Affaire-Polanski wordt affaire-Mitterrand

De affaire-Polanski is de affaire-Mitterrand geworden, constateerde de Franse minister van Cultuur, Frédéric Mitterrand, gisteravond ontdaan.

Eind vorige maand protesteerde hij als een der eersten tegen de arrestatie van de Frans-Poolse cineast Roman Polanski in Zwitserland, wegens een zedenzaak uit 1977 in de VS. Gisteren werd de 62-jarige minister in het achtuur-journaal van TF1 geïnterviewd over zijn eigen seksuele verleden.

Mitterrand, in juni aangetreden, bevestigde wat hij in 2005 heeft beschreven in een literair egodocument, La Mauvaise Vie (Het Slechte Leven). Ja, hij heeft seksueel toerisme bedreven en relaties met ‘jongens’ gehad, maar dat waren „altijd leeftijdgenoten”. Dat ze meerderjarig waren, laat hij de kijker raden.

Franse politici worden zelden onderworpen aan bekentenis-interviews, zeker niet over hun seksleven. Mitterrand, neef van ex-president François Mitterrand, werd deze week aangevallen door de extreem-rechtse Marine Le Pen en de socialistische partijwoordvoerder Benoît Hamon.

Le Pen legde een verband tussen Mitterrands eigen verleden en zijn steun aan Polanski, die gezocht wordt door de Amerikaanse justitie in verband met een proces wegens seks met een dertienjarig meisje, dertig jaar geleden.

Journaalpresentatrice Laurence Ferrari bracht hem tot woede met vragen over het waarheidsgehalte van passages over sekstoerisme in Thailand. Hij beklemtoonde dat zijn boek „geen roman is en geen memoires” zijn, maar een „traktaat” over een „slecht leven op slechte plaatsen” dat de hoofdpersoon te boven komt.

Mitterrand erkende dat hij „fouten begaan” heeft in het respecteren van „de menselijke waardigheid”, maar „geen misdaden, en zelfs geen misstap”. Dat weet hij zeker: „Een bokser van veertig lijkt echt niet op een minderjarige”. Volgens Mitterrand worden in de beschuldigingen aan zijn adres homoseksualiteit en pedofilie door elkaar gehaald.