Dader Puttense moord krijgt 15 jaar cel

De rechtbank in Zutphen heeft Ron P. vanochtend veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf voor de moord op Christel Ambrosius. De straf komt overeen met de eis van het Openbaar Ministerie (OM).

De moord op Ambrosius staat bekend als de Puttense moordzaak. De toen 23-jarige stewardess werd in januari 1994 vermoord in het huis van haar oma in Putten, het dorp waar ze zelf ook woonde. Volgens het OM heeft Ron P. haar „als lustobject misbruikt”, verkracht en omgebracht. De Zutphense rechtbank nam deze redenering over.

De Puttense moordzaak werd geruchtmakend doordat twee mannen al zeven jaar in de gevangenis zaten voor de moord op Ambrosius. In 2002, nadat de mannen hun volledige straf hadden uitgezeten, oordeelde het gerechtshof in Leeuwarden dat zij onschuldig zijn.

Van de twee eerdere veroordeelden was nooit een spoor van bewijs aangetroffen op het lichaam van het slachtoffer. Een spermadruppel bleek niet van hen afkomstig. De druppel zou afkomstig zijn door eerder seksueel contact en door de daders naar boven zijn ‘gesleept’.

Vorig jaar kon worden aangetoond dat de druppel afkomstig is van Ron P. Justitie kwam de nieuwe verdachte op het spoor doordat hij DNA had moeten afstaan toen hij was veroordeeld voor mishandeling van zijn partner.

P. verklaarde bij de nieuwe behandeling van de zaak dat hij een geheime relatie had gehad met Ambrosius. De spermasporen zouden afkomstig zijn van een seksueel contact de avond ervoor.

De officier van justitie geloofde niets van de geheime relatie. Volgens haar is er geen bewijs voor gevonden. Ambrosius heeft geen woord over P. in haar dagboek geschreven. Ze zijn nooit samen gezien, ook niet op de plaats waar ze volgens P. altijd afspraken. Daarnaast wist P. geen details over Ambrosius te vertellen, niet over haar leven en niet over haar lichaam.

De Puttense moordzaak was een van de aanleidingen voor het instellen van de Commissie Evaluatie Afgedane Strafzaken. Sinds vorig jaar heeft de procureur-generaal van de Hoge Raad de bevoegdheid om nieuw onderzoek te laten uitvoeren in een afgesloten strafzaak.

Voorheen moest een veroordeelde zelf nieuw bewijs aandragen om zijn zaak te heropenen. Dat bleek in de praktijk vrijwel onmogelijk te zijn.