Britse Conservatieven als hoeders van de armen

Op het laatste partijcongres voor de verkiezingen wierp David Cameron, de leider van de Conservatieven, zich op pleitbezorger van een ‘progressief conservatisme’.

Stond achter het spreekgestoelte gistermiddag de volgende premier van Groot-Brittannië? Dat was de vraag, die veel Conservatieven zich op de laatste dag van hun partijcongres in Manchester stelden, toen partijleider David Cameron het woord nam voor zijn grote slotrede. En veel Britten elders in het land zaten met dezelfde vraag.

Voor het eerst in dertien jaar maken de Tories een serieuze kans bij de volgende Lagerhuisverkiezingen – uiterlijk komend voorjaar – de macht over te nemen van Labour, zo wijzen opiniepeilingen al maanden uit.

Cameron (42) stond gisteren voor de delicate opgave zich te etaleren als een politicus die klaar is voor het grote werk zonder al te overmoedig over te komen. Bovendien moest hij meer kleur bekennen over zijn beleid dan in voorgaande jaren. De uitdager van Labour-premier Brown deed dit met een combinatie van saneringsvoorstellen voor de economie, die nog in recessie verkeert, en door zich – verrassend voor een Conservatief – op te werpen als kampioen van de armen en de kwetsbaren.

„Wie maakte de armen armer”, riep hij de zaal met stemverheffing toe. „Wie heeft een hogere werkloosheid nagelaten? Wie heeft de ongelijkheid groter gemaakt? Nee, niet de kwaadaardige Tories, u bij Labour, bent degene die dat onze samenleving heeft aangedaan. Dus lees ons niet de les over armoede. U heeft gefaald en nu is het aan ons, de moderne Conservatieve Partij, om te strijden voor de armsten die u in de steek hebt gelaten.”

Hij maakte er intussen geen geheim van dat alle Britten, op de mensen met de zwakste schouders na, de broekriem moeten aanhalen door de precaire staat van de overheidsfinanciën. De hogere inkomens zullen, net als onder Labour, ook onder de Conservatieven voorlopig met een belastingtarief van 50 procent krijgen te maken.

„Het is progressief en verantwoord om de staatsschuld onder controle te krijgen, maar op een manier die het land bijeenbrengt in plaats van het uit elkaar te drijven”, aldus Cameron, die de situatie vergeleek met een bergbeklimming. „Ja, er wacht ons een steile klim. Maar ik zeg u dit, het uitzicht zal het zeker waard zijn.”

In het voorbijgaan knoopte de aspirant-premier er nog een beknopte geloofsbelijdenis aan vast over het soort samenleving dat hem voor ogen staat met zijn ‘progressief conservatisme’. Dit lijkt gematigder van aard dan het harde individualisme en vrijemarktdenken van Margaret Thatcher van 25 jaar geleden.

„Ik heb enkele eenvoudige opvattingen”, aldus Cameron. „Dat er zoiets is als een samenleving. Die is alleen niet dezelfde als de staat. Dat het in de politiek gaat om ‘wij’, niet alleen om ‘ik’.” Thatcher verklaarde eens juist het tegenovergestelde: „Er is niet zoiets als een samenleving”.

In Camerons ideale samenleving blijft de rol van de staat beperkt en krijgt de burger de ruimte zich te ontplooien, maar is die ook vervuld van een sterke gemeenschapszin. De zwakkeren krijgen steun van de overheid. Niet per se via geld, maar door bij voorbeeld belemmeringen weg te nemen voor werkloze echtparen, die aan het werk willen maar dat nalaten omdat ze er door het wegvallen van uitkeringen financieel slechts op achteruit zouden gaan.

Af en toe gleed Cameron af naar dagdromerij. „Ik wil dat elk kind dezelfde kansen heeft als ik heb gehad”, zei hij. Cameron bezocht de peperdure kostschool van Eton en studeerde in Oxford, waar hij lid was van de Bullingdon Club, een elitair drinkgenootschap.

Onder zijn partijgenoten ging Camerons verhaal er niettemin goed in. „Is hij beter dan Tony Blair in 1997 of dan Gordon Brown in 2007”, vroeg Mark Garnier uit Worcestershire zich af. „Absoluut. Hij heeft vanmiddag overtuigend geschetst wat zijn visie voor dit land is.”

Bewust had Cameron Manchester, vanouds een Labour-bolwerk, voor het congres gekozen. In dit deel van Engeland moeten de Tories flink winnen, willen ze inderdaad regeren. Maar een korte verkenning in het winkelcentrum Arndale in het centrum van Manchester leert dat ze nog veel werk hebben te doen.

„Ik ben de kaalslag onder de vorige Conservatieve regering nog niet vergeten”, zegt Rachel (33), die in de zorg werkzaam is. Ze wil haar achternaam niet geven. De Tories zal ze in elk geval niet steunen, al is ze ook gedesillusioneerd in Labour.

Ook David Hodges (48), die bij de bank Lloyds TSB werkt, is niet overtuigd. „Als er morgen verkiezingen waren, zou ik weer Labour stemmen. Het team van Gordon Brown is volgens mij beter dan dat van Cameron.”

Er gloort echter ook hoop voor de Conservatieven. Robert Lee (30), werkzaam hij een verzekeringsconcern, koos voorheen altijd Labour. „David Cameron is gematigder dan zijn voorgangers. ik heb genoeg van Labour. Ik overweeg voor het eerst serieus om Tory te stemmen.”