie. Het bekendste voorbeeld is Robert Rubin, die na 26 jaar Goldman het presidentschap van de bank inruilde voor de functie van minister van Financiën. Eind jaren negentig was hij samen met de Republikein Alan Greenspan, voorzitter van de ‘Fed’, de voornaamste bedenker van de grootschalige deregulering van de financiële wereld.

Het was vooral onder George W. Bush dat oudgedienden van Goldman machtige posities verwierven. Topman Henry ‘Hank’ Paulson werd, nadat hij dertig jaar bij Goldman Sachs had gewerkt, minister van Financiën. Eerder al was topman Stephen Friedman, die achtentwintig jaar bij Goldman had doorgebracht, de belangrijkste economisch adviseur van president Bush, een functie die hij vaarwel zegde om in 2008 voorzitter van de raad van bestuur van de New Yorkse Fed te worden, de belangrijkste Amerikaanse centrale bank, die toezicht houdt op de financiële markten. Van zeer dichtbij heeft Friedman deelgenomen aan de overheidsingrepen tijdens de crisis, aan de zijde van toenmalig Fed-president van New York Timothy Geithner, nu minister van Financiën onder Barack Obama.

Robert Zoellick, voormalig adviseur buitenlandse zaken bij Goldman, diende al op het ministerie van Financiën onder George Bush senior, waar hij vervolgens stafchef werd. Bush junior benoemde hem tot speciale handelsvertegenwoordiger en nomineerde hem daarna als president van de Wereldbank. Reuben Jeffery III, negentien jaar bij Goldman, eindigde als onderminister op Buitenlandse Zaken voor economie, financiën en landbouw onder Bush junior. En op wie deed Hank Paulson eind 2008 een beroep, toen hij iemand zocht voor het beheer van de 700 miljard dollar van zijn financiële reddingsplan? Op de jonge Neel Kashkari, vijf jaar in dienst bij Goldman. Voor Josh Bolten was vijf jaar bij Goldman voldoende om door Bush als zijn stafchef te worden gekozen.

Sterverslaggeefster van The New York Times Gretchen Morgenson onthulde dat minister Paulson, nadat hij Lehman Brothers failliet had laten gaan, in één week 24 keer met Goldman-topman Lloyd Blankfein had gebeld. Geen enkele andere bankier is die eer te beurt gevallen. „Wie had de minister anders moeten bellen?’ zegt de woordvoerder van Goldman. „Behalve met JP Morgan en onszelf ging het nogal slecht met de banken.”

Zal de ‘Goldman Connection’ onder de regering-Obama worden voortgezet? In Goldman-kringen is men blij dat Blankfein, de huidige topman, voor de Democraten is. Volgens de New Yorkse rector magnificus Thomas Cooley verandert er voor Goldman helemaal niets nu Obama tot het Witte Huis is toegetreden.

Voor de presidentsverkiezingen van 2008 heeft de top van Goldman 981.000 dollar in de campagne van de Democraten gestoken, vier maal zo veel als in die van de Republikeinen. Het gerucht gaat dat Goldman met zijn gebruikelijke flair al in een vroeg stadium de overwinning van Obama had voorspeld. Cooley bevestigt dat Lawrence Summers zijn positie als economisch topadviseur van Obama vooral te danken heeft aan Robert Rubin, wiens medewerker hij was onder Clinton. Timothy Geithner, zelf geen ‘Goldman Boy’, is stapsgewijs opgevolgd als het hoofd van de New York Fed door William Dudley, die 21 dienstjaren bij Goldman telde.

De aanstelling van Tim Geithner als minister van Financiën was nog niet goedgekeurd of hij had zijn stafchef al gekozen: Mark Patterson, sinds jaar en dag een van de voornaamste lobbyisten voor Goldman Sachs in Washington. Dezelfde dag dat hij voor Patterson koos, tekende Geithner een richtlijn die de nieuwe president vijf dagen eerder al had ondertekend om de lobbyisten weg te houden bij de toekenning van fondsen voor banken in het kader van het financiële reddingsplan. USA Today bracht toen onmiddellijk in herinnering dat Obama, om kiezers te trekken, erop had gehamerd dat de invloed van lobby’s in Washington drastisch beperkt moest worden. Het leek er dus op dat zelfs voor de president die verandering predikt, voor Goldman Sachs niet dezelfde regels golden als voor alle anderen. Op 26 september 2008 liet het Amerikaanse onderzoeksbureau Center for Responsive Politics weten dat Goldman in het voorafgaande jaar 29,6 miljoen dollar had uitgegeven aan diverse politieke financieringen en 43 miljoen dollar aan lobby’s in het Congres om de eigen belangen veilig te stellen.

‘Bloedbroederschap’ is een term die regelmatig opduikt. Tussen Goldman Sachs en de hoogste bestuurslagen zouden uiterst nauwe banden bestaan waar beide partijen zo hun voordeel uit zouden trekken, maar vooral Goldman. Lloyd Blankfein veinst zich hierover op te winden: „Wat lange tijd een deugd was, wordt nu langzamerhand beschouwd als een zonde.” Met andere woorden, het lijkt om een diepgewortelde traditie te gaan: als de bankiers van de firma de vijftig eenmaal bereikt hebben en hun zakken opmerkelijk goed gevuld zijn (dat moet wel, want anders zouden ze niet meer bij Goldman zitten), is het gebruikelijk dat ze de onderneming teruggeven wat ze ontvangen hebben.

Sommigen gaan zich bezighouden met liefdadigheidswerk of met ngo’s, anderen laten zich verleiden door de verlokkingen van een hoge openbare functie. Wat is er nou deugdzamer dan het land te dienen zonder daarvoor een uitermate riant salaris op te strijken?

„In Frankrijk dienen oud-leerlingen van de elitaire opleidingen ENA en de Ecole Polytechnique eerst de staat, om daarna in de particuliere sector gebruik te maken van de contacten die ze hebben opgedaan”, zegt de Europese bankier. „Hier is het precies andersom. In beide gevallen zijn politiek en het bedrijfsleven steeds meer met elkaar vervlochten.” Maar bij Goldman blijkt deze verstrengeling vele malen hechter te zijn. In de fatale week van 14 tot 21 september 2008, vervolgt de bankier zijn verhaal, kon de Amerikaanse staat niet alles tegelijk doen. Toen Merrill Lynch eenmaal was overgenomen door de Bank of America, had de redding van AIG prioriteit, omdat deze verzekeraar een veel groter systeemrisico vormde dan de ondergang van Lehman.

Als AIG gevallen was, zou dat een enorme klap voor Goldman hebben betekend. Er wordt namelijk gezegd dat de bank 20 miljard dollar had uitstaan bij de verzekeraar, wat overigens ontkend wordt door de woordvoerder van de bank. De Europese bankier twijfelt niet aan de aard van de talrijke contacten tussen de minister van Financiën en de topman van Goldman toen de financiële storm in volle hevigheid over het land raasde.

Grote delen van de overheidssteun van 200 miljard dollar aan AIG blijven vaag. Ook de voorwaarden waaronder Goldman 13 miljard dollar ontving zodra de eerste 85 miljard dollar van de Amerikaanse overheid loskwam, wekken zure reacties op. „Zonder staatssteun aan AIG zou Goldman met de rest ten onder zijn gegaan”, zegt een anonieme grootbankier. „We weten weinig over wat er werkelijk heeft plaatsgevonden. Wie heeft wat beloofd, en aan wie?”

Antoine Bernheim geeft een andere verklaring. Op momenten van grote druk is toegang tot de regering absoluut van levensbelang. Dick Fuld, de topman van Lehman Brothers, had dat niet. Goldman bevond zich, zoals ze hier zeggen, op slechts ‘one phone call away from the President’; in dit geval slechts een telefoontje verwijderd van de minister van Financiën aan wie George W. Bush alle macht had overgedragen. Tijdens die noodlottige week in september 2008 kopte The Washington Post: ‘Ex-Goldmannen hebben in Washington de touwtjes in handen’.

Goldman lijkt altijd net even dichter bij het politieke machtscentrum te staan dan de andere banken. Ook onder Obama is dat het geval, al is volgens de vox populi van Wall Street de ster van JPMorgan Chase ‘rijzende’.

Over de banden met de politiek heeft de woordvoerder van Goldman het nauwelijks. Hij betreurt het dat Congresleden vaak niets van het bankiersvak begrijpen, wil hij wel kwijt. Er wordt beweerd dat de bankiers de crisis niet hebben zien aankomen. En politici? Die nog minder, zegt de woordvoerder. Het slaat volgens hem echt nergens op dat alle aandacht zich richt op de bonussen, want er is niets van waar dat die aanzetten tot het nemen van grotere risico’s. Het is het risicománagement dat verbeterd moet worden. „Wij vinden ook dat er nieuwe regels moeten komen, want de crisis heeft aangetoond dat zelfregulering van de markt niet werkt. Maar er is niets meer mogelijk als de wetgever geen enkel risico toestaat,” zegt hij.

©Le Monde, 2009

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Goldman Sachs

In het artikel De Witte Huis-connectie van zakenbank Goldman Sachs (9 oktober, pagina 13 en 14) staat dat Goldman Sachs in 2007 22.200 miljard dollar aan activa beheerde. Dat moet zijn 1.119 miljard dollar aan geconsolideerde activa.