De staat vreest het leven

Gisteren werd de Nobelprijs voor Literatuur toegekend aan de Duits-Roemeense schrijfster Herta Müller.

Elke zin heeft kracht.

Sommigen verwijten haar thematische beperktheid. Ze moet nu maar eens over Duitsland schrijven, vinden zij, en niet steeds over het Roemenië van dictator Ceausescu. Herta Müller heeft een obsessie, maar dat mag toch? Geven niet juist obsessies teksten die urgentie waarnaar wij lezers verlangen? Verwijten wij Günter Grass beperktheid omdat hij steeds over nazi-Duitsland schrijft? Hij kreeg de Nobelprijs, net als zijn door hetzelfde onderwerp bezeten collega Heinrich Böll, en beiden trokken dat wat zij toen geleerd hadden door naar de wereld van nu, naar nieuwe fascisten en nieuwe dictaturen.

Zo is het ook met het werk van Nobelprijswinnaar Herta Müller. Dat laat zich lezen als een aanklacht tegen alle mensonterende heersers en hun personeel – alleen is het communistische Roemenië de stof die zij uit eigen ervaring kent. Ze kwam daar in 1953 in een Duitstalig dorp ter wereld en ze studeerde in Timisoara. Sinds 1987 woont ze in Duitsland en Duits is de taal waarin ze schrijft. Met een poëtische intensiteit die naar adem doet happen. Overgangen kent haar proza niet. Elke zin heeft kracht. Elke zin bevat een beeld. En elk zinnebeeld is ook een leid- en leedmotief.

Gras bloedt, ramen vallen, strikken wurgen. De populieren zijn groene messen en het verdorde maïs op de velden ligt als een krans op een kist. Herta Müller doet kinderen na en vertellers van gruwelijke sprookjes. Ze kijkt met een magische blik en bezielt de dingen met angst. Met bedreiging. Met pijn. Met wantrouwen en vernedering en armoe en uitzichtloosheid. Ze weigert over de dictator en zijn staat te schertsen. Bij Norman Manea uit Roemenië is Ceausescu een witte clown die in de piste absurde kunstjes vertoont. Bij Herta Müller uit Roemenië is het absurde afwezig omdat het te vrij is. Haar fictie biedt geen ontsnappingsmogelijkheden en geen verzoenende compensatie van de horror door een portie humor. Het lachen is haar wel vergaan, ook buiten de fictie om.

Totalitarisme was er al in haar kinderjaren. „Als Hitler de oorlog had gewonnen”, meende haar Zwabische opa, „dan waren wij nu in de meerderheid”. Het kind leed onder de bedompte sfeer en schreef er later over in Niederungen (Laagtes). Thuis bruine ideeën, op school en universiteit bloedrode, en toen Herta Müller zelf voor de klas stond, zette de Securitate haar zo onder druk dat ze een ander baantje moest zoeken. Ze kwam terecht in een fabriek, waar ze technische teksten vertaalde. Intussen had ze verkering gekregen met de schrijver Richard Wagner. En ze kreeg ook een opdracht: de kunstenaars-‘scene’ bespioneren. Toen zij dat weigerde, dreigde men haar met fysiek geweld. „We gooien je in het water”, zei de geheime politie, en Müller zag geen reden om dat niet letterlijk te nemen.

Alles moet je letterlijk nemen, is haar conclusie. En elk woord telt in z’n volle zwaarte, elk woord is materie, iets wat je ziet en voelt en hoort en ruikt en proeft. Het sensuele beeld geeft dat wat de angst met je doet beter weer dan abstract denken. Abstract denken leidt tot utopieën en utopieën leiden tot wangedrochten als het nazisme en het communisme. Daarom heeft Herta Müller, ofschoon zelf links, het utopisme van linkse intellectuelen in het Westen altijd gewantrouwd. Theoretische wijsneuzigheid à la Bertolt Brecht of Peter Weiss is haar vreemd. Een verhoor bijvoorbeeld zou zij nooit als een leerstuk presenteren. Een verhoor is bij haar een zinnelijk ritueel.

De jonge vrouw in haar roman Heute wär ich mir lieber nicht begegnet eet telkens voordat ze naar de politie moet een noot. Zo hoopt ze het kwaad te bezweren. Het helpt haar weinig, natuurlijk. De majoor op het bureau geeft haar wel vaak een charmante handkus, maar ondertussen knijpt hij net zo lang in haar vingers tot ze blauw zijn. Hij ruikt naar Frans parfum, hetzelfde als dat van haar schoonvader. Die werd ‘de parfumcommunist’ genoemd en hij sleepte haar grootouders in de jaren vijftig naar een stalinistisch kamp. Een keten van associaties stuwt de handeling voort en de schoonheid van de taal valt samen met die van het Roemeense landschap. Of dat wat ervan over is. Het is een boers land, met archaïsche woorden geschilderd, een land dat niets met de staat te maken heeft. Sterker nog, de staat beledigt dat land, want de staat is lelijk. En de bewoner van al die lelijkheid lijdt aan de schoonheid van het land. De staat vreest het leven. En uit angst voor de opstand van het leven propageert de staat de dood. Niet openlijk, maar door van alles bezit te nemen. Schedels worden in verhoren geopend en als eieren uitgelepeld.

De prozaïste Herta Müller is een dichteres. Wie gebruiksklare argumenten voor het politieke debat bij haar zoekt, zal ze niet vinden. Wie de diepgang van ware kunst zoekt zal het gemakkelijk hebben. Want Müllers morele eenduidigheid gaat samen met de meerduidigheid van haar esthetiek. De materie heeft het van de ideeën gewonnen. Niet leuk voor een dictator.

Lees meer over het werk van Herta Müller op nrcboeken.nl