Beelddenken

Museumdirecties willen een ander, lees: jonger publiek aantrekken. Maar het kan ook anders: zet de deuren van musea open, nodig specifieke doelgroepen uit en laat een kunstwerk als aanjager fungeren voor creatieve sessies. Zoek als museum het directe contact met je publiek. Zo krijgt kunst een plek in het leven van alledag.

Deze opstelling vraagt een andere intentie en werkhouding van de museumstaf: niet langer staan de kunstenaar en zijn werk centraal, maar vormt het museum een platform voor creatieve communicatie met bedrijfsleven, overheid en onderwijswereld.

Juist de schilderijen, sculpturen en videobeelden waar musea in grossieren kunnen leraren, managers en verpleegkundigen helpen uit hun eigen denkpatronen te stappen. Beelden verlangen een directe reactie van de waarnemer; we zijn nu eenmaal interpreterende wezens. Krachtige beelden roepen zelf sterke emoties en gevoelens op. Ze doen geen beroep op ons logisch, talig kenvermogen, maar vragen inzet vanuit wat ik gemakshalve het ‘beelddenken’ noem.

Musea kunnen dus een actieve rol spelen om nieuwe doelgroepen te werven. Nodig bankdirecteuren uit en organiseer een creatief banket. Inviteer human resource-managers van verzekeringsmaatschappijen en vraag hen een plan te schrijven over een ‘andere inrichting van het werkproces’ binnen hun organisaties. Vraag scholieren om met de attributen van hun eigen school bouwsels te maken voor in de aula. Met als opdracht: wat voor rotzooi laten we op school met zijn allen achter? De kracht van deze werkwijze schuilt in de manier waarop het museum zijn ruimte benut en de bezoeker/deelnemer uitnodigt tot creatief onderzoek.

Amsterdam