Altijd op oorlogspad

The Wire lijkt op een politieserie maar is een tragedie. Producer, schrijver en oud-journalist David Simon toont er zijn eigen visie op Amerika. „Het gaat over een rijk dat niet langer in staat is problemen te herkennen, laat staan ze op te lossen.”

Journalist en Wire-producent David Simon Foto Bram Budel Nederland, Amsterdam, 01-10-2009 Journalist en schrijver David Simon bracht een jaar lang door bij de afdeling moordzaken van de politie in Baltimore en schreef daarover een boek. Zijn verhalen zijn de basis voor de amerikaanse tv serie The Wire. foto: Bram Budel Budel, Bram

David Simon is op oorlogspad. Je zou het niet zeggen, als je hem zo ziet zitten in een statige Amsterdamse hotelkamer, een vriendelijke kale veertiger met een open gezicht en een ronde, dikke buik.

Maar of hij nu met notitieblok door grauwe, vergeten achterbuurten in zijn woonplaats Baltimore struint, die gegijzeld zijn door drugs, geweld en wanhoop, of met een filmcrew de nasleep van orkaan Katrina vastlegt in New Orleans, David Simon (1960) is op oorlogspad. En wie zich niet wil aansluiten bij zijn strijd voor menselijke waardigheid, kan maar beter bukken.

Simons meest effectieve wapen tot nu toe heet The Wire, de bejubelde HBO-tv-serie waarvan hij bedenker, producer en de voornaamste schrijver is. Op het eerste gezicht is dit de zoveelste politieserie; de kijker volgt een eenheid die een drugsbende afluistert en tracht op te rollen. Maar het is slechts „vermomd” als tv-drama, zegt Simon. „Het gaat over een rijk dat in verval is, dat niet langer in staat is problemen te herkennen, laat staan ze op te lossen.”

In The Wire gebruikt Simon elementen uit het stramien van de politieserie om de kijker te confronteren met fundamentele problemen in de Amerikaanse samenleving. Hij schakelt tussen gekonkel en geworstel in de drugswereld, het politieapparaat, onderwijs, media en politiek en laat de problemen in al die werelden opvallend overeenkomen. In de strijd om kil succes delft in de visie van Simon de menselijkheid steeds het onderspit.

Het is een serie waarin grof geweld nog pijn doet en het cynisme van een rechercheur geen kunstmatige karakterschets is maar ingevoelde overlevingsdrang. Het is geen programma om bij uit te buiken, want de kijker wordt geconfronteerd met sociale en morele verloedering. Simon laat rauw de pijn en de hardheid zien van jongeren die opgroeien in door misdaad verscheurde buurten. Hij toont het onvermogen van onderwijzers, politici en journalisten in een door corruptie verkalkt systeem en geeft de wanhoop en carrièredrang weer van rechercheurs die met theelepeltjes een strontlawine proberen tegen te houden. Daarmee verklaart hij met The Wire de status quo in zijn land de oorlog, in een medium dat vaak toch voor alles ontspanning nastreeft.

Zijn oorlog brengt David Simon een dag vóór het interview in bioscoop The Movies in Amsterdam. Met een mengeling van gortdroog commentaar en scherpe politieke analyse toont hij scènes uit zijn tv-serie die geen tv-serie wil zijn.

De eerste scène van de eerste aflevering van het eerste seizoen, is een allegorie voor de rest van de serie, legt hij uit. Op een trap zitten een blanke rechercheur en een zwarte moordgetuige. Ze praten over de jongen die is doodgeschoten, ‘Snot Boogie’, die volgens de getuige voortdurend het dobbelspel van de jongens op straat verstoorde door er met de pot vandoor te gaan. Dan schopten en sloegen de jongens hem wel, maar dat hij nu is doodgeschoten, vindt de getuige te ver gaan; iedereen wist hoe ‘Snot Boogie’ was.

Agent Jimmy McNulty vraagt met een gefronste blik waarom de jongens het slachtoffer steeds weer tot het dobbelspel toelieten, wanneer ze al wisten dat hij er toch weer met de pot vandoor zou gaan. Het antwoord van de schouder ophalende getuige: „Moet wel, dit is Amerika man…”

In The Wire staat „Amerika als schizofreen land” centraal, vertelt Simon. Hij laat de botsing van werelden zien die, vlak naast elkaar, volstrekt langs elkaar heen leven en het failliet van een systeem waarin winstbejag en statistieken prevaleren boven het menselijk belang. „Ik ben geen marxist; ik geloof in kapitalisme als motor van de economie. Maar wanneer je het omarmt als kader om een rechtvaardige samenleving te bouwen, eindig je met een deel van de bevolking dat in de postindustriële wereld niet langer nodig is.”

Die ‘overgebleven Amerikanen’, zoals Simon ze noemt, bouwen hun eigen economie, bijvoorbeeld met drugshandel of een dobbelspel in een achterafsteegje. Een eigen wereld waarin – zo laat The Wire steeds zien – vergelijkbare politieke, morele en economische principes gelden, maar die tegelijk door de grootst mogelijke kloof van de dominante wereld gescheiden is.

The Wire is Simons alternatief voor de meer gangbare serie, waarin problemen steevast nog voor het volgende commercialblok worden opgelost. Zijn land heeft „meer mensen in gevangenissen dan elk ander land” en „het politiekorps is zichzelf kwijtgeraakt in de oorlog tegen drugs”. Andere politieseries creëren volgens Simon draagvlak voor mislukt beleid, door te zorgen dat de politiejacht op dealers en misdadigers „zo nobel en eervol mogelijk overkomt. Maar ze hebben geen enkele straathoek teruggeclaimd in Baltimore; ze falen al veertig jaar lang… Normaal gesproken trekken we ons terug wanneer we een oorlog verkloten.”

Als jonge misdaadverslaggever van The Baltimore Sun mocht Simon een jaar optrekken met de afdeling Moordzaken van de politie. Hij kreeg de status van ‘politiestagiair’ en volgde de rechercheurs elke dag op de voet met zijn notitieblok; in eerste instantie met lang haar en een oorbel, later op verzoek non-descript, om op de plekken van misdaad niet te veel uit de toon te vallen. Hij balde het onderzoek samen in zijn boek Homicide. Een tweede onderzoek van een jaar, naar de gang van zaken rond een straathoek waar drugs werd verhandeld, leidde tot The Corner. Beide boeken vormden eerder al de basis voor tv-series.

In Homicide beschrijft Simon een inval van rechercheurs in een smerig drugspand vol beschimmelde matrassen en plastic emmers met urine, op zoek naar aanwijzingen over de moord op een elfjarig meisje; de zaak die de ruggegraat vormt van zijn boek, omdat het een moord betreft die rechercheurs nog raakt, die politici extra zenuwachtig maakt en die belangrijker is voor de media dan alweer een dode drugsdealer. Een moord, kortom, die zich aan statistieken ontworstelt.

In de no-nonsense stijl van de misdaadverslaggever schetst Simon een botsing van de twee Amerika’s, met rechercheurs die een gevecht voeren tegen de bewoners van het pand, die de ‘strijd om menselijke waardigheid’ hebben opgegeven en hun defaitisme overdragen aan een volgende generatie. Tot een jongetje van tien hen toestemming vraagt iets uit zijn kamer op te halen. Wat dan? Zijn huiswerk.

In Homicide is Simon nog een journalist die in de hoofden van zijn karakters kruipt en de grenzen opzoekt van de objectiviteit. Die is noodzakelijk in de dagelijkse journalistieke praktijk, maar bij een verhaal met langere adem „zuigt die het bloed uit je verhaal”.

The Wire gaf verhalenverteller Simon de ruimte een krachtiger standpunt in te nemen. De scène over ‘Snot Boogie’ is in Homicide een daadwerkelijke anekdote van een rechercheur, en de jongen die om zijn huiswerk vroeg, „was een geschenk van God. (…) Het is in non-fictie fantastisch wanneer een karakter zich gedraagt op een manier die het thema raakt. Maar je moet het verhaal ook volgen wanneer dat niet gebeurt.

Simons hoofdthema – iedereen is verantwoordelijk voor het falen van het systeem – komt in The Wire tot volle wasdom. „Het gaat niet over een slechterik zoals Fagin, het corrupte personage in een Dickensiaans dorp”, vertelt hij, „maar over een commissaris die bang is voor de publiciteit omdat hij wil promoveren; over een schooldecaan die zich zorgen maakt over het omhoog stuwen van testresultaten terwijl kinderen niets leren. Het gaat over de banaliteit van het kwaad.

„Op tv gaat het vaak om het vinden van de slechterik, maar we zijn allemaal de bad guy. Iedereen is verantwoordelijk voor de notie dat we een haalbare oorlog uitvechten tegen drugs, dat we een legitieme reden hadden voor de oorlog in Irak, of voor het falen van ons onderwijssysteem. We zijn allemaal medeplichtig. Dit is het Amerika dat we hebben laten ontstaan; dat is de corruptie die mij interesseert.”

Daarom zijn institutionele problemen voor hem als schrijver belangrijker dan individuele noties van goed en kwaad. In The Wire hoeven straatkinderen maar één dag naar school, omdat dat voldoende is voor de school om subsidie te krijgen voor die leerling. De vondst van een stapel lijken zorgt voor statistische onrust onder politiebazen en politici, die op percentages worden afgerekend. In plaats van problemen aan te pakken, wordt met cijfers gegoocheld. Simon: „Zodra er een statistiek is, zitten er vijf gasten te bedenken hoe ze die kunnen omzeilen.” Hij toont een wereld met diepgewortelde problemen, zonder de kijker de illusie voor te schotelen dat die daar nog enige controle op kan uitoefenen. „Het is een verontrustende show.”

In essentie is Simon nog steeds, wat hij noemt, een newspaper man, ook al heeft hij de in zijn ogen steeds bleker wordende dagbladjournalistiek ver achter zich gelaten. Voor zijn HBO-serie Generation Kill, over de aanloop naar de Irak-oorlog, baseerde hij zich op het gelijknamige boek van Rolling Stone-journalist Evan Wright, en ook voor de serie Treme, over de nasleep van orkaan Katrina in New Orleans, werkt hij nauw samen met een goed ingevoerde journalist. De man die voor tv ging werken „om meer boeken te verkopen”, ziet nu in tv een medium waarin hij, „zoals Balzac en Tolstoi”, goed gefundeerde, kritische verhalen kan vertellen over onze samenleving.

Morgen brengt de oorlog David Simon naar New Orleans. Dan zal niet misdaad maar muziek centraal staan in zijn volgende verhaal. Hij filmt in Treme de muziekwijk „die de wereld het grootste cadeau heeft gegeven dat Amerika kon geven. Geen wapens, geen CIA-kantoren, maar Afro-Amerikaanse muziek; dat is waar mijn land om herinnerd zal worden wanneer al het andere is verdwenen. Veel van die muziek komt uit die ene wijk. Om dat zo kwetsbaar te zien, zo genegeerd…”

Hij schudt zijn hoofd. „Als New Orleans niet eens de moeite waard is om te redden, dan hou je weinig over dat wel de moeite waard is.”

De Nederlandse vertaling van ‘Homicide’ is zojuist verschenen bij Ambo/Anthos. Een dvd-box met alle 5 seizoenen van ‘The Wire’ verschijnt 4 november bij Warner Home Video.