De coalitie moet het nu zelf oplossen

Nu het in de SER niet is gelukt, ligt de AOW-kwestie weer op het bord van het kabinet. Een uitgesteld probleem komt daarmee als een boemerang terug bij de coalitie.

De strijd over de AOW heeft zich verplaatst naar het Binnenhof. Een week nadat de sociale partners elkaar publiekelijk de rug toekeerden, is het kabinet aan zet.

Het besluit om de pensioengerechtigde leeftijd op te trekken van 65 naar 67 jaar is een half jaar geleden al genomen. Maar over de manier waarop dat moet gebeuren, zijn de meningen binnen de coalitie hevig verdeeld.

Deze week hielden de coalitiepartijen al een eerste topoverleg over de AOW. „Constructief” en „optimistisch”, noemden enkele deelnemers de stemming krampachtig.

De AOW-hervorming móet lukken, hebben de partijen zich voorgenomen. De geloofwaardigheid van de coalitie staat op het spel, weten de partijen, die de nodige kritiek hebben geoogst met het ‘parkeren’ van andere problemen in twintig werkgroepen.

De komende weken hoopt het kabinet een uitgewerkt routeplan op tafel te leggen hoe de AOW-leeftijd moet worden opgetrokken. Er zijn drie netelige problemen op te lossen.

Het kabinet had immers toegezegd dat het rekening zou houden met de zware beroepen. Stiekem hoopte de coalitie dat werkgevers en bonden hier samen uit zouden komen. Juist dit vormde een van de conflictpunten tussen de sociale partners, waardoor het overleg in de Sociaal-Economische Raad (SER) vorige week mislukte. Nu ligt dit punt weer op het bord van de coalitie. Daarnaast willen alle coalitiepartijen, CDA, PvdA en ChristenUnie, maatregelen ontwikkelen om de arbeidsmarkt voor oudere werknemers (55- tot 65-jarigen) serieus te verbeteren. De participatie van ouderen is de laatste jaren weliswaar sterk gestegen, maar blijft laag. En worden ze ontslagen, dan komen oudere werknemers nauwelijks meer aan de slag.

„Er moeten echte kansen zijn voor ouderen op de arbeidsmarkt, anders blijft het hele verhaal van langer doorwerken pure theorie”, zegt CDA-Tweede Kamerlid Eddy van Hijum. Zijn partij denkt aan scholingsbudgetten voor werknemers. „Inspanningen van werkgevers die veel aan scholing doen en zich inspannen overtollige werknemers aan ander werk te helpen, zouden moeten meewegen bij de hoogte van de ontslagvergoeding”, zegt Van Hijum.

Over een plan om meer ouderen aan de slag te helpen bestaat tussen de coalitiepartijen nauwelijks onenigheid. Als het de overheid maar niet te veel geld kost. Want cruciaal bij de AOW-hervorming is dat het plan 4 miljard euro moet opleveren (0,7 procent van het bruto binnenlands product), als onderdeel van maatregelen om de deplorabele overheidsfinanciën weer op orde te krijgen.

Het is vooral de oplossing voor de zware beroepen die de coalitiepartijen hoofdbrekens bezorgt. Vooral de PvdA, die onder druk van de grootste vakcentrale FNV en de eigen achterban staat, om ruimhartig te zijn voor de grote groep meest lager opgeleiden die er voor hun 65ste mee op willen houden. De waarschuwing van de achterban in juni op de partijbijeenkomst in Arnhem om het ’erfgoed van Drees’ niet te verkwanselen, brengt de PvdA in een spagaat. Verhoging van de AOW-leeftijd is immers bedoeld om het pensioen voor diezelfde achterban op niveau te houden. Maar hoe is langer doorwerken te verenigen met de diepe wens van menigeen er eerder uit te kunnen stappen zonder er in inkomen noemenswaardig op achteruit te gaan?

Een mogelijkheid om eruit te komen is het laatste voorstel van de SER-Kroonleden. Het is vorige week niet meer serieus besproken omdat het conflict tussen de sociale partners al tot uitbarsting was gekomen. Maar het plan is inmiddels op de onderhandelingstafel van de coalitie beland. Het bevat een compromis waar alle Kroonleden mee konden instemmen, inclusief voorzitter Rinnooy Kan.

Het voorstel behelst de AOW-leeftijd aan de levensverwachting te koppelen en vanaf 2015 stapsgewijs op te trekken naar 67 jaar in 2030. Tegelijkertijd blijft het mogelijk om vanaf 65 met pensioen te gaan, maar tegen een lagere uitkering, afhankelijk van het opgebouwde aanvullende pensioen. Dreigt de uitkering onder het bijstandsniveau uit te komen, dan moet de staat die aanvullen. Het voorstel leidt tot een geleidelijke verhoging van de AOW en het probleem van de zware beroepen is opgelost.

Maar tegen welke prijs? Hoe ruimhartig moet je zijn om mensen die er met 65 uit willen stappen te compenseren, vraagt het CDA zich af. Ruimhartig, vinden de PvdA en de ChristenUnie. Mensen mogen met 65 jaar niet onder het bijstandsniveau terecht komen.

Precies hier zit een adder onder het gras. Want hier moet de overheid bijpassen als het aan PvdA en ook de grootste vakcentrale FNV ligt. Het idee dat het mogelijk is met 65 jaar eruit te stappen en hetzelfde bedrag aan AOW te krijgen is niet realistisch, vindt het CDA. Dan levert de AOW-operatie financieel onvoldoende geld op.

De Kroonleden menen op hun beurt eenzelfde bedrag te bezuinigen als het kabinet voorstaat (0,7 procent van het bruto binnenlands product). Zij gaan er vanuit dat de hogere participatie tot 67 jaar meer belastinginkomsten oplevert. Ze stellen voor dat AOW’ers zelf ook extra belasting gaan betalen. En ze willen de aftrekbaarheid van pensioenpremies verminderen.

Alleen hebben de rekenmeesters van het Centraal Planbureau (CPB) het Kroonledenvoorstel nog niet doorgerekend. Dat is tegelijkertijd de achilleshiel van het plan. „We wachten eerst af wat het kabinet gaat doen”, laat een CPB-woordvoerder weten. De vakcentrales strijden voor een ruimhartige oplossing en hebben premier Jan Peter Balkenende eerder deze week gevraagd om een spoedoverleg waarin ze hun standpunt kunnen toelichten. Maar Balkenende liet weten daar weinig voor te voelen en reageerde: „Nu is het kabinet aan zet.”

Met zo’n gedetailleerd voorstel van de Kroonleden op tafel is het volgens sommige ingewijden misschien toch de moeite waard om een telefoontje te wagen naar het CPB.