Alle gevoelens zijn gestorven

Via korte, scherpe portretten en een ‘google earth’-methode belicht Amos Oz een dorp van weleer, dat aan rampspoed en fataal verval onderhevig is.

Met zijn ‘go og l e ear th’-methode en scherp geportretteerde personages evenaart Amos Oz in D o r p s l eve n ( Bezige Bij, € 19,90) de apocalyptische visioenen van Houellebecq, schrijft Margot Dijkgraaf. n Zie pagina 13

Amos Oz: Dorpsleven. Vert. Hilde Pach. De Bezige Bij, 237 blz. € 19,90

Een van de grootste uitdagingen voor een ambitieuze schrijver is de vraag hoe je vorm kunt geven aan gelijktijdigheid. Met andere woorden, hoe kun je het leven vatten en daarbij een afspiegeling geven van al die gebeurtenissen en menselijke beslissingen die zich min of meer op hetzelfde moment afspelen? Een chronologisch verteld verhaal schiet bij een dergelijke ambitie tekort. Hoe krijg je greep op dat voortdurend veranderende weefsel van onderlinge menselijke relaties, van verschuivende perspectieven?

Claudio Magris zoekt het in een ‘totaalroman’, waarin verhaallijnen, mythen en legenden, identiteiten, heden en verleden, ratio en waanzin volledig door elkaar heen lopen. Olivier Rolin hield het, in zijn summum De uitvinding van de wereld , wat overzichtelijker en schreef een portret van de wereld geconcentreerd op één dag, aan de hand van tientallen personages en gebeurtenissen die min of meer tegelijkertijd plaatshadden.

In zijn meest recente roman maakt de kandidaat-Nobelprijswinnaar Amos Oz een momentopname van een dorpsleven – en dat doet hij op onorthodoxe wijze. Dorpsleven leidt de lezer van het ene naar het andere personage, even blijft onze blik op hen hangen, zoomen we in, krijgen we inzicht in zijn of haar leven – en verder gaat het weer. De ik-persoon is nu weer de een, maar een hoofdstuk later een ander, zodat de lezer soms moet speuren naar concrete aanwijzingen om erachter te komen wie nu precies aan het woord is. Personages door wier ogen we eerder in het boek hebben gekeken, komen later, als we alweer in een ander verhaal zijn beland, terug als figuranten of gesprekspartners.

Het mag wat verwarrend klinken, deze ‘google earth’- methode werkt uitstekend voor wie niet al te gehecht raakt aan de personages die Oz introduceert. Het zijn stuk voor stuk fantastische portretten, kort maar scherp, en ook zonder dat je te weten komt hoe het hun verder vergaat, raakt hun leven – in een flits – het jouwe.

We begrijpen iets van de bijzondere band die huisarts Gili Steiner heeft met haar neef, de jonge soldaat Gidon Gat, op wie zij tevergeefs staat te wachten, kleumend op de bushalte. We krijgen zicht op de frustraties van de oude brombeer Pesach Kedem, voormalig parlementslid, en die van zijn dochter Rachel, literatuurdocent en te vroeg weduwe geworden. We vragen ons af waarom Nava haar man, de burgemeester van het dorp waar het allemaal om te doen is, Tel Ilan, verliet met achterlating van dat briefje. En wat doet die Arabische student nu eigenlijk in dat kleine huisje op het erf van Rachel? Schrijft hij tussen zijn dagelijkse klussen door werkelijk een boek waarin hij een vergelijking maakt tussen het leven in een Joods en in een Arabisch dorp?

Door de google earth-methode in combinatie met de reeks in verschillende ik-persoon geschreven hoofdstukken krijg je een gevarieerde kijk op het dorp – van binnen én van buitenaf. Meer dan honderd jaar oud is het, vroeger bewoond door boeren en omgeven door plantages, boomgaarden, amandelbomen. Inmiddels zijn veel boerenbedrijven opgeheven, verpacht of veranderd in galeries, hippe boetieks, restaurants ‘voor fijnproevers’, wijnkelders en ‘een siervissenwinkel’. Dagjesmensen uit de grote stad komen er hun vertier zoeken. Het dorp is, kortom, geen echt dorp meer. Oude karakteristieke panden ‘zijn in de klauwen geraakt van verwaarlozing’, worden gesloopt, over het leven hangt een schaduw van dreiging en verval. ’s Nachts horen de inwoners geluiden van gekras en gegraaf onder hun huis, de grond valt letterlijk onder hun voeten weg. De dorpsmakelaar bezoekt het huis van de enige grote, onlangs overleden schrijver die het dorp kende. Zonder zijn jonge vrouwelijke gids, die hopeloze erotische fantasieën bij hem oproept, zou hij verdwaald zijn in het labyrint van gangen en trappen. Afgesloten, bedompte, donkere ruimtes waarin je je een gevangene voelt. ‘Ik zou dit huis kopen’, besloot hij, ‘ik zou het kopen en ik zou het slopen tot de laatste steen’.

Zo introduceert Oz de duisternis in zijn roman. Onbeantwoorde liefde, eenzaamheid en onbegrip zijn het lot van de ene mens – ziekte, verlies en waanzin treft de ander. Samenzang is wat er overblijft, liedjes ‘uit de tijd dat alles voor iedereen helder was’. ‘Tegenwoordig zijn de harten verzegeld. Alle gevoelens zijn gestorven. Geen mens richt zich nog tot de ander. Wat is er overgebleven? Misschien alleen deze melancholieke melodie, als een soort herinnering aan de verwoesting van de harten’.

In het laatste hoofdstuk, ‘Ergens ver weg in een andere tijd’, evenaart Oz de apocalyptische visioenen van Michel Houellebecq in De mogelijkheid van een eiland. Een giftig moeras, uitslag en schimmel, rotting en lijklucht, kwijlende mismaakten, stervende baby’s, het licht dooft, de mens sterft uit.

Voor Amos Oz is het duidelijk, we hebben ‘geen enkele reden meer om de wanhoop de rug toe te keren’.