De Dikke De Ley

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, een oceaan vol citaten

Een van de pijnlijkste complimenten die ik ooit kreeg, was van Willem Jan Otten. Het ging over mijn poëzierecensies. Hij zei, op nadenkende toon: ‘Jij kan heel goed citeren.’ Hij bedoelde het goed, maar mij gaf het een ongelukkig gevoel. Citeren! Alsof je daar goed in zou willen zijn! Alsof je een voetballer prijst om zijn mooie rugnummer. Ik was natuurlijk liever met iets anders gecomplimenteerd – met mijn eigen zinnen bijvoorbeeld.

Het compliment is al die jaren in mijn achterhoofd blijven zitten. Maar nu kan ik het misschien van mij afschudden. Voor mij ligt Het grootste citatenboek ter wereld, ruim 1.200 pagina’s dik, met ruim 35.000 uitspraken, bij elkaar gelezen door Gerd de Ley. Als er nu iemand heel goed kan citeren, dan is hij het wel. Hij is, ik citeer de flaptekst, de ‘citatenkeizer’. Hij heeft ‘in binnen- en buitenland een grote reputatie opgebouwd als citatenverzamelaar. Sinds 50 jaar verzamelt hij elke dag boeiende gezegden. Zijn boeken verschenen o.m. in Engeland, Amerika, Vietnam en Finland.’ Uit zijn voorraden heeft hij al 350 bundels samengesteld, over allerlei onderwerpen. Nu, na 50 jaar overschrijven, was het tijd voor, ik citeer de keizer zelf, ‘een voorlopig hoogtepunt’, in de vorm van deze megacitatenverzameling. Er is ook een website, met allerlei extra zoek-en-vind-functies, alleen toegankelijk voor wie het boek koopt.

Wat heb je eigenlijk aan een citatenboek? Ooit zal het wel bedoeld zijn geweest voor wie een toepasselijk citaat zocht, bij bijvoorbeeld ziekte, verdriet, afscheid of dood. En dan ging je maar te rade bij wat een schrijver of dichter er ooit over had gezegd. Dat gaf dan de spreker (‘Zoals Cicero lang geleden al zei...’) enige status. In de loop der eeuwen werden de citatenboeken zelf ook weer overgeschreven, zodat er al gauw een canon van klassieke citaten ontstond. Dat gaf dan weer nieuwe problemen: iedereen kende het citatenboek, zodat je er met goed fatsoen niet meer uit kon citeren.

In het dikke boek van De Ley staan nog veel van zulke afgereden citatenboekcitaten. ‘Geduld verheugt zich in moeilijkheden.’ (Marcus Annaeus Lucanus). Of: ‘Geduld is het merg van de liefdadigheid.’(Catharina van Siena). Maar misschien is het omgekeerde ook wel waar: ‘De geduldigen komen altijd te laat.’ (Jean Dutourd) Sommige wijsheden zijn blijkbaar van alle tijden. ‘Bitter is het geduld, maar haar vruchten zijn zoet’, schreef de Perzische Saädi, rond 1200. De Amerikaanse dichteres Lida Clarkson zegt in 1884 precies hetzelfde: ‘Geduld is bitter, maar de vruchten ervan zijn zoet.’

Naast deze tegeltjeswijsheden staan hier gelukkig ook veel nieuwe uitspraken, ook uit minder klassieke bronnen zoals tv, radio en krant. Willem van Hanegem: ‘Roken is slecht. Vooral voor de gordijnen.’ Zo’n losse-zinnenboek blijkt een verslavend leesboek te zijn, dat je via zijn registers alle kanten op stuurt. Wie ziet dat Prinses Irene iets heeft gezegd over ‘brug’ gaat vanzelf naar het onderwerp ‘brug’. Wie bij het lemma ‘zelfmoord’ ook naar ‘lente’ en ‘New York’ wordt verwezen, gaat ook naar ‘lente’ en ‘New York’. Het is een oeverloos boek. ‘Alles’: zie ook ‘niets’. En Willem Jan Otten komt ook nog even voorbij, met twee citaten. Slecht gekozen citaten, als je het mij vraagt.

Gerd de Ley: Het grootste citatenboek ter wereld.Lannoo, 1.216 blz. € 39,95.